Een suppoost beziet de wereld als een fotograaf

Voorstelling: De wijze van zaal 7 van Hans Aarsman door Laagland/NF en Vooruit, Gent. Regie: Tom Jansen; spel: Dirk Roofthooft. Gezien: 4/3 De Brakke Grond Amsterdam. Nog te zien aldaar t/m 7/3. Tournee in Nederland en België t/m 19/4.

Hij mag niet lezen en niet op de vensterbank zitten. Overzicht houden, dat is zijn opdracht. Op de grens van zaal 7 en 8 drentelt de suppoost heen en weer, erop toeziend dat de museumbezoeker geen vinger uitsteekt naar de 25 schilderijen die onder zijn hoede vallen. Maar wat is een veilige afstand tussen mens en schilderij? Een armlengte? En als iemand met de handen in zijn zakken staat, of als het heel druk is?

De suppoost heeft geen rust in zijn hoofd. De hele dag heeft hij de tijd om zijn gedachten de vrije loop te laten - wat moet hij anders. De ene overpeinzing is nog niet goed en wel uitgesproken of een nieuwe inval dient zich aan: “Elke gedachte wordt getorpedeerd door de volgende.” Versnippering is het gevolg, toch poogt de zaalwachter uit alle macht het overzicht te bewaren, greep te houden op het geheel. Geen wonder dat zijn belangstelling uitgaat naar het schilderij dat een overzichtsbeeld van een kruispunt biedt. In De wijze van zaal 7, de eerste theatertekst van de Amsterdamse fotograaf en schrijver Hans Aarsman, stelt de suppoost zich op als een fotograaf die zoveel mogelijk elementen in zijn lens tracht te vangen zonder onderscheid te maken tussen hoofdzaak en trivialiteit. Zo weidt de zaalwacht, in de gedaante van de Vlaamse acteur Dirk Roofthooft, onder meer uit over de vuile was, auto's en ZOAB-wegen, over het feit dat wij Hollanders 15 miljoen keer per dag verzuchten; “hèhè, effe zitten”, over oorlog en zijn eigen dood als gevolg van een verkeersongeval. Hoewel hij veelvuldig de statistieken erbij haalt en zijn beweringen staaft met de cijfers die zijn zakrekenmachientje hem voorrekent, lopen realiteit en verbeelding voortdurend door elkaar.

Regisseur Tom Jansen, een van de initiatiefnemers van de vorig jaar opgerichte produktiekern Laagland die Aarsman een schrijfopdracht gaf, heeft, misschien als tegenwicht voor de brokkelige structuur van de tekst, gezocht naar een zo groot mogelijke eenvoud in zijn enscenering. Met op het grote podium slechts één krukje gevangen in een lichtcirkel is de vormgeving tot de essentie teruggebracht. Dirk Roofthooft blijkt een onderhoudende verteller en voor de duur van de voorstelling laten we ons dan ook gewillig meevoeren door zijn kronkelige monoloog. Eenmaal buiten echter vervluchtigt de associatieve gedachtenstroom onmiddellijk als rook die alle kanten uit waait.