Cambodjaans boerengezin vecht om te overleven; Rijstcultuur als levensader

Neak Srê (Les gens de la rizière). Regie: Rithy Panh. Met: Peng Phan, Mom Soth, Chhim Naline. In: Amsterdam, Cinecenter.

Voor de Afrikaanse en Arabische cinema zijn tot nu toe Franse coproduktie en financiering essentieel gebleken. De belangrijkste filmmakers van Indo-China wonen zelfs in Parijs: de Vietnamees Tran Anh Hung, die afgelopen jaar in Venetië de Gouden Leeuw won voor het in Ho-Tsjiminhstad opgenomen Cyclo en de Cambodjaan Rithy Panh (Phnom Penh, 1964), wiens debuutfilm Neak Srê (Les gens de la rizière) in 1994 in het hoofdprogramma van Cannes te delicaat bleek om op te vallen. Toch is deze in Cambodja met een Europese crew en autochtone, niet-professionele acteurs gedraaide Frans-Zwitsers-Duitse coproduktie een subtiel miniatuurtje, zeker in vergelijking met de minder gepolijste films uit het stroomgebied van de Mekong, die het Filmfestival Rotterdam dit jaar presenteerde.

In twee uur vat Rithy Panh de jaarcyclus van de rijstcultuur samen; de levensader van een Cambodjaans boerengezin is meer dan een rustieke achtergrond. In zekere zin speelt de rijst de hoofdrol in dit op een Maleisische roman gebaseerde verhaal. De vader van zeven dochters sterft aan een door een giftige doorn veroorzaakte verwonding en de moeder slaagt er nauwelijks in zijn rol over te nemen. Ze bezwijkt aan een vorm van waanzin en wordt in een kooi naar een naburig dorp gebracht om behandeld te worden.

Het gaat in de rustige, contemplatieve film niet om de psychologische of dramatische wederwaardigheden van de mensen op de voorgrond, maar meer om hun nietigheid en moed in een door eeuwenoude regelmaat bepaald gevecht om te overleven. Om je als westerse toeschouwer aan die berusting over te kunnen geven vereist een openheid en welwillendheid, die je nauwelijks meer verwachten kunt in de alledaagse bioscooppraktijk. Alleen al het feit dat Neak Srê na twee jaar in een regulier bioscooproulement belandt, zou beloond moeten worden met iets meer dan lege zalen.