Actie politie tegen zigeuners wekt woede Grieken

ATHENE, 6 MAART. De Griekse politie heeft een slechte tijd achter de rug. In Thessaloniki werd een agent beschuldigd van verkrachting van een 16-jarig meisje dat zijn hulp had ingeroepen. In dezelfde stad beklaagde een 22-jarige theoloog zich over zware mishandeling tijdens een verhoor, waarin hij werd beschuldigd van een roofoverval op een diamanthandelaar. Deze kwam ten slotte vertellen hem niet te herkennen. In Athene werden twee politiemannen gearresteerd die bekenden een Albanees te hebben beroofd.

Maar de gebeurtenis die de publieke opinie het meest beroerd heeft, speelde zich af in een primitief zigeunerkamp bij Thiva (Thebe). Dit werd op klaarlichte dag bestormd door een groot aantal gemaskerde leden van de Mobiele Eenheden, die op zoek waren naar een bende die zich schuldig zou hebben gemaakt aan moord en verkrachting en het verwonden van een collega-politieman. Elke tent of barak werd het voorwerp van vernieling: beschuttingen van nylon werden opengesneden, houten muren opengebroken, het interieur kort en klein geslagen. De mannelijke bewoners, ook ouderen, werden met ferme trappen gedwongen op de grond te liggen en onder het uiten van verwensingen gefouilleerd.

De gezochten werden niet gevonden. Enkele dagen later werden zij in een ander zigeunerkamp opgepakt tijdens een 'gewone' actie. Het meest opmerkelijke van de bestorming bij Thiva was dat zij pas begon toen alle televisiestations er lucht van hadden gekregen, via de mobilofoonverbindingen van de politie. Het leek wel of de politie erop rekende dat de actie algemene instemming zou vinden - ervan uitgaande dat het Griekse publiek racistisch is.

Over dat laatste valt te discussiëren - zeker waar het Albanezen betreft - maar wat de Grieken die avond op hun scherm te zien kregen, vervulde hen met walging en ook verbazing: waren dat Grieken, deze griezelige monsters die een hulpeloze oudere man de grond in trapten? De scènes werden tientallen keren herhaald. Stefanos Manos, een topman van de rechtse oppositie, zei dat zijn land hierna geen recht meer had over mensenrechten te praten. De minister van Orde, Jitonas, zegde een gedegen onderzoek toe. Premier Simitis, die op reis was, betuigde vanuit het buitenland zijn gevoelens van afkeer.

Een vloed van talkshows op de televisie volgde - met een ongekende deelname van zigeuners - en met als gewetensvraag: 'Zijn wij Grieken racisten?' Benarde burgemeesters van de weinige gemeenten waar zigeuners zich in betrekkelijk grote concentraties ophouden, werden aan de tand gevoeld over de plannen die zij hebben om van de kampementen 'groenstroken' of 'speelplaatsen' te maken en andere maatregelen die nadelig uitvallen voor de zigeuners.

Een nijpende nevenvraag was: Hoe moet het verder met onze politie? De klachten over mishandeling, soms met dodelijke afloop, nemen toe. Op drugsgebruikers zou systematisch worden ingebeukt. Bijna alle deelnemers aan de talkshows waren het erover eens dat de opleiding bij de politie moet worden verbeterd. En daarnaast ook de selectie, die tot op heden gebeurt op basis van rousfeti: aanwijzing door parlementsleden. Nog vorig jaar was een groep van 900 politiemannen tot de opleiding toegelaten door 300 parlementariërs, die er elk drie mochten aanwijzen.

Daarnaast rees echter de centrale vraag: Wat doen wij met onze (naar schatting 150.000) zigeuners? Slechts twee procent van hen maakt de lagere school af; de gemiddelde levensverwachting van zigeuners is vele jaren lager dan van de andere Grieken. Ze willen in Griekenland niet als minderheid worden beschouwd: hun woordvoerders verkondigen uit en te na dat ze als (orthodoxe) Grieken willen worden behandeld, met alle rechten en verplichtingen. Ze geven hun kinderen liefst klassieke namen als Socrates en Odysseus. Ze klagen echter dat parlementariërs en burgemeesters zich alleen voor hen interesseren als er stemmen in het geding zijn.

De traditionele beroepen van de mannelijke zigeuners - zoals matten vlechten en messen slijpen - zijn nagenoeg verdwenen. Velen zijn in de handel gestapt, vooral in de verkoop van fruit en textiel. De meesten zijn min of meer 'gesetteld', maar in het voetspoor van hun nomadische verleden zijn duizenden zigeuners mobiel gebleven. Ze trekken van oogst naar oogst. Het dorp waar sinaasappels moeten worden geplukt of druiven ziet men omring door vrachtauto's van de zigeunerarbeiders (die het dorp zelf zowat niet binnenkomen). Hun probleem van de laatste jaren is dat Poolse en Albanese immigranten nog goedkoper diensten verlenen. Dit zal volgens experts die zich met de problematiek bezighouden, hebben geleid tot een stijging van de criminaliteit onder zigeuners. Tot voor kort was die statistisch niet hoger dan bij de rest van de bevolking.