Werknemers Furness vrezen plannen 'moeder' Pakhoed

ROTTERDAM, 5 MAART. De groepsondernemingsraad (GOR) van het Rotterdamse haven- en transportconcern Furness maakt zich grote zorgen over plannen van het moederbedrijf Pakhoed om Furness als geheel of in delen te verkopen. De GOR is bang dat verkoop van een van de drie strategische bedrijfonderdelen van Furness de stabiliteit en werkgelegenheid van het bedrijf zal aantasten.

Furness, in 1990 via een fusie onder de vleugels van Pakhoed beland, bestaat uit drie strategische eenheden (havenbedrijven, onder andere Seaport), autodealerbedrijven (Hyundai en Volvo) en logistiek (vervoer, opslag en distributie). Het bedrijf omvat meer dan 25 werkmaatschappijen en deelnemingen. In totaal telt Furness 2300 werknemers.

“Wij worden niet als volwaardig behandeld”, klaagt voorzitter K. Bijkerk van de groepsondernemingsraad van Furness. Volgens hem onderschrijft niet alleen de GOR maar ook de directie van Furness dat een integraal voortbestaan van Furness de beste garantie biedt op stabiliteit van de onderliggende bedrijven. Toch gaat Pakhoed volgens Bijkerk door met de verzelfstandiging van Furness en lijkt het moederconcern van plan te zijn alle aandelen aan een of meer participatiemaatschappijen te verkopen. Als gegadigden worden genoemd Halder Holdings en participatiemaatschappijen van ABN Amro en ING. Volgens Bijkerk is een speciale projectdirecteur aangesteld voor de verkoop van (delen van) Furness.

Pakhoed heeft sinds de fusie bij Furness alleen de krenten uit de pap gehaald, betoogt Bijkerk. Hij doelt onder meer op het containeroverslagbedrijf Unitcenter dat naar ECT (waarin Pakhoed grootaandeelhouder is) verhuisde, op de maritieme activiteiten, het overslagbedrijf Pan Ocean en het tankcleaningbedrijf in Antwerpen. In 1994 voerde Pakhoed een structuurwijziging door waarbij Furness bestuurlijk verzelfstandigd werd. Het voornaamste doel was de groep financieel gezond te maken en bepaalde bedrijfsonderdelen uit te breiden. Daar is volgens de GOR bitter weinig van terechtgekomen. Integendeel, de basis van Furness is de afgelopen jaren steeds smaller geworden, beweert Bijkerk.

Vorig jaar mei zei bestuursvoorzitter N. Westdijk van Pakhoed te denken aan een beursgang van Furness. Pakhoed wil met name de logistieke dienstverlening en de dealerschappen afstoten, omdat die niet meer aansluiten bij de kernactiviteiten van het concern (opslag van olie en chemicaliën).

Westdijk omschreef dochter Furness toen als “een dochter die niet meer thuis woont en zelf moet bepalen wat het beste voor haar is”. Volgens Bijkerk lijkt het er nu sterk op dat “de dochter thuis niet meer welkom” is.

De raad van bestuur van Pakhoed noemt de stellingname van de GOR van Furness “prematuur”. Pakhoed is nog bezig zich te oriënteren over de wijze waarop de beoogde verzelfstandiging van Furness gestalte moet krijgen, aldus een woordvoerder.