'Wegwerpwerkers' in VS leven in angst en vrees

WASHINGTON, 5 MAART. Stap voor stap wordt Amerika het land van de wegwerpwerknemer, waar recordwinsten samengaan met een groeiende onzekerheid over de duurzaamheid van een baan. Aan de ene kant zien bedrijven hun reserves sterk toenemen, wordt op Wall Street record na record gebroken, is de inflatie laag en de werkloosheid ook. Bovendien wordt er veel geïnvesteerd, ligt de produktiviteit hoog en stijgt de export. Volgens president Clinton is de economie “gezonder dan in drie decennia het geval is geweest”. Maar tegelijkertijd maken Amerikanen zich ernstig zorgen. Ze zijn somber over hun eigen economische situatie en die van hun kinderen. Ze zien om zich heen hoe mensen ontslagen worden en vragen zich af: wanneer ben ik aan de beurt?

Vooral de ontslagrondes bij grote bedrijven die vroeger goed waren voor een levenslange loopbaan hebben onrust veroorzaakt. AT&T kondigde begin dit jaar 40.000 ontslagen aan, en sindsdien is de communicatiegigant symbool voor een ondernemersklimaat waarin de arbeidszekerheid van de werknemers is opgeofferd aan het streven naar meer winst en een sterke concurrentiepositie.

In de afgelopen vier jaar hebben alom bekende en gerespecteerde bedrijven hun personeelsbestand drastisch ingekrompen. AT&T stootte 123.000 banen af (30 procent van het totale personeel), IBM 122.000 (35 procent), General Motors 99.400 (29 procent), Boeing 61.000 (37 procent) en de lijst is nog veel langer. Jaarlijks worden in de VS ruim drie miljoen banen geschrapt, ten gevolge van fusies, door technologische vernieuwing en om de concurrentiepositie te verstevigen. Geen enkele werkgever garandeert nog het ideaal van een baan voor het leven. Maar kunnen bedrijven hun mensen zomaar laten vallen?

Steeds luider klinkt in de Amerikaanse politiek en de media de roep om bezinning op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen. De populistische Pat Buchanan heeft daar met zijn felle tirades tegen de grote bedrijven een belangrijke bijdrage aan geleverd. Maar andere politici, vooral Democraten, vragen al langer aandacht voor het probleem.

Ook de pers heeft inmiddels de ernst van de economische onzekerheid onder werknemers ontdekt. Newsweek wijdde onlangs een omslagverhaal aan de Corporate Killers (Bedrijfsmoordenaars), waarmee ondernemers bedoeld werden die grote aantallen ontslagen doorvoeren. BusinessWeek heeft deze week met bevende rode letters de 'Economische Angst' op het omslag. En The New York Times publiceerde zondag het eerste van een reeks artikelen over 'de afslanking van Amerika', met over vrijwel de hele voorpagina de kop: 'Miljoenen slachtoffers op het slagveld van de bedrijven'.

Pagina 18: Verzet tegen 'recht voor z'n raap' kapitalisme

Het probleem is niet massale werkloosheid zoals tijdens De Grote Depressie, schrijft de krant, want netto blijft het aantal banen groeien. Maar mensen die bij inkrimpingen ontslagen worden moeten om weer aan de slag te komen tegenwoordig genoegen nemen met steeds slechter betaald werk. De krant spreekt van de meest accute arbeidsonzekerheid sinds de Depressie.

Zijn we beland in het tijdperk van de wegwerpwerker? Of mag van het bedrijfsleven meer betrokkenheid gevraagd worden bij het lot van mensen die vaak hun beste krachten aan de onderneming hebben gegeven? Is de tijd aangebroken voor een nieuw sociaal contract tussen de samenleving en het bedrijfsleven?

Bijna driekwart van de Amerikaanse huishoudens heeft sinds 1980 in zijn naaste omgeving te maken gekregen met ontslagen. In een derde van de huishoudens heeft een gezinslid zijn baan verloren. De meeste banen verdwijnen niet langer in het ongeschoolde of nauwelijks geschoolde werk, maar op het niveau van mensen die iets van voortgezet onderwijs hebben gehad. De Amerikaanse middenklasse wordt zo geconfronteerd met een onzekerheid over de persoonlijke economische situatie die vroeger vooral de arbeidersklasse en de armen teisterde.

Behalve die onzekerheid is er nog een ander kenmerk van de moderne economie dat het ongenoegen van velen voedt. Al twee decennia is vrijwel sprake van een stagnatie van de lonen, terwijl de inkomensongelijkheid enorm is gegroeid. Verdiende een topman van IBM in 1974 bijvoorbeeld 11 keer zoveel als zijn secretaresse, in 1994 was dat opgelopen tot veertig keer zoveel. De hoge beloningen voor directieleden zijn voor het overige personeel des te onverteerbaarder tegen de achtergrond van de eigen vrees voor ontslag in naam van een efficiënte bedrijfsvoering. De 'huurmoordenaars' in Newsweek waren afgebeeld met onder elkaar hun salaris en het aantal ontslagen waarvoor ze verantwoordelijk zijn.

“Noem het recht-voor-zijn- raap-kapitalisme”, schrijft het blad. “Je verliest je baan, de aandelenkoers van je voormalige werkgever stijgt en de directievoorzitter krijgt een vette opslag. Je kunt de angst en de woede onder witte-boorden-werkers in Amerika bijna ruiken.”

De inkrimpingsoperaties zijn behalve voor ontslagen werknemers ook voor degenen die mogen blijven enerverend. De vrees de volgende keer zelf aan de beurt te zijn en schuldgevoel over de afgevloeide collega's plagen de achterblijvers. Het vertrouwen dat mensen in hun bedrijf hebben neemt door de bank genomen af: in een opiniepeiling zegt 64 procent van de ondervraagden minder loyaal te zijn aan de onderneming dan tien jaar geleden. Maar 75 procent zegt dat de bedrijven op hun beurt ook minder loyaal zijn aan hun werknemers. Bovendien neemt de onderlinge concurrentie tussen werknemers toe en werkt men harder om het risico te beperken dat men bij een volgende ontslagronde aan de beurt is.

Harde economische cijfers mogen aangeven dat de economie er goed voor staat (al is een groei van 2,1 procent wat mager), ze kunnen het ongenoegen bij de werkende Amerikaan, dat meestal is gebaseerd op waarneming in de eigen omgeving, zelden wegnemen. En de tegenwoordig weer vaak geciteerde observatie van de econoom Schumpeter dat 'creatieve destructie' kenmerk van het kapitalisme is, biedt in individuele gevallen weinig troost.

In de Senaat bepleiten de Democraten Tom Daschle en Jeff Bingaman lagere belastingen voor bedrijven die kiezen voor bij- en herscholing van werknemers in plaats van massa-ontslagen. De zogenoemde R Corp (Responsible Corporation - verantwoordelijke onderneming) zou zich er bij overeenkomst toe moeten verplichten ontslagen te beperken. Ook minister van arbeid Robert Reich en senator Edward Kennedy hebben dergelijke voorstellen gedaan.

“De impliciete sociale band die bedrijven vroeger verbond met hun werknemers is losgeraakt”, meent Reich. Geheel in de nieuwe geest van president Clinton (“het tijdperk van een groot overheidsapparaat is voorbij”) erkent Reich dat de overheid hier slechts een bescheiden rol kan spelen. “Als we willen dat ondernemingen dingen doen die niet noodzakelijkerwijs hun winst voor de aandeelhouders vergroten maar wel de maatschappij in haar geheel ten goede komen, dan moeten we ze een economische reden geven om zo te handelen”, schreef hij vorige week op de opiniepagina van The Los Angeles Times. Hij doelt daarmee op fiscale beloningen voor onder meer bijscholing en herplaatsing van werknemers. Kennedy gaat verder en bepleit een wettelijke verplichting voor bedrijven om regelmatig verslag te doen van hun inspanningen om een maatschappelijk verantwoordelijke rol te spelen.

Het sleutelwoord in al deze voorstellen om het bedrijfsleven te temperen in zijn massale afslankingsoperaties is stakeholder, belanghebbende, een term die geleend is van de Britse Labour-leider Tony Blair. De gedachte is dat directies van bedrijven er niet alleen zijn om het beste resultaat voor de aandeelhouders (shareholders) te behalen. Ook tegenover andere belanghebbenden (stakeholders), zoals werknemers, klanten en lokale gemeenschappen, zouden ze verplichtingen hebben. Ze zouden in hun personeel moeten investeren door middel van voortdurende opleiding en bijscholing. Als inkrimping onvermijdelijk is, zouden ze ontslagen werknemers moeten begeleiden bij hun overgang naar een nieuwe baan. Volgens een recente opiniepeiling vindt 95 procent van de Amerikanen dat bedrijven een bredere taak hebben dan alleen het maken van winst voor de aandeelhouder.