Weemoedig afscheid van Bolswarder 'zuivelschool'

Na 92 jaar heeft de 'suvelskoalle' in Bolsward haar deuren voorgoed gesloten. De hogeschool is verhuisd naar Leeuwarden. De stad treurt. Naamsbekendheid, dynamiek en een boterham verdwijnen.

BOLSWARD, 5 MAART. Sommige studenten hebben al gevraagd of ze hun diploma over een half jaar toch niet in de Martinikerk in Bolsward kunnen krijgen. Zozeer zijn ze verknocht aan hun oude studiestad. Maar telkens klinkt dan een onverbiddelijk 'nee' uit de mond van directeur T. van Aert van de 'zuivelschool' in Bolsward. De opleiding levensmiddelentechnologie is sinds vorige week definitief verhuisd naar het grote moderne Van Hall-instituut in Leeuwarden. Daar zal de toekomstige ingenieur zijn 'bul' in ontvangst moeten nemen.

De 'suvelskoalle' is dicht. Het grote smeedijzeren hekwerk voor het monumentale pand (uit 1904) is gesloten. De sleutel is overhandigd aan de Bolswarder burgemeester. In het verlaten schoolgebouw staan de verhuisdozen opgestapeld. In een kamer hangt nog een verdwaald affiche 'Zuivelschool Bolsward Afblijven'. Een overblijfsel van de gezamenlijke acties die plaatselijke middenstand, gemeentebestuur en studenten (suvels in de Bolswarder volksmond) vier jaar geleden voerden om de school voor Bolsward te behouden. Op het prikbord wordt een kamer te huur aangeboden in Leeuwarden. Aan de buitenmuur hangt een plaquette van de drie studentenverenigingen. Daarop de trotse woorden: 'eens een suvel, altijd een suvel'.

Na 92 jaar is de Rijks Hogere School voor Levensmiddelentechnologie - eerst Rijks Zuivelschool - uit de Friese stad verdwenen. In 1904 werd de school, die opleidde voor directeuren voor zuivelfabrieken, geopend. Er was behoefte aan vakonderwijs in zuivelbereiding (boter en kaas), zeker nadat de zuivelindustrie begin deze eeuw opkwam en de vraag naar geschoold personeel steeg.

Leeuwarden en Bolsward streden van meet af aan om de vestiging van de school. In 1902 herinnerde de toenmalige burgemeester C.J. van Veen de minister van handel er nog eens aan dat de Tweede Kamer met 75 voor en 12 stemmen tegen had besloten de school in Bolsward te vestigen. Ook in de jaren twintig en eind jaren veertig stond Bolsward als locatie ter discussie. In de jaren zeventig en tachtig groeide de opleiding van 50 naar 500 studenten. De 'suvelskoalle' werd verbreed met een hogere en middelbare opleiding levensmiddelentechnologie. De praktijkgerichte studie stond hoog aangeschreven. Advertenties waarin 'opleiding Bolsward' werd gevraagd waren niet zelden te lezen.

Een fusie deed de school uiteindelijk de das om. Na een samengaan met de Leeuwarder landbouwhogeschool werd bepaald dat de opleiding “op termijn” zou moeten verhuizen. Terwijl iedereen dacht dat het zo'n vaart niet zou lopen, bracht het in 1989 gesloten herenakkoord (een onderwijsruil tussen Groningen en Leeuwarden, waarbij de laatste stad al het agrarisch onderwijs zou krijgen) de overplaatsing in een stroomversnelling. De Groninger Landbouwhogeschool, die zich met hand en tand verzette tegen verhuizing naar Leeuwarden, eiste dat 'Bolsward' zeker niet zou achterblijven.

De studenten hebben stevig de smoor in. Ze zijn gehecht aan hun school en 'hun' stad. Ook afgestudeerden blijven de band met het stadje voelen. In de Vereniging Afgestudeerden Bolsward (VAB), treffen oud-studenten elkaar geregeld. Het verenigingsleven is hecht. Het aanvankelijke verzet tegen overplaatsing naar de 'stadse', grote Friese hoofdstad maakte geleidelijk aan plaats voor berusting.

Op de laatste algemene ledenvergadering van de Vereniging Studentensoos (VSS) stemt slechts één persoon tegen opheffing van de vereniging. Maar plotseling slaat in het rokerige zaaltje de uitbundige stemming om in matheid. De laatste voorzitter van studentenvereniging Reholitas, Jurgen Bootsveld kan wel huilen, roept hij. Een ander vraagt een moment stilte. “Het is flink balen dat we hier weggaan”, zegt Bootsveld. En later: “Mannen die mijn opa hadden kunnen zijn, studeerden hier al. Je voelt je daardoor onderdeel van een traditie. Iedereen was hier liever gebleven”, verzekert hij. In de weekeinden kwamen er honderden bezoekers, vrienden uit de echte studentensteden keken er hun ogen uit. Medestudent Kevin Vos karakteriseert het Bolswarder studentenleven als “één grote familie, waar iedereen elkaar kent.”

De Martinistad koesterde zijn suvels. Elke eerstejaars werd op het statige stadhuis ontvangen en toegesproken. De burgemeester was lid van de commissie van advies van de VSS. Ook hij bezocht de laatste soosavond. In de bloeitijd van de opleiding, in de jaren tachtig, telde de school 900 leerlingen. Dat betekende dat een op de 20 inwoners 'suvelstudent' was. Ze brachten niet alleen geld in het laatje, maar gaven de stad ook naamsbekendheid en dynamiek.

Vierdejaars studente Annemiek Borst voelt zich thuis in Bolsward en blijft er wonen. Ondanks de 1.250 gulden verhuispremie die beschikbaar is gesteld aan elke student die naar de Friese hoofdstad verkast. Bootsveld bekent dat hij om die reden alsnog verhuist. Annemiek niet. “Ik kon indertijd kiezen voor Den Bosch of Bolsward. De keuze was niet moeilijk. Den Bosch is een leerfabriek en ik ben bang dat Leeuwarden dat ook wordt.” Eigenlijk mag ze dat niet zo openlijk zeggen, want ze geeft voorlichting aan aankomende Van Hall-studenten. De kleine school en de verwevenheid met de allochtonen spraken vierdejaars Roy Timmermans ook aan. “Soms liepen wij 's morgens dronken door de straten als de marktkooplui hun kramen opzetten. Niemand vond dat erg. We waren toch 'suvels'.”

Directeur Van Aert ziet inmiddels ook goede kanten aan de overplaatsing. “Een aantal studenten koos bewust voor een kleine school. De geborgenheid die ze hier vonden werkten in ons voordeel. Maar nu willen veel afgestudeerde Havo-leerlingen naar de booming city. Ons pluspunt is omgeslagen in een minpunt. Bolsward is natuurlijk een mooi stadje, maar veel studenten antwoorden toch liever 'Leeuwarden, Groningen of Amsterdam' op de vraag waar ze gaan studeren.”