Verwarring in Spanje over vorming van nieuwe regering

MADRID, 5 MAART. In Spanje is grote onzekerheid ontstaan over de vorming van een nieuwe regering na de verkiezingen van zondag. De centrum-conservatieve leider José María Aznar, wiens Partido Popular de verkiezingen won zonder een absolute meerderheid te behalen, kondigde gisteren aan bereid te zijn tot gesprekken met alle partijen om tot de vorming van een coalitie te komen. Hij erkende evenwel dat de politieke situatie “moeilijk” is.

Breekpunt vormt de Catalaans-nationalistische partij CiU van de Catalaanse president, Jordi Pujol. De vorming van een parlementaire meerderheid is alleen mogelijk met hulp van die partij. Maar lijsttrekker Joaquim Molins herhaalde vanochtend dat de partij een regering-Aznar niet zal steunen.

De Catalaanse nationalisten hebben zich de afgelopen jaren gestoord aan de felle aanvallen van de partij van Aznar op de steun die zij gaven aan het kabinet van Felipe González. Daarnaast bestaan er inhoudelijke bezwaren tegen Aznars programma. Met name het streven van de PP om een rem te zetten op de autonomie van Spanjes regio's en de zware kritiek op het taalonderwijs in Catalonië is voor de Catalaanse nationalisten onverteerbaar.

De politieke onzekerheid heeft tot grote onrust op de financiële markten geleid. De Madrileense beurs noteerde een koersverlies van bijna vijf procent in wat nu al bekend staat als de 'Aznar-crash'. De peseta verloor terrein tegenover andere valuta. Zowel Aznar als Felipe González probeerde gisteren de markten te kalmeren.

De socialistische PSOE zal als belangrijkste oppositiepartij evenwel tegen de installatie van een regering van Aznar stemmen, zo werd gisteren duidelijk. Volgens partijwoordvoerders zullen de socialisten zich niet onthouden van stemming, omdat zoiets “alleen in uitzonderlijke situaties van landsbelang” vereist zou zijn. González toonde zich gisteren andermaal tevreden met het resultaat dat zijn partij bij de verkiezingen behaalde. Tegen alle voorspellingen in behaalde de PSOE 37,5 procent van de stemmen, slechts anderhalf procent minder dan haar conservatieve rivalen. De PSOE krijgt 141 van de 350 parlementszetels, de PP heeft er 156.