Uitvinder voelt zich gemangeld tussen de ANWB en TNO

Ing. T.J. Sanders dacht dat hij een mooie uitvinding had gedaan, een stabilisator die het ongewenste slingeren van een caravan kon dempen. Maar vervolgens raakte hij, tot zijn onaangename verrassing, tussen de wielen van TNO en de ANWB.

ROTTERDAM, 5 MAART. Valt onderzoek dat TNO voor derden aan consumentenprodukten verricht onder de noemer 'bestuurshandeling' in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB)? Of is het net zo min 'besturen' als de aanschaf van nieuwe vaatdoeken en het ontslag van de portier?

Deze week komt daarover zekerheid. Dan doet de bestuursrechter in Arnhem schriftelijk uitspraak in een procedure die een 'gedupeerde' van een TNO-onderzoek tegen de onderzoekorganisatie heeft aangespannen.

Ingenieur T.J. Sanders in Oosterbeek eist inzage in fax-correspondentie tussen TNO en de ANWB over de weergave van een vergelijkend TNO-onderzoek aan een 'caravan-stabilisator' die hij ontwikkelde en verkoopt. Bovendien wenst hij een kopie van een rapport met de keuring van stabilisatoren van twee andere leveranciers die destijds een ANWB-keurmerk verwierven en zo een aantrekkelijk concurrentievoordeel op hem behaalden. Volgens Sanders heeft de betreffende keuring nooit plaatsgehad.

De kansen van Sanders worden niet hoog aangeslagen. Toewijzing van zijn eis zou een ongekend precedent scheppen en - bij voorbeeld - de geheimhouding opheffen rond bijna alle onderzoek dat TNO of de Keuringsdienst van waren voor de Consumentenbond verrichten. Toch put Sanders enig vertrouwen uit het gegeven dat de Arnhemse rechtbank hem niet op voorhand niet-ontvankelijk verklaarde. TNO noemt het proces een interessante testcase.

Het opvallende initiatief van Sanders is voorlopig zijn laatste stap op de lijdensweg die hij sinds november 1991 bewandelt. Toen werd zijn Stabifix, een hulpstuk dat tussen auto en caravan wordt aangebracht om ongewenste slingeringen van de caravan te dempen, in de Kampeer en Caravan Kampioen van de ANWB min of meer vernietigend besproken. TNO had in een vergelijkend onderzoek, waarbij ook slingerdempers van Alko-Kober en Westfalia werden getest, vastgesteld dat de bedoelde demping van de Stabifix verhoudingsgewijs gering was en - veel pijnlijker - dat de demper zich in extreme gevallen spontaan kon ontkoppelen. “Dat kan dus een gevaarlijke situatie opleveren”, noteerde de ANWB.

Het oordeel van TNO/ANWB kwam voor Sanders als een totale verrassing. De Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW) had zijn demper eerder dat jaar zonder voorbehoud goedgekeurd en de ANWB zelf had hem, nota bene vlak voordat het gewraakte artikel verscheen, het aanbod gedaan een ANWB-keurmerk aan te vragen. Het zou toch niet zo zijn dat de autobond peperdure keurmerken liet aanvragen, terwijl op voorhand al vaststond dat die nooit verstrekt zouden worden? Of dat hij een slechte beoordeling kreeg omdat hij geen keurmerk aanvroeg? Of dat met de publicatie een oude ruzie werd beslecht?

Sanders vraagt in kort geding rectificatie van het artikel dat zijn verkoop vrijwel stillegt, maar tevergeefs. Hij slaagt er niet in aannemelijk te maken dat de ANWB onzuiver heeft gehandeld, al geeft TNO ter zitting toe dat het onderzoek rond de veiligheid misschien onvolledig was geweest. Sanders tekent hoger beroep aan, maar zet dat uit strategische overwegingen uiteindelijk niet door.

Liever dient hij in april 1994 bij de Haagse politie een strafklacht in over een bedrieglijke handelwijze en ontoelaatbare belangenverstrengeling bij de ANWB. Dat is de vermenging van onafhankelijk, objectief onderzoek en de commerciële uitbating van hetzelfde onderzoek voor keurmerken. Want Sanders gaat er vanuit dat de ANWB goed aan de keurmerken verdient en dat veel gegevens uit het vergelijkend onderzoek ook voor de keurmerken zijn gebruikt. ANWB-hoofddirecteur P.A. Nouwen wordt als verdachte gehoord, maar eind 1994 zal het openbaar ministerie de kwestie ten slotte seponeren.

Tegen die tijd heeft zich een vreselijk vermoeden van Sanders meester gemaakt: het vermoeden dat het keurmerkonderzoek waarop hij tegen een bedrag van 17.500 gulden had kunnen intekenen, helemaal nooit heeft plaats gevonden. Hij berekent dat daarvoor praktisch gesproken de tijd ontbroken heeft en het valt hem op dat in correspondentie steeds andere data worden opgegeven voor de rijtesten. Maar ANWB en TNO houden vol dat wel degelijk een afzonderlijk keurmerkonderzoek was gedaan dat volstrekt los stond van het eerdere vergelijkend onderzoek. Bewijzen komen er niet.

Sanders denkt ondersteuning van zijn visie te kunnen verzamelen via de Reclame Code Commissie, want keurmerken worden immers voor reclame gebruikt. In een klacht die hij in mei 1995 bij de commissie indient laat hij weten 'aanwijzingen' te hebben dat helemaal geen keurmerkonderzoek is verricht en dat de keurmerken simpelweg 'gekocht' konden worden. De ANWB maakt weinig werk van de verdediging: goedbeschouwd hoeven we niet eens technisch onderzoek te doen voor een keurmerk, laat jurist C.A. Hudig op de zitting weten. Sanders' klacht wordt afgewezen, maar hij vindt het veelzeggend dat de ANWB niet, zoals het eenvoudigst zou zijn geweest, het verslag van het keurmerkonderzoek gewoon laat zien.

De ANWB deed iets anders: zij maakte bekend het betreffende rapport bij een notaris gedeponeerd te hebben. Onbereikbaar voor Sanders. Des te belangrijker wordt nu een andere procedure die al eerder was begonnen: die waarbij Sanders TNO probeert te dwingen volgens de Wet openbaarheid van bestuur inzicht te geven in het rapport waaraan zijn concurrenten het ANWB-keurmerk danken. TNO valt als bestuursorgaan onder de WOB. Kort na de procedure bij de Reclame Code Commissie biedt TNO plotseling inzage aan op voorwaarde dat Sanders de ingezette WOB-procedure schorst. Die toezegging komt er.

Samen met zijn raadsman, de Goudse jurist P. Ruijs, studeert Sanders een middag lang op een onderzoeksverslag van zegge en schrijve tien bladzijden. Belangrijke delen schrijven zij over en ze stellen vast dat TNO bij lange na niet alle keurmerkeisen heeft getoetst. “Misschien heeft de ANWB dat zelf gedaan”, oppert TNO-jurist L. Bouwer die zo goed en zo kwaad als dat gaat de conversatie gaande houdt. Hij vertelt dat TNO destijds niet volledig akkoord ging met de concept-tekst van de ANWB voor de Kampeer en Caravan Kampioen over het vergelijkend onderzoek. Nouwen had de politie juist verteld dat TNO wel akkoord ging.

Na vier ongemakkelijke uren nemen Ruijs en Sanders afscheid. De volgende dag bezorgen zij Bouwer een onaangename verrassing als ze meedelen dat ze belangrijke tegenstrijdigheden tussen het getoonde rapport er eerder verstrekte informatie hebben ontdekt. Het heeft er veel van dat een fake rapport is overgelegd, menen ze. Als er geen opheldering komt, zal de WOB-procedure toch worden doorgezet. TNO reageert niet meer en Sanders voegt de daad bij het woord. Hij eist een tastbare kopie van het rapport en bovendien inzage in de fax-correspondentie tussen TNO en ANWB over de weergave van het vergelijkend TNO-onderzoek.

Sanders verzuimt niet de media van zijn bevindingen op de hoogte te brengen: vals rapport! Zo verschijnt het ook in de kranten, samen met het in hoor-en-wederhoor verkregen commentaar van TNO: allemaal leugens! Maar noch TNO noch ANWB besluit tot gerechtelijke stappen tegen Sanders. “Dat is precies wat-ie wil”, zeggen ze desgevraagd. “Misschien dat we na de uitspraak van de bestuursrechter actie ondernemen.”

Die uitspraak komt deze week. Dat Sanders eindelijk de felbegeerde tien bladzijden TNO-rapport in handen krijgt, lijkt onwaarschijnlijk. Maar misschien is dat ook zo belangrijk niet meer. Tot Sanders' stomme verbazing schrijft de ANWB sinds begin december in antwoord op brieven van verontruste Stabifix-bezitters dat het produkt volkomen veilig is. “Het toelatingsnummer van de RDW was destijds het bewijs van de veiligheid”, heet het nu. En in een andere brief: “Geen van de stabilisatoren vertoont mankementen waardoor de veiligheid in het geding kan komen”. Daar is geen woord Latijn bij.

Bouwer van TNO, geconfronteerd met de nieuwe ontwikkeling, staat paf. Dat er veel brieven kwamen had hij al van de ANWB begrepen, niet dat de ANWB zonder ruggespraak met hem in de beantwoording daarvan afstand zou nemen van de TNO-conclusies uit 1991. “Daar zal Sanders wel blij mee zijn”, zegt hij peinzend. Er is nog iemand sprakeloos. Dat is Hudig, de evenknie van Bouwer bij de ANWB. Er is geen sprake van een wijziging in het officiële standpunt van de ANWB, de brieven zijn het resultaat van een internecommunicatiestoornis, zegt hij. En: “Ik word zo langzamerhand ziek van deze zaak.”