Spaanse transities

TIENDUIZENDEN enthousiaste aanhangers van verschillende partijen op de been gedurende de campagne, felle debatten en een opkomst die de tachtig procent naderde. Na meer dan dertien jaar regeringen onder leiding van de sociaal-democraat Felipe González, waarvan de laatste drie jaar werden getekend door een golf aan schandalen, koos Spanje voor het centrum-rechtse alternatief van de Partido Popular van José María Aznar.

In de aanloop naar de verkiezingen is in oppositiekringen veel gefilosofeerd over een 'Tweede transitie'. De 'Eerste transitie' was de periode na de dood van dictator Franco, de overgang naar de democratie waaraan de socialisten van Felipe González een aanzienlijke bijdrage hebben geleverd. Een verdere ontwikkeling, zo was de redenering, eiste dat de Partido Popular de fakkel overnam en een einde maakte aan het 'Felipismo', de politieke cultus van vriendendiensten en corruptie die rond de socialistische PSOE was ontstaan.

De uitslag van zondagnacht leverde geenszins de overwinning op waarop de Partido Popular gerekend had. De partij bleek op landelijk niveau allerminst de ruime meerderheid te hebben behaald die de enquêtes hadden voorspeld. De Catalaanse nationalistische partij van Jordi Pujol - onmisbare schakel in de regeerbaarheid van Spanje - heeft al laten weten een regering met de Partido Popular niet te steunen. De Madrileense beurs voorziet een periode van instabiliteit en noteerde een recordverlies.

DE VERDEELDE krachtsverhouding zoals die nu is ontstaan, heeft een politieke patstelling opgeleverd. Het simpele dictaat van de absolute meerderheid is minder dan ooit van toepassing. Centrum-rechts (PP) en centrum-links (PSOE) verdelen onderling driekwart van het electoraat. Coalities en het sluiten van pacten zijn onvermijdelijk en noodzakelijk. Alleen dan kan een regering gevormd worden die in staat is om de problemen van het land - de achterblijvende economische groei, de werkloosheid en de voortgaande terreur van de Baskische afscheidingsbeweging ETA - aan te pakken. Dat betekent: onderhandelingen, concessies en compromissen.

Gemakkelijk zal het niet worden, want de cultuur van de coalities is tot dusver weinig ontwikkeld binnen de Spaanse politiek. Vooral de Partido Popular zocht de afgelopen jaren haar heil in een keiharde confrontatiepolitiek en plukt daarvan nu, na de voor de PP tegenvallende uitslag, de zure vruchten. Als nieuwe leider ontbeert Aznar bovendien de factor-González: charme gekoppeld aan de kunst van het politieke balanceerwerk. Binnen zijn partij bestaat niet bij iedereen evenveel bereidheid tot concessies. Vooral nu compromissen gesloten moeten worden met partijen waaraan de traditioneel-rechtse vleugel binnen de PP een broertje dood heeft, zal moeten blijken of het zorgvuldig opgebouwde beeld van een gematigde middenpartij staande blijft.

DE TWEEDE transitie verloopt anders dan veel Spanjaarden zich hadden voorgesteld. Maar coalitievorming als spiegel van politieke veelzijdigheid is in Europa eerder regel dan uitzondering. Spanjes complexe parlementaire krachtsverhoudingen hebben zich hierbij aangepast. Dat biedt kansen aan een levendiger debat en meer parlementaire controle dan de afgelopen jaren het geval is geweest. Zo bezien heeft de Spaanse democratie zich verder genormaliseerd en aan kracht gewonnen. Het is aan Spanjes politieke leiders om dit signaal op te pakken.