Sloop-consortium wil olieplatforms opruimen

ROTTERDAM, 5 MAART. Een tiental bedrijven in de regio Rotterdam probeert te komen tot de oprichting van een 'sloop-consortium' dat zich gaat toeleggen op de sloop van overtollige olie- en gasplatforms in de Noordzee.

In de loop van april hopen de initiatiefnemers met details naar buiten te treden.

Van het Nederlandse deel van het continentale plat zullen de komende jaren jaarlijks drie tot vijf platforms voor sloop beschikbaar komen. De indruk is dat het consortium pas bestaanszekerheid zou verwerven als het ook opdrachten van het Britse en Noorse deel van de Noordzee zou bemachtigen. Daar staan de grootste platforms staan. Op de Noordzee staan in totaal meer dan vierhonderd platforms.

Niet bekend

Drs. M. van der Kuijl van de Rotterdamse Kamer van Koophandel beschrijft de komende sloop van offshore-platforms als een heel gewilde markt, een 'wolvenmarkt', waarop zeer voorzichtig geopereerd moet worden. Binnen Nederland proberen ook de regio's IJmuiden en Den Helder, en zelfs Eemshaven, Vlissingen en Harlingen de stroom afgedankte platforms naar zich toe te trekken. De rijksoverheid, in de persoon van het staatstoezicht op de mijnen van het ministerie van Economische Zaken, houdt zich opvallend afzijdig.

Van der Kuijl: “We denken dat Rotterdam in een gunstiger positie verkeert dan IJmuiden en Den Helder, omdat hier veel ruimte en kennis beschikbaar zijn. Per slot is het ontmantelen van platforms het omgekeerde van het bouwen en hebben we nog veel van de oorspronkelijke bouwers binnen de regio. De aanwezigheid van AVR Chemie is van belang voor de milieuvriendelijke verwerking van het afval. Het grote probleem is om concurrenten binnen één consortium onder te brengen. De juridische aspecten zijn ingewikkeld.”

AVR op Rozenburg laat weten zeer geïnteresseerd te zijn in de reststoffen uit platforms. “Ze kunnen nergens beter dan in de draaitrommelovens van AVR-Chemie verwerkt worden.” Maar men onderstreept dat het overleg nog zeer pril is.

In de regio IJmuiden staan initiatieven als die van Rotterdam onder leiding van het Amsterdamse Innovatiecentrum. Aan de besprekingen wordt er deelgenomen door Hoogovens, Wijsmuller en de Vos-groep.