Religieuze doeken van Tsjechische schilder Jan Knap in Utrecht; Kleurvlakken in arcadisch landschap

Tentoonstelling: Jan Knap, Centraal Museum Utrecht, Agnietenstraat 1 Utrecht, T/m 21 april. Open: di-za 19-17u, zo 12-17u. Catalogus: ƒ 30,-.

Er hangt een serene rust in de nieuwe vleugel van het Centraal Museum. Met royale tussenruimtes hangen hier de religieuze schilderijen van de Tsjech Jan Knap. De figuren op zijn kleurige doeken zijn steeds dezelfde: een moeder met haar zoontje, een vader in zijn timmerwerkplaats, het kind omringd door engelen. De Heilige Familie is het terugkerende thema in het oeuvre van Knap (1949); daarmee wil hij volgens eigen zeggen de religieuze kunst, die door het modernisme is uitgebannen, een nieuwe plaats geven binnen de actuele kunst.

Dat mag theoretisch klinken, in Utrecht blijkt hoe Knap sinds 1984 heel toegankelijk werk maakt in een naïeve stijl. Die kinderlijke trant, kennelijk ontleend aan middeleeuwse kunst, verleent de taferelen helderheid en harmonie. Geen wanklank, geen schelle kleur verstoort de paradijselijke harmonie: de vader bewerkt het hout, de zoon reikt hem behulpzaam een latje terwijl de eekhoorns aan hun voeten een nootje peuzelen en engelen op de achtergrond een kamerorkestje vormen.

Op de schilderijen van Jan Knap is alles als op de spreekwoordelijke zevende dag: mèt God zien we dat alles goed is - een heel andere boodschap dan hedendaagse kunst gewoonlijk naar voren brengt.

Toch is die paradijselijke rust bepaald geen kenmerk van religieuze kunst, als je de kunstgeschiedenis nagaat. Daar zien we vooral lijdende Christussen, handenwringende madonna's, bitter wenende discipelen en gefolterde zondaren. Hoe meer vervorming, des te dieper de kunst zou zijn. Knap vindt dat onzin, en verklaart zich niet geïnteresseerd in de donkere kant van religie. Knaps schilderijen staan meer in de traditie van de luchtiger Italiaanse primitieven en, recentelijk, van de middeleeuwse Vlaamse kunst.

Waarschijnlijk om die reden roept zijn werk bij het kunstpubliek boze reacties op (behalve in het nog zeer katholieke Italië). Zijn werk wordt afgedaan als kitsch of vals sentiment, of - erger nog in de ogen van de kunstenaar - als postmoderne ironie of persiflage. Maar het is Knap, die een paar jaar aan een seminarie werd opgeleid, menens met zijn religieuze bedoelingen. Het belangrijkste oogmerk van zijn schilderijen is het ontroeren van de toeschouwer.

De volle, verzadigde kleuren, het arcadische landschap dat door de zon wordt beschenen maar ook verkoelende schaduw biedt, de mensen die onveranderlijk in liefdevolle aandacht voor elkaar zijn: het mag klinken als kitsch, maar het doet weldadig aan. Als het Knaps doel is om religieuze gevoelens (wat dat ook moge zijn) te wekken, dan slaagt hij daar niet in. Zijn doeken wekken bij mij wel een beschouwelijke stemming op, maar geen godsvrucht.

Ironisch is trouwens, dat zelfs de katholieke kerk Knaps werk wantrouwend gadeslaat. Terwijl in Duitsland wel een schilderij met een kruis erop van Georg Baselitz in een kerk werd gehangen, is men bang dat de aankoop van een Knap de kerk een reactionaire of traditionalistische reputatie zou bezorgen.

Toch is Knap een kunstenaar van deze tijd: er zitten vaak grote monochrome vlakken in zijn voorstellingen (bijvoorbeeld een golvend groen grasveld, of een bijna beeldvullende muur), de figuren zijn soms eerder uitgeknipt als in een collage dan mensen van vlees en bloed. De contemplatieve stemming is mede aan die grote kleurvlakken en aan de modern aandoende eenvoud van zijn beelden toe te schrijven. Daarin betoont hij zich een actueel kunstenaar: uiteindelijk is het niet de voorstelling die je iets doet, maar het gevoel dat die achterlaat. Jan Knaps schilderijen zijn vooral Stimmungsbilder.