Onderzoek: HSL beter niet op bestaand spoor

ROTTERDAM, 5 MAART. Aanleg van de hogesnelheidslijn langs het bestaande spoor van Rotterdam via Den Haag naar Schiphol is minder eenvoudig dan onderzoekers van de Technische Universiteit (TU) Delft hebben gesuggereerd. Dit blijkt uit een onderzoek van vier deskundigen die de zogeheten TU-variant hebben vergeleken met de uitwerking van Verkeer en Waterstaat voor een hogesnelheidslijn langs het bestaande spoor.

Daarmee lijken de kansen voor deze tracévariant drastisch afgenomen. De afgelopen maanden hebben Rijkswaterstaat en de TU-onderzoekers elkaar over en weer bestookt met argumenten. Achtergrond van de twist was dat met name de gemeente Den Haag de hogesnelheidslijn graag langs het bestaande spoor wil, omdat dan elke hogesnelheidstrein in Den Haag kan stoppen. Bij de voorkeursvariant van het kabinet krijgt Den Haag alleen in de spits een directe verbinding met Brussel en Parijs.

Den Haag had de TU-onderzoekers opdracht gegeven een variant uit te werken waarbij de hogesnelheidslijn langs het bestaande spoor kwam te liggen, zonder dat daarvoor het hele tracé zesporig hoefde te worden. Vooral in de steden Delft, Den Haag en Leiden zou die zesporigheid grote ingrepen vergen. Volgens Rijkswaterstaat is zesporigheid op den duur onvermijdelijk om het binnenlands treinverkeer zonder veel vertraging te kunnen afwikkelen. Om uit de welles-nietes-discussie te komen kwamen de ministeries van Verkeer en Waterstaat en VROM en de betrokken lokale overheden overeen beide opvattingen over aanleg langs het bestaande spoor te laten toetsen door een commissie van wijze mannen. Beide partijen waren betrokken bij de formulering van de opdracht en de selectie van de deskundigen, en beide hebben tevoren aangegeven zich te zullen neerleggen bij het oordeel van de commissie.

De commissie, onder leiding van hoogleraar ondergronds bouwen aan de TU Delft E. Horvat, heeft Rijkswaterstaat op de meeste cruciale punten gelijk gegeven. Door de uitslag van het toetsingsonderzoek wordt de keuze van het tracé toegespitst tot de variant die tot dusverre de voorkeur van het kabinet heeft - oostelijk langs Zoetermeer - en de zogeheten Bosvariant - pal langs de snelwegen A4 en A13. Naar verwachting neemt het kabinet in de loop van deze maand een definitief besluit, waarna dit aan de Tweede Kamer wordt voorgelegd.