Met hulp van zijn vrienden kan Israel de terreur overwinnen

De golf van terreuraanslagen in Israel toont aan dat Yasser Arafat de Palestijnse extremisten niet onder controle heeft. Maar, vindt Ronny Naftaniel, het vredesproces moet niet worden opgegeven. Wèl moet er een einde komen aan de financiële steun voor organisaties als Hamas, die ook uit Amerika en Europa afkomstig is.

Een van de argumenten van de Israelische regering voor het sluiten van de Oslo-akkoorden met Yasser Arafat was, dat voortaan de PLO in plaats van Israel het terrorisme zou gaan bestrijden. “En die organisatie zal niet belemmerd worden door rechtbanken en mensenrechtenorganisaties”, voegde premier Rabin er hoopvol aan toe. De reeks van vijf aanslagen door zelfmoordcommando's van de fundamentalistische moslim-organisatie Hamas, die grote ontreddering en angst onder de Israelische bevolking heeft veroorzaakt, toont aan hoezeer dit argument een misvatting is. Sinds het begin van de vredesonderhandelingen in september 1993 zijn 180 Israeli's gedood door terroristen van Hamas en de islamitische Jihad. Het is een heel zware tol, die de Israelische bevolking betaalt voor het pad van de vrede.

Het falen van Yasser Arafat om een einde te maken aan het terrorisme van fundamentalistische Palestijnen mag echter niet tot de te gemakkelijke conclusie leiden dat het gehele vredesproces een wassen neus is. Willen Israel, de Palestijnen en de overige inwoners van het Midden-Oosten in de toekomst in vrede en harmonie met elkaar leven, dan zal er uiteindelijk toch een regeling moeten worden gevonden voor de onderlinge conflicten. Israel kon en kan geen twee miljoen Palestijnen in de Westelijke Jordaanoever en Gazastrook blijvend onder zijn controle houden. Het land is niet geschapen om een garnizoensstaat te zijn, steunend op zijn defensie, totdat er een moment aanbreekt waarop letterlijk en figuurlijk de bom barst. Evenmin kan het zich permitteren te buigen voor de eisen van de Palestijnse (en ook joodse) extremisten die door geweld het uitzicht op een betere toekomst van beide volkeren in bloed willen smoren. Israelische regeringen, van welke kleur dan ook, hebben altijd geweigerd terreur te honoreren en dat zal ook nu gebeuren.

Wat is dan het alternatief? De enige andere optie voor Israel is het terrorisme, hopelijk met steun van zijn bondgenoten, volledig de oorlog te verklaren. Het past in de roep van de Israelische bevolking om beter beschermd te worden en sluit aan bij de Israelische traditie af te rekenen met terroristen, variërend van de daders en het brein achter de aanslag op de Israelische sportploeg in München in 1972 tot de Libanese Hizbollah-strijders die het noorden van Israel regelmatig met raketten bestoken. Een krachtig Israelisch antwoord valt ook nu te verwachten, al dan niet met de medewerking van Jasser Arafat. De kans om zelf, zonder Israelische bemoeienis of inmenging, orde op zaken te stellen, heeft de PLO-leider verspeeld, doordat hij de herhaalde verzoeken van de Israelische regering om maatregelen tegen potentiële terroristen te nemen in de wind heeft geslagen. Hamas-leiders werden na enkele dagen arrest steeds weer vrijgelaten en de twee maanden geleden, waarschijnlijk door Israel vermoorde bommenspecialist van Hamas, Yiyhe Ayash, werd door Arafat als een held behandeld. De aankondiging van de PLO-leider dit keer wèl een aantal extremistische organisaties buiten de wet te stellen en het gisteren gedane aanbod om met Israel samen te werken bij de bestrijding van het terrorisme, komen te laat en zijn vooralsnog niet effectief genoeg. Hamas moet volledig ontwapend worden en zijn uitgebreide sociale netwerk dient opgerold te worden.

Deze sociale, niet-militaire tak van Hamas beheert op de Westelijke Jordaanoever en Gazastrook moskeeën, scholen en ziekenhuizen. Volgens het persbureau Associated Press ontvangen die instellingen jaarlijks zo'n honderd miljoen gulden aan steun. Een deel daarvan komt uit Iran. Het regime in Teheran juichte de aanslagen van Hamas in Jeruzalem en Asjkelon vorige week toe. Afgelopen woensdag had de Iraanse vice-president Hassan Habibi in Damascus een onderhoud met leiders van Hamas en de islamitische Jihad. Tegen die achtergrond is het nauwelijks verwonderlijk dat de imam van de Aksa-moskee in Jeruzalem, Hamed Bitawi, twee weken geleden op de door ajatollah Khomeiny uitgeroepen Jeruzalemdag ten overstaan van 300.000 biddende moslims uitsprak dat “heel Palestina van de rivier (de Jordaan) tot aan de (Middellandse) zee” islamitisch is. Deze religieuze indoctrinatie, en de sterke sociale infrastructuur van Hamas in de Palestijnse gebieden, staan aan de wieg van de recente zelfmoordacties.

Een groot deel van de financiële steun voor het sociale netwerk van Hamas komt verder uit Europa en Amerika. Soms wordt het geld ingezameld door goedbedoelende humanitaire organisaties, die hun inkomsten doorsluizen aan scholen, die onder controle van Hamas staan. Voor de Amerikaanse president Clinton was deze praktijk aanleiding om begin vorig jaar de tegoeden te bevriezen van een twaalftal radikale organisaties, die in het Midden-Oosten actief zijn. Hij deed dit na aanslagen van Hamas en de islamitische Jihad in Israel, die het leven aan 41 mensen kostten. Onder de bevroren tegoeden waren overigens ook die van de joods-extremistische organisaties Kach en Kahana Chai. “Ik heb opdracht gegeven tot die maatregel in antwoord op de terugkerende daden van internationaal terrorisme die het vredesproces in het Midden-Oosten dreigen te verstoren”, aldus Clinton. Leiders van Amerikaanse extreme moslim-organisaties reageerden verontwaardigd en zeiden dat de bevroren tegoeden voor humanitaire doelen bestemd waren.

Het zou een goede zaak zijn als ook in Europa een nauwgezette controle komt op de geldstromen naar het Midden-Oosten, zowel in de privé- als overheidssfeer. Bovendien dient, uiteraard binnen het kader van de wet, streng opgetreden te worden tegen islamitische fundamentalisten, die aanzetten tot haat of oproepen tot moord. Dat geldt ook voor Nederland. Nog geen drie weken geleden slaakten zo'n duizend door Iran geïnspireerde moslims in Den Haag voor de ambassade van Israel kreten als: 'Dood aan Peres', 'Dood aan Israel', 'Rushdie's straf komt nog' en 'Weg met het vredesproces'. De nationale politiek dient dit soort uitbarstingen van intolerantie scherp aan de kaak te stellen. Dat ligt minder op Israels weg. Dit land kan hoogstens de strijd aanbinden tegen degenen die dood en verderf onder zijn bevolking zaaien of er opdracht toe geven, maar de oorlog tegen het terrorisme en zijn internationale supporters kan Israel alleen winnen als het land de volledige medewerking van zijn vrienden in Europa, Amerika en de Arabische wereld krijgt.