Het verdriet van een oudere Marokkaanse man

Het contrast tussen Mustapha El Andichi en zijn Marokkaanse tolk is groot. El Andichi is een tanige, in grauwe kleding gehulde, vijftigjarige man met een twintig jaar ouder gezicht, en zijn tolk is een gezette, jongere Marokkaan in een goed gesneden kostuum. Het platteland ontmoet de stad. Maar het grootste verschil is uiteraard de taal: El Andichi woont al 27 jaar in Nederland, maar hij heeft nog steeds een tolk nodig.

Psychiaters - die heeft El Andichi óók nodig. Want het gaat al een poosje erg slecht met deze huisvader. Hoewel hij sinds twee jaar onder psychiatrische behandeling staat, wordt zijn gedrag steeds grilliger en gevaarlijker. Bij de Utrechtse politierechter moet hij zich verantwoorden voor vier zware beschuldigingen: poging tot zware mishandeling van een buurvrouw en haar dochter, diefstal bij diezelfde buurvrouw, bezit van een busje traangas, en - het ernstigste feit - poging tot doodslag op zijn negentienjarige dochter Chama.

Eigenlijk zou El Andichi het zonder tolk en advocaat kunnen stellen, want hij heeft besloten tot een nogal eenzijdige opstelling: de glimlachende ontkenning. Hoe overstelpend het bewijsmateriaal ook is, en hoe de rechter het ook vraagt - vriendelijk, terloops, streng - El Andichi verzekert hem met vastberaden oogopslag dat hij onschuldig is als een pasgeborene.

Twee politiemensen zagen El Andichi de kop van een bezem vanaf de vierde verdieping van zijn flat naar een Marokkaanse buurvrouw en haar dochtertje gooien.

“Dit heeft de politie zelf verzonnen”, zegt El Andichi. “Ik heb nooit eerder in Nederland voor een rechter hoeven verschijnen.”

“Ze zagen ook nog dat u spuugde”, zegt de rechter, mr. H. Koksma.

“Nee.”

“Er is op uw kleding een stiletto en een busje traangas aangetroffen.”

“Bij de eerste aanhouding is daar niets van gezegd.”

“U zou ook bankafschriften van uw buurvrouw bezitten.”

“Het klopt allemaal niet”, zegt El Andichi, “en ik moet erop wijzen dat deze vrouw ooit een winkel in brand heeft gestoken.”

El Andichi deelt de vijandschap jegens deze buurvrouw met een aantal andere, merendeels Marokkaanse, bewoners van de flat. De vrouw zou een hoer zijn, volgens haar tegenstanders. Althans, er komen verdacht veel mannen van verschillende nationaliteiten bij haar over de vloer. Het conflict leidt in de flat nog steeds tot veel spanningen. De vrouw laat zich niet onbetuigd en heeft het overhemd van El Andichi, haar lastigste vijand, al eens aan stukken gescheurd.

Nog veel kwalijker is het vierde feit dat El Andichi ten laste wordt gelegd: de poging tot doodslag op zijn dochter.

“Klopt dat?” vraagt de rechter uit gewoonte.

“Nee.”

“Uw dochter heeft dit verzonnen?”

“Als je dochter iets wil stelen, spreek je haar daarop aan. Zij werd kwaad en heeft de politie geroepen. Ik had wel een bijl - daar hakken wij Marokkanen vlees mee - maar ik heb die niet gebruikt.”

De lezing van zijn drie dochters wijkt aanzienlijk af. Chama leefde, gescheiden van haar man, bij haar ouders. Haar vader wilde dat ze terugging naar haar man, maar ze weigerde. “Hij hield me daarna vast als een gevangene, in het laatste half jaar mocht ik niet naar buiten”, verklaarde ze tegen de politie. Op een dag kreeg ze een nieuwe woning toegewezen. Maar haar vader wilde er niet aan, voor hem is een alleenstaande vrouw - alweer - een hoer.

Op een dag verviel El Andichi tot razernij toen hij een formulier van de woningbouwvereniging zag liggen. “Ik maak haar af”, riep hij, en hij ging de vleesbijl in de kast pakken. Chama sloot zich op in haar kamer en klom de galerij op. Haar vader snelde de voordeur uit en sneed haar de pas af terwijl hij de bijl hief. Twee andere dochters en zijn vrouw klemden zich gillend aan zijn armen vast, iemand waarschuwde de politie.

“Hij zou me hebben gedood”, vertelde Chama later. “Mijn moeder was daar ook bang voor, anders zou ze nooit tegen hem zijn opgestaan.”

Een zusje verklaarde: “Ik ben heel bang voor mijn vader. Hij is gek. Hij schopt en slaat waar hij ons kan raken. Hij slaat met zijn ogen dicht.”

Toch probeerde Chama een dag na de dramatische gebeurtenis haar aangifte tegen haar vader in te trekken. “Ik wil niet dat hij naar de gevangenis gaat.” Het was tevergeefs: justitie vond de zaak te ernstig.

“Dit is niet gebeurd”, zegt El Andichi.

“Al uw dochters hebben dit verzonnen?”

“Er was wel regelmatig ruzie.”

“En waar gingen die ruzies over?”

“Ik heb haar geadviseerd om goed met haar man om te gaan.”

“U wilde de scheiding niet?”

“Als wij moslims trouwen, moet dat zo blijven.”

“Ook als het slecht gaat in de relatie?”

“Als ik gemerkt had dat het slecht met haar ging, had ik wel ingegrepen.”

Wat bezielt El Andichi? Vroeger moet hij een rustige vader zijn geweest.

Het is verdriet - een groot, onstelpbaar verdriet. Zes jaar geleden kwam zijn zoon, vijftien jaar oud, om het leven toen hij door een tram werd overreden. Het was zijn enige zoon. Sindsdien wordt El Andichi geteisterd door nachtmerries en verliest hij zich in driftbuien. De psychiaters stelden 'een post-traumatische stress-stoornis' bij hem vast, maar dat betekent niet méér dan dat andere woord: verdriet.

Hoe moet het nu verder met El Andichi?

“Een bijzondere zaak, een bijzondere verdachte”, zegt de officier van justitie, mr. J. van Zijl. “Ik betreur het dat dit is ontstaan doordat hij zijn zoon heeft verloren. Des te onbegrijpelijker is het dat hij zó met zijn andere kinderen omgaat. Er is geen reclasseringsrapport omdat hij er niet aan wilde meewerken. Ik moet nu wel een forse, onvoorwaardelijke gevangenisstraf vorderen: vijf maanden.” Hij is tegen omzetting in dienstverlening vanwege de ontkennende houding van de verdachte.

De advocaat, M. Verbrugge, pleit voor ontslag van rechtsvervolging, omdat zijn cliënt door een ziekelijke stoornis niet helemaal toerekeningsvatbaar is. Hij wijst er ook op dat het in de Marokkaanse cultuur is toegestaan je kind te slaan om het van fouten te weerhouden.

De rechter vindt het geen excuus. “Voor mij staat vast dat het moslim-geloof gerespecteerd moet worden. Ook erken ik de cultuurkloof met zijn dochter, maar dat betekent nog niet dat hij haar naar het leven mag staan. Ik beschouw hem niet als ontoerekeningsvatbaar, maar hij moet wel geholpen worden.”

Hij veroordeelt El Andichi tot vier maanden onvoorwaardelijk en hij is bereid die om te zetten in 180 uur dienstverlening.

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.