De dood verpakt in bijna ongepaste schoonheid

Dans op 3: Still/Here, woensdag, Ned.3. 20.00u.

Een vrouw, we horen alleen haar stem, beschrijft de minuut waarin haar de dood werd aangezegd. Eerst de vrouwelijke arts zien. Dan de boodschap in haar ogen kunnen lezen. Vervolgens de woorden 'I am sorry' horen.

Steeds wordt de vrouw in haar relaas gestoord door schijnbaar niet ter zake doende vragen. Was de arts blank of zwart? Wat voor kleur hadden haar ogen? En welke kleur de muren van haar kamer? “Beige”, zegt de vrouw, en zelden was het het effect van dat woord zo onthutsend. Spottend spuugt ze het uit. Beige. Het einde van je leven, verpakt in de saaiste kleur die er is.

Het is precies die saaiheid, om niet te zeggen zinloosheid van de dood waartegen de Amerikaanse choreograaf Bill T. Jones zich verzet. Hij stelde de vragen aan de vrouw, tijdens een workshop voor mensen die aan een dodelijke ziekte lijden. Met hun ervaringen als basis maakte hij de controversiële dansvoorstelling Still/Here, die morgenavond in een speciale televisieregie wordt uitgezonden door de NPS.

Still/Here bestaat voor een belangrijk deel uit geluidsfragmenten en videobeelden van de deelnemers aan de workshop. Dat bracht de toonaangevende Amerikaanse danscritica Arlene Croce er vorig jaar toe de voorstelling in The New Yorker liefst vier pagina's lang neer te sabelen. Gezien had ze Still/Here niet, dat weigerde ze. Jones had volgens Croce chantage-kunst gemaakt, die de toeschouwer manipuleren wil door medelijden op te wekken. Dat Bill T. Jones zelf het HIV draagt en dat zijn geliefde, de choreograaf Arnie Zane, aan de gevolgen aids is overleden, liet ze dan ook bewust buiten beschouwing. Door het artikel van Croce ontstond felle discussie over wat vanaf toen 'slachtofferkunst' heette.

Meer nog dan de uitvoering die vorig jaar drie dagen in het Amsterdamse Muziektheater was te zien, toont de gecomprimeerde televisieversie van Still/Here hoe onterecht het predikaat 'slachtofferkunst' is. Bill T. Jones mag dan wel ongeneeslijk zieken laten zien en horen, hij mag zijn choreografie gebaseerd hebben op bewegingen die door hen zijn aangedragen, het is niet hun verhaal dat hij vertelt. Jones annexeert ervaringen en verdicht ze, niet tot iets gruwelijks of meelijwekkends, maar juist tot bijna ongepaste schoonheid. Een karatesprong van een doodzieke jongen bijvoorbeeld, is op video gemonteerd tot een eindeloos, onkwetsbaar zweven. En machteloze zinsnedes over ziekte krijgen in de choreografie een heel andere betekenis omdat ze worden verbeeld door gestaalde, oergezonde danserslijven.

Still/Here gaat niet over zielige mensen. Het is Jones eerder te verwijten dat hij hun treurnis te weinig ruimte geeft. In Still/Here wordt het verval niet aanvaard, maar tot schoonheid getransformeerd. Het is mooi dat Bill T. Jones die beige laatste dagen van een aantal zieke mensen kleur heeft kunnen geven met een prachtige voorstelling. Maar dat hij de lelijkheid van dood zo rigoreus verwerpt, blijft knagen. In laatste instantie maakt het van degenen die gaan sterven toch weer losers, met een ziek lijf dat pas de moeite van het bekijken waard wordt gevonden, als het is opgekalefaterd met een gezonde dosis levenslust.