De Apenrots

Zonder een moment afbreuk te willen doen aan de waarde van Jan Dibbets vind ik, dat hij zich niet op zo'n banale manier moet afdoen met het castreren van het monument van John Rädecker en J.J. Oud. De zuil een pik te noemen, ach, direct na de onthulling werd het door de Amsterdammers de Penus van Milo genoemd, hetgeen een veel spiritueler uitspraak is.

Ik heb tijdens het werk aan het monument vrij veel contact gehad met de 'ouwe John' en vooral met diens zoon Noeki, die de eerste uitvoerder van zijn vader was. Ik kwam geregeld in de orangerie van het Vondelpark, dat tot speciaal atelier was omgevormd. John had zeker gevoel voor het relativeren van de piloon. Eens vroeg hij me: “Wat zal ik doen met de stenen duifjes die erop komen. Zal ik ze er als een zwerm opzetten of moet ik ze er overheen strooien? Kijk, het is toch al een suikerbrood en dan wordt 't ook nog een krentebrood”.

Desondanks weet ik dat er zowel door John maar ook door Oud met eindeloze zorg aan de vorm van de pyloon is geschaafd. Alleen met de keuze van de steen, de travertine heb ik steeds een rampzalig gevoel gehad. De Hollandse beeldhouwers waren in die tijd eigenlijk bang voor de harde graniet. Professor Jan Bronner propageerde altijd de Franse kalksteen, de Euville of de Vaurion en die steen is niet bestand tegen ons klimaat. In ons land werd veel zandsteen gebruikt vanaf de zeventiende eeuw en John werkte daar graag in maar het gebruik van die steen is door het zandsteen-verbod weggevallen. Toch kan ik me niet voorstellen dat de travetine in 40 jaar naar de bliksem is gegaan, daar moeten stunt-verhalen bij zijn.

De ernst, de toewijding en het vakmanschap waarmee dit werk tot stand gekomen is mag men niet zomaar afdoen met loze kreten. De apenrots die Dibbets ervan wil maken, zal altijd getuigen van een mutilatie, een kortzichtige aggressiviteit. Enig respect voor de kunstzinnige expressie van de jaren vijftig is nodig, temeer omdat er een grote strijd is geweest om dit monument uitgevoerd te krijgen. Zinloos om al die discussies weer boven tafel te halen want desondanks heeft de beeldengroep een plaats in harten en historie gekregen. Dat castreer je niet zomaar ineens.