Cricketers na nederlagen trots naar huis

ROTTERDAM, 5 MAART. Ondanks de vijf WK-nederlagen keren de Nederlandse cricketers vrijdag met een trots gevoel terug uit Pakistan. “Het blijft toch een wonder dat we als klein land aan zo'n kampioenschap hebben meegedaan”, zegt manager John Wories vanuit Rawalpindi. “Voor ons was het de vervulling van een jongensdroom.”

Nederland dat vanmiddag met 160 runs verschil van Zuid-Afrika verloor, ging temidden van de toplanden niet af. “We hebben een credit opgebouwd om u tegen te zeggen”, aldus aanvoerder Steven Lubbers. Alleen over het verlies tegen de op papier gelijkwaardige tegenstander uit de Verenigde Arabische Emiraten was hij ontevreden. Lubbers heeft daar nog steeds de pest over in. “Maar zelfs toen kregen we complimenten voor ons spel. Liepen wij met onze bakkes op half zeven rond, kwamen er allemaal enthousiaste mensen op ons af. We see you next tournament, horen we hier steeds.” De Nederlandse cricketers werden de afgelopen weken voor het eerst van hun leven als vedetten behandeld. Overal waar de spelers in India en Pakistan op straat kwamen, werden ze omringd door cricketfans. De mensen riepen de spelers toe, kwamen een hand geven of vroegen om handtekeningen. “Dat gaf een warm gevoel”, aldus Lubbers. Het zorgde ook voor de nodige irritaties. Wories: “We mochten niet zo maar naar buiten. Elke stap die we zetten, werd begeleid door militairen en politieagenten. Ze waren als de dood dat er iets met ons zou gebeuren. Dus moesten we alles wat we gingen doen een uur of vijf van te voren melden.”

Volgens Wories had er tegen Engeland voor de Nederlandse ploeg een verrassing ingezeten. Oranje verloor met slechts 49 runs verschil. “We waren toen al lang tevreden dat we een nette wedstrijd hadden gespeeld, maar we hadden gewoon iets meer lef moeten tonen.” Kenia, dat zich evenals Nederland ook via het WK voor B-landen plaatste voor het A-toernooi, wist vorige week wel te winnen van de West-Indies. Wories: “Daar waren we blij mee, want de Kenianen verdedigden daarmee ook onze zaak.”

Nog steeds is niet iedereen in de cricketwereld ervan overtuigd dat B-landen op het WK thuishoren. Voor het volgende kampioenschap, in 1999 in Engeland, zal er in ieder geval nog niets in het reglement veranderen. Nederland kan zich derhalve weer kwalificeren en dat moet al volgend jaar maart in Maleisië gebeuren. Plaatsing wordt geen eenvoudige opgave. Een aantal routiniers neemt binnenkort afscheid.

Zo heeft Lubbers, sinds 1972 international, vandaag tegen Zuid-Afrika officieel zijn laatste interland gespeeld. Maar de 42-jarige aanvoerder, die van geen ophouden weet, zegt dat “de deur nog op een kier staat”. En dat is niet aan dovemansoren gericht. “Van een man met een dergelijke ervaring moet je dankbaar gebruik maken”, zegt Wories, manager en lid van de keuzecommissie.

In de zomer moet tijdens een groot aantal wedstrijden tegen sterke teams blijken hoe het Nederland zonder steunpilaar Lubbers zal vergaan. Ook andere veertigers als Aponso en Clarke zullen tegen die tijd waarschijnlijk niet meer meedoen. De jongeren moeten het heft in handen nemen. Bij het WK deed de jeugd het boven verwachting. Met name het Rotterdamse duo Van Noortwijk/Zuiderent en de Schiedamse wicketkeeper Schewe bleven fier overeind. Dat sterkt Lubbers en Wories in de gedachte dat Nederland in de toekomst dichter in de buurt van de toplanden kan komen. “Dat is echt geen utopie!”

De enthousiaste Lubbers is bondscoach van de jeugd en ziet in de leeftijdscategorie tot 15 jaar een aantal grote talenten. “Daar kunnen we over een jaar of drie al profijt van hebben.” Wories verwacht dat Nederland alleen sterker kan worden als meer internationals in buitenlandse profcompetities komen te cricketen. “Het is belangrijk dat ze jaarlijks zo'n zestig wedstrijden spelen en niet zoals in Nederland maar een stuk of twintig.” Momenteel spelen alleen Lefebvre en Van Troost als prof in Engeland. Van Troost wil overigens niet voor de nationale ploeg uitkomen, omdat hij Engels international wil worden.

Bij het WK was de inbreng van de residents, de voor Nederland uitkomende buitenlanders, kleiner dan ooit. Nolan Clarke (48) stelde zwaar teleur en ook Flavian Aponso en Peter Cantrell vielen niet op. Een prettige ontwikkeling voor dat deel van de cricketwereld voor wie het meespelen van buitenlanders bij Nederland een doorn in het oog is. “Wie zo denkt, snapt er geen moer van”, reageert Lubbers. “Zonder de steun en begeleiding van de buitenlanders zouden we nooit in staat zijn geweest om aan het WK mee te doen. Daarvoor moeten we ze heel dankbaar zijn!”