Conflict tussen Kroaten en moslims over Sarajevo

SARAJEVO, 5 MAART. Onderlinge conflicten tussen de Bosnische Kroaten en de moslims hebben gisteren geleid tot uitstel van de vorming van een kanton Sarajevo binnen de moslim-Kroatische federatie.

Een maand geleden werden de leider van de Bosnische Kroaten, Kresimir Zubak - president van de moslim-Kroatische federatie - en de Bosnische vice-president Ejup Ganic het eens over de vorming van een kanton Sarajevo. Uiterlijk gisteren hadden de moslims en de Kroaten het eens moeten worden over de samenstelling van een kantonale raad, als vertegenwoordigend lichaam.

Maar de Bosnische Kroaten trokken zich gisteren uit het overleg terug. Een woordvoerder van de Kroaten zei dat het akkoord in strijd is met de Bosnische grondwet. Hij trad niet in details.

Volgens waarnemers zijn de Kroaten bang binnen de kantonale raad te worden overvleugeld door de moslims, die in Sarajevo talrijker zijn. Een woordvoerder van de Kroaten drong aan op de vorming van een eigen Kroatische gemeente binnen Sarajevo. Als dat niet gebeurt, zei hij, zullen de Kroatische inwoners de stad ontvluchten. Hij zei dat “Sarajevo een groter probleem kan worden dan Mostar nu al is”.

De Bosnische federatie van Kroaten en moslims is een van de twee territoriale eenheden waaruit de republiek Bosnië-Herzegovina bestaat, naast de 'Servische Republiek', de eenheid van de Bosnische Serviërs. De samenwerking van de moslims en de Bosnische Kroaten in 'hun' helft van Bosnië verloopt echter al jaren buitengewoon moeizaam.

De Bosnische Serviërs hebben gisteren een vorige maand gearresteerde fotograaf van het Bosnische persbureau in staat van beschuldiging gesteld. Hij zou in 1992 hebben gediend in het Bosnische regeringsleger en toen opdracht hebben gegeven tot moord op een Serviër.

De Bosnisch-Servische generaal Djordje Djukic heeft gisteren in Den Haag gezegd onschuldig te zijn aan de oorlogsmisdaden waarvan de aanklager van het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië hem beschuldigt.

Djukic wordt ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij de belegering en beschieting van de Bosnische hoofdstad Sarajevo, waarbij meer dan tienduizend doden zijn gevallen. Volgens de aanklager gaat het om misdaden tegen de menselijkheid. Djukic was verantwoordelijk voor de logistiek bij het leger van de Bosnische Serviërs.

Een andere door het tribunaal van oorlogsmisdaden beschuldigde Serviër, Milan Martic, 'president' van de eenzijdig door de Kroatische Serviërs uitgeroepen 'Servische Republiek Krajina', heeft zich in een vraaggesprek voor de Duitse televisie verdedigd tegen de aanklacht. Martic heeft volgens het tribunaal vorig jaar opdracht gegeven de Kroatische hoofdstad Zagreb met fragmentatiebommen te beschieten. Bij die volgens het tribunaal uitsluitend op burgers gerichte aanvallen vielen zeven doden.

In het vraaggesprek ontkende Martic niet de bewuste opdracht te hebben gegeven - integendeel: hij zou dat, zei hij, in een soortgelijke situatie opnieuw doen. “Voordat ik die beslissing nam heeft [de Kroatische president] Tudjman talloze vluchtende Serviërs met zijn bommen en kanonnen laten doden. Tudjman werd ondanks al onze oproepen tot de Veiligheidsraad niet tegengehouden. Hij mocht zelfs doorgaan. Mijn enige respons op die aanvallen was natuurlijk: schieten op Zagreb. Ik heb opdracht gegeven op [Kroatische] commandoposten en het [Kroatische] ministerie van defensie te schieten. Ik kan er niets aan doen als door de grote afstand de projectielen hun doel hebben gemist”, aldus Martic. “Ik beschouw mezelf niet als oorlogsmisdadiger. Ik ben geen oorlogsmisdadiger. Ik zou in een nieuwe situatie precies hetzelfde doen om mijn volk te beschermen.” (Reuter, ANP)