Bundesbank betaalde miljoenen te veel voor bankbiljetten

BONN, 5 MAART. Pijnlijke publiciteit voor de Bundesbank. Gisteren is bekend geworden dat de Duitse centrale bank tussen 1983 en 1988 aan het Münchense drukkerijbedrijf Giesecke & Devrient GmbH (G & D) 26,1 miljoen mark te veel heeft betaald voor geleverde bankbiljetten.

Dat is nu, zo'n acht jaar later, gebleken uit een speciaal onderzoek.

Inclusief rente moet G & D nu alsnog 40 miljoen overmaken naar de centrale Duitse geldbewakers in Frankfurt.

Het bedrijf, dat de helft van de Duitse bankbiljettenproduktie drukt, had in strijd met contractuele verplichtingen prijsvoordelen bij zijn papieraankoop (9,7 miljoen) niet ten goede laten komen aan de Bundesbank.

Bovendien had het chemicaliën voor papierbewerking naar een Zwitsers bedrijf (Security Printing) geëxporteerd, dat eigendom was van de toenmalige G & D-chef Siegfried Otto, en het vandaar weer teruggekocht voor aanzienlijk verhoogde prijzen die vervolgens de Bundesbank in rekening werden gebracht. Daardoor ontstond een schadebedrag van 13,4 miljoen mark.

De nieuwe bestuursvoorzitter van G & D, Hilmar Dosch, heeft alle medewerking aan het onderzoek verleend. Hij had ook al bij voorbaat verklaard dat zijn bedrijf de claims van de Bundesbank zou honoreren. Daarom ziet de centrale bank af van juridische actie en handhaaft G & D ook als leverancier, zij wijst erop dat het bedrijf overigens sinds 1990 door modernisering en rationalisatie van het produktieproces in het algemeen steeds lagere prijzen ging berekenen. Ook zou het bedrijf aanzienlijke investeringen hebben gedaan om de fraudeveiligheid van bankbiljetten te vergroten, aldus de Bundesbank.

Het contract van G & D met de Bundesbank was over 1995 goed voor een omzet van 150 miljoen mark. Dat was weliswaar maar een zevende van de totale omzet, maar heeft in feite veel grotere waarde doordat de relatie met de Duitse centrale bank het papierdrukbedrijf, dat bankbiljetten aan circa zestig landen levert, een sterke exportpositie geeft.