Boos Ajax

Bij het begin van de jaren dertig kon de KNVB-voorzitter dr. Dirk van Prooyen nog met enig gelijk van zijn beste voetballers zeggen, dat het “maar mennekes” waren, tegenwoordig zijn het megasterren. Het boek vol gezeur, geweeklaag, gekanker en gevloek over wat de spelers elkaar toevoegen tijdens hun goedbetaalde arbeid, zal wel nooit verschijnen. Maar als het ooit uitkomt, zou een geschrokken staatssecretaris voor de sport de jeugd verbieden het te lezen. Zo is het jongstleden zondag in Arnhem weer raak geweest. Onder aanvoering van de heer Raymond Atteveld (die volgens een krant “het beulswerk inleidde”) heeft een gedreven Vitesse Ajax het voetballen vrijwel onmogelijk gemaakt. Ik schrijf dit niet omdat elke Ajax-nederlaag mij deugd zou doen, want mits in goede doen, spelen de Amsterdammers meeslepend voetbal en verdienen zij het niet om door een deel van het voetbalvolk te worden uitgekotst. Ja, ze komen arrogant over en ze plegen hun mondje te roeren, maar vaak hebben ze recht van spreken.

Maar nu het onlangs nog als 'uitgeblust' en 'achteloos' omschreven PSV een grote achterstand vrijwel heeft ingelopen, gaat Ajax af en toe een tikje lijken op de befaamde reus op lemen voeten, die eerst zo rotsvast overeind stond en nu met bibberige knieën de slotfase van de competitie ingaat. Dan dient een oudgediende als aanvoerder Danny Blind een oase van rust te zijn. Maar in de Gelderse hoofdstad schijnt hij de toch al niet schokbestendige scheidsrechter Wegereef voortdurend als klagerige praatpaal te hebben misbruikt, terwijl hij in de rel waarin Atteveld en Bogarde hoofdrollen vervulden, allerminst als vredestichter optrad. Natuurlijk waren de Arnhemmers in het voordeel. Ajax moest wel denken aan het Europese duel contra Borussia Dortmond van morgen. De gehavende onderdanen van Louis van Gaal konden zich geen blessures permitteren. De heer Atteveld en de zijnen waren puur op het oorlogspad en de aanvoerder wilde dat ook best weten. Maar als het dan half vijf is geworden en de ogen iets minder bloeddoorlopen zijn geworden, dan komt Van Gaal aan het woord. En wat zegt de grote pasja van het Nederlandse voetbal? “Ik verwijt Vitesse niets. De ploeg is net zo ver gegaan als Wegereef het toeliet.” Daar heb je het weer: eigen verantwoordelijkheid bestaat niet. De scheidsrechter is de enige die een geweten heeft dat dient te functioneren.

Niemand leeft foutloos, ook Ajax niet. Evert Vermeer schreef in zijn degelijke boek Negentig jaren Ajax hoe het toenmalige eerste elftal tijdens een tournee door Zuid-Afrika nogal dramatisch in de fout ging. Ze speelden tegen een selectie uit het noorden van de provincie Transvaal - het was in 1958 - en een geëmigreerde Nederlander, Pieter van der Spek, trad op als wedstrijdleider. Ajax vond hem erbarmelijk leiden. Eerst was er een dubieuze strafschop en later een schoolvoorbeeld van een buitenspeldoelpunt en bevoordelen van Transvaal. De Nederlandse spelers waren dermate uit hun evenwicht, dat ze met z'n allen het veld verlieten en niet van plan waren terug te keren. Gelukkig waren de officials verstandiger. Zij overreedden de heren terug te keren. Maar plezierig werden de verhoudingen niet. Eddy Pieters Graafland schoot de bal opzettelijk de tribunes in, waar het volk Ajax stond te bekritiseren. De krant The Star had de mond vol over het onprofessionele gedrag van de bezoekers en sprak van 'een staaltje continentaal temperament'. Gelukkig smeerde aanvoerder Ger van Mourik zalf in de wonden. Voor de radio merkte hij op, dat heel Ajax spijt had van het weglopen en dat zoiets nog nooit eerder was voorgekomen. De Zuidafrikanen accepteerden de excuses, maar de KNVB niet. De speler Geelhuizen werd geschorst, evenals Pieters Graafland. Maar die vertrok naar Feyenoord en heeft volgens Vermeers boek zijn straf nooit uitgezeten.