Arafat geconfronteerd met moeilijkste politieke keuze van zijn leven

“Wij zullen naar vrede streven alsof er geen terrorisme is. En we zullen de terroristen bestrijden alsof er geen vrede is.” Dat was jaren lang was de politieke leuze van de vermoorde Israelische premier Yitzhak Rabin, overgenomen door zijn opvolger, Shimon Peres. Het was een uitspraak die in één adem zowel flinkheid als de bereidheid tot compromissen aangaf.

Inhoudelijk was die belofte niet na te komen. Yasser Arafat, de onlangs met overweldigende meerderheid gekozen president van Palestina, is weliswaar Israels 'vredespartner' en heeft de afgelopen tweeënhalf jaar voortdurend gesproken over 'de vrede der dapperen'. Maar de dapperen hebben alleen afgesproken in de toekomst vrede met elkaar te sluiten. Tot dát moment aanbreekt blijven zij vijanden en op voet van oorlog. Alle retoriek van de machten van buiten verandert daar niets aan.

Sterker nog: Beide bevolkingen zijn het met elkaar oneens over vrijwel alle inhoudelijke aspecten van die vrede maar zij zijn het volledig met elkaar eens dat zij - zelfs bij vrede - zo min mogelijk met elkaar te maken moeten krijgen. Wat dat betreft, is er aan Israelische kant een vreemde incongruentie: Men streeft naar vrede met zijn Arabische buren met het doel als gelijkwaardig te worden geaccepteerd en dus zoveel mogelijk contacten met hen te hebben. Men streeft echter naar vrede met de Palestijnen teneinde zo min mogelijk contact met hen te hebben.

Een deel van het Israelische politieke establishment deelde die gevoelens van de bevolking niet. Shimon Peres is er bij voorbeeld van overtuigd dat duurzame vrede onmogelijk is zonder nauwe samenwerking op alle tereinen. Gemeenschappelijke economische belangen op regionaal gebied zullen naar zijn mening op den duur gemeenschappelijke politieke belangen worden - en daarmee de kansen op oorlog minimaliseren.

Maar gisteren moest hij capituleren voor de druk van de Israelische publieke opinie. Hij zette de politiek van vrede in de ijskast en gaf terrorismebestrijding alle voorrang. De vredesonderhandelingen met Syrië zijn voor onbepaalde tijd opgeschort. En een hele serie maatregelen werd aangekondigd “om door middel van scheiding coëxistentie in vrede en veiligheid tussen Israel en de Palestijnen mogelijk te maken”.

Bovendien werd Arafat te verstaan gegeven dat hij razendsnel maatregelen moet nemen tegen de radicaal-islamitische groepen in de door hem bestuurde gebieden. Anders zal Israel zélf daar optreden. Maar dan komt het waarschijnlijk tot gevechten tussen Israelische militairen en de Palestijnse politie. Als die gevechten uitblijven en Arafat de Israeliërs hun gang laat gaan, is zijn politiek leiderschap onherstelbaar beschadigd. In beide gevallen wordt het vredesproces zwaar beschadigd.

Tot eergisteren was het Arafats politiek om een beetje wél en een beetje niet toe te geven bij zware pressie van Israel om maatregelen te nemen. Hij pakte de Islamitische Jihad (die een kleine organisatie is) hard aan. Maar hij ging uiterst voorzichtig om met Hamas, dat naar ruwe schatting op de sympathie kan rekenen van zeker dertig procent van de Palestijnse bevolking in de autonome en bezette gebieden. Voor zover vooraanstaande leiders, organisatoren en predikers van Hamas werden opgepakt, werden zij na enige tijd weer vrijgelaten - tot ontevredenheid overigens van Nasser Youssouf, het hoofd van de Palestijnse veiligheidsdienst in de Gazastrook, die hen als een grote bedreiging ervaart en dus veel hardere maatregelen bepleitte.

Hamas, dat nog maar twee jaar geleden dacht Arafat binnen de kortste tijd te kunnen overvleugelen door hem over zijn vredesafspraken met Israel te laten struikelen - is de laatste tijd in ernstige problemen. Daarover zijn alle deskundigen het eens. De door Hamas geboycotte Palestijnse verkiezingen werden een groot succes voor Arafat en zijn aanhangers, waardoor Hamas aan politieke en effectieve geloofwaardigheid inboette. Dat is voor een beweging die zich op God én de volkswil beroept, onaanvaardbaar.

De vraag was hoe men daarop moest reageren. Een deel van de Hamas-leiders - met name die in de Gazastrook, die beter op de hoogte zijn van de gevoelens van hun achterban - kwam tot de conclusie dat zij de jihad (de heilige oorlog) tegen Israel moesten opschorten en op betere tijden moesten wachten. En dus onderhandelden zij eindeloos met Arafat over een staakt-het-vuren.

Hamas is geen hiërarchische beweging waar één leider met één druk op de knop de hele machine in werking stelt. De beslissingen worden altijd in conclaaf genomen. Maar de leiders, die zowel in Palestina leven als in Jordanië, Syrië, Soedan en de VS en Europa, kregen steeds meer onderlinge tegenstellingen, toen de zaken niet meer zó liepen als zij verwacht hadden.

Precies zoals elders in de Arabische wereld, gaan de debatten over fundamentele beslissingen: doorgaan met de strijd tegen 'de varkens en apen', zoals de Israelische joden door Hamas worden aangeduid, kan Israels ontruiming van 'islamitische gebieden' op de lange baan schuiven. De 'gematigden', die de traditionele denktrant aanhangen van de Moslim broederschap, vinden dat onacceptabel. Zij zijn van mening dat men prioriteiten moet stellen. De heilige oorlog tegen de 'zionistische entiteit' kan worden opgeschort, evenals de strijd tégen Arafats goddeloze PLO en vóór een islamitische staat. Er is - zoals de Profeet Mohammed reeds heeft aangetoond in zí'jn oorlog tegen de joden - geen enkel bezwaar tegen een staakt-het-vuren, zelfs voor lange tijd. Want daarna bestaat er nog alle gelegenheid de strijd weer te hervatten, nadat de Palestijnen meer Palestijns gebied in handen hebben gekregen.

Hun tegenstanders binnen Hamas zeggen dat Arafat met exact diezelfde argumenten het vredesproces aan de PLO en aan het Palestijnse volk verkocht. Door Israels bestaansrecht te erkennen, hield hij uitverkoop van islamitisch gebied - wat in de ogen van God onacceptabel is. Zij vinden dan ook dat de heilige oorlog juist moet worden opgevoerd. Hoeveel offers daarbij vallen, is niet van belang. Fathi Chekaki, een onlangs door Israel vermoorde leider van de Islamitische Jihad, zei het al een paar jaar geleden: “Wij houden even veel van de dood, als de Israeliërs van het leven.” Hij was de eerste die zelfmoordcommando's organiseerde en zijn organisatie heeft de laatste tijd nauw samengewerkt met bepaalde groepjes van Hamas.

Yasser Arafat, die vanuit zijn verlangen naar Palestijnse nationale eenheid altijd zowel kool als geit probeerde te sparen, staat nu voor de moeilijkste keuze uit zijn leven: híj moet zijn radicaal-islamitische landgenoten offeren om zoveel mogelijk land voor zijn Palestijnse volk te redden.