Angstige sfeer in Israel doet denken aan juni 1967

TEL AVIV, 5 MAART. De sfeer in Israel doet denken aan de spannende dagen die aan de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 voorafgingen. De zelfmoordterreur van Hamas heeft geleid tot totale onzekerheid, wanhoop en uitzichtloosheid bij de Israliers.

In de juni-dagen van 1967, voordat de oorlog uitbrak, riep angstig Israel om een sterke man. Onder die druk van het volk moest de toenmalige premier Levi Eshkol het ministerie van Defensie overdragen aan generaal Moshe Dayan. Israel won die oorlog toen glansrijk, niet door de machtswisseling op Defensie, maar dankzij het feit dat de opperbevelhebber van het leger, generaal Yitzhak Rabin, de Israelische strijdkrachten tot in de perfectie op een grote oorlog in het Midden-Oosten had voorbereid.

Nu, na de zelfmoordaanslagen in Jeruzalem, Ashkelon en Tel Aviv, wordt er weer geroepen om een 'sterke man'. In de Israelische politieke verhoudingen is dat een krachtig verlangen. Veel Israeliers zijn voorstander van de vorming van een regering van nationale eenheid, een samenwerking tussen de regerende Arbeidspartij en de oppositionele Likud-partij. Generaal Ariel Sharon, in de verbeelding van velen de aangewezen 'sterke man', heeft vanuit de Likud-rangen al tot de vorming van zo'n regering opgeroepen. De door premier Shimon Peres uitgeschreven algemene verkiezingen voor 29 mei moeten volgens Sharon dan maar met een jaar worden uitgesteld. Het politieke debat moet wijken voor een nationale inspanning om “de beesten van Hamas” te vernietigen.

Premier Peres, de dromer van een 'nieuw Midden-Oosten' weet dat de vorming van een regering van nationale eenheid ernstige gevolgen voor zijn vredespolitiek zal hebben. Maar hij heefte zich, kennelijk met een diep inzicht in de gevoelens van het Israelische volk, niet tegen het inslaan van die weg verzet. Hij aarzelt de politieke handschoen die Sharon hem namens Likud-leider Binyamin Nethanyahu heeft toegeworpen op te nemen. Peres hoopt de Hamas-storm die over Israel raast te kunnen uitzitten.

Vandaar de vorming gisteravond van een speciaal hoofdkwartier ter bestrijding van de Hamas-terreur, over de grenzen heen als het moet. Terwijl deze regels worden geschreven loopt vandaag ook misschien ergens in Israel een Hamas-zelfmoordterrorist rond om zich in Haifa of elders in de lucht te laten vliegen samen met zoveel mogelijk omstanders of inzittenden van een bus. Het is deze onzekerheid, die door de Hamas-dreigementen traumatische vormen aanneemt. Het roept de vraag op of deze vorm van terreur eigenlijk wel is te bestrijden.

Het is twijfelachtig of het speciale hoofdkwartier, onder bevel van het hoofd van de binnenlandse inlichtingendienst Shin Beth, en zelfs de vorming van een regering van nationale eenheid Hamas kunnen imponeren. Voor het Israelische volk betekenen deze stappen slechts tijdelijke psychologische rustpunten. Betrouwbare Israelische bronnen zeiden gisteren dat er honderden Palestijnse jongeren klaar staan om op een teken van Hamas-leiders als shihad (martelaar) in een zelfmoordaanslag tegen de joden te sterven.

Tanks, vliegtuigen, soldaten in de straten en op de bussen zijn geen afdoend antwoord op deze dreiging. Ook niet het verbannen van Hamas-kopstukken, of het opblazen van huizen van familieleden van Hamas, of het opblazen van hele straten en over de grens zetten van alle inwoners van Hamas-dorpen, zoals een van de ministers gisteren suggereerde.

Voortzetting van het vredesproces is volgens medewerkers van het Instituut voor strategische studies van de universiteit van Tel Aviv de enige weg om de Hamas-terreur op termijn in te dammen. Onder de gegeven omstandigheden is er heel veel politieke moed voor nodig om tegen de gevoelens van woede van de zwaar aangeslagen Israelische bevolking in te gaan. Hoogstwaarschijnlijk zou Peres graag die weg opgaan, maar als politicus wordt hij met de verkiezingen in zicht naar een politieke positie gejaagd die juist Hamas in de kaart speelt.

Likud-politici, maar ook Israelische hoogleraren die als oriëntalisten naam hebben gemaakt, zoals prof. Porath van de universiteit van Jeruzalem, zeggen dat “het kwaad” moet worden gezocht in het akkoord van Oslo. Door het vertrek van het Israelische leger uit de Strook van Gaza en uit de Palestijnse steden op de Westelijke Jordaanoever - op Hebron na - is de Israelische inlichtingendienst volgens hen geblinddoekt. De raderen van de Shin Beth zijn op de nieuwe Palestijnse werkelijkheid vastgelopen. De Palestijnse collaborateurs zijn òf naar Israel gevlucht òf ze hebben zich tot Yasser Arafat of Hamas bekeerd.

Daardoor is het gemakkelijker over de vernietiging van de infrastructuur van deze moslim-fundamentalistische organisatie te spreken dan tot effectieve actie over te gaan. Als Israelische troepen inderdaad achter de grenzen van de Palestijnse bestuursautonomie zullen opereren kan dat rampzalige gevolgen hebben voor de politieke positie van Yasser Arafat, tot hervatting van de intifadah leiden en daardoor in het gunstigste geval tot onderbreking, maar geen stopzetting, van het vredesproces.

Om al deze redenen heeft Hamas premier Peres in een vrijwel onmogelijke positie gemanoeuvreerd. Zijn tragiek vandaag is dat hij niets goeds kan doen.