Zet het rapport-Van Traa op Internet

Het eindrapport van de commissie-Van Traa is op cd-rom uitgebracht. Wie denkt voor een paar kwartjes klaar te zijn heeft het mis. De uitgever, Sdu, heeft een monopoliepositie en kan feitelijk vragen wat hij wil. Het wordt tijd dat de Tweede Kamer een openbaar debat wijdt aan het uitgeven van eigen stukken, vindt Dick van Eijk.

Wie even iets wil opzoeken in Inzake opsporing, het eindrapport van de commissie-Van Traa, kan er gerust een poosje voor gaan zitten. Meer dan 4.900 bladzijden telt het rapport met al zijn bijlagen, en een behoorlijk register ontbreekt. Een elektronische uitgave met alle snelle zoekmogelijkheden van dien zou een uitkomst zijn.

Zo'n uitgave er gelukkig. Eind vorige week verscheen het rapport op cd-rom. Dat is weliswaar veel te laat - een maand na de papieren versie - maar beter laat dan nooit. De burger die geen 695 gulden over had voor zo'n onhandig boekwerk kan nu voor een prikje kennisnemen van de informatie die hem aangaat. De reproductiekosten van een cd-rom bedragen immers bij een flinke oplage hooguit een paar kwartjes. Menig computertijdschrift geeft er bij elk nummer een gratis weg.

Maar zo zijn die zaken niet geregeld in Nederland: kosten en prijs hebben weinig met elkaar te maken. Dat komt doordat de Tweede Kamer het uitgeven van de Kamerstukken heeft uitbesteed aan een monopolist. De uitgever, Sdu, kan feitelijk vragen wat hij wil; concurrentie is er niet. Welnu, voor de cd-rom met het rapport van de commissie-Van Traa brengt Sdu 650 gulden in rekening. Dat is per gram ongeveer even veel als de drugs die in het rapport zo vaak ter sprake komen. Verschil is alleen dat de handel van Sdu legaal is.

Au fond valt Sdu echter helemaal niet zo veel te verwijten. Ze hebben een monopolie, en waarom zouden ze dat niet exploiteren? De blaam ligt bij de organisatie die het monopolie heeft verstrekt: het parlement zelf.

Hier is een nuance op zijn plaats. Van een monopolie op de uitgave van de Kamerstukken is in de strikte zin van het woord geen sprake. In de Auteurswet is expliciet geregeld dat de Kamerstukken vrij van rechten zijn. Iedereen mag ze dus uitgeven. Toch mogen de uitgaven van Sdu niet zomaar onbeperkt worden gekopieerd, want de uitgever heeft rechten op de vormgeving. Slechts de tekst zelf is vrij, dus overtikken mag.

Dat is natuurlijk een heel karwei, dus daaraan begint geen mens. Het zou ook helemaal niet nodig zijn als iedereen toegang zou hebben tot de elektronische versie van de tekst. Op dat punt ligt het feitelijke monopolie van Sdu. Niemand anders krijgt de beschikking over de elektronische versie, dus niemand anders kan de tekst eenvoudig zelf uitgeven, op papier, cd-rom of via het Internet.

Deze principieel onjuiste situatie is in Nederland heel gewoon. Ze bestaat niet alleen voor Kamerstukken, maar ook voor wetgeving en jurisprudentie, en literatuurbestanden van departementen. Ook hierbij heeft één uitgever, Kluwer respectievelijk Vermande, exclusief toegang tot de elektronische versie van de teksten. Kluwer kan dan ook rustig drieduizend gulden rekenen voor een cd-rom met de complete Nederlandse wetgeving.

Het contract over de deze wettenschijf (de Algemene Databank Wet- en Regelgeving) is vorig jaar gepubliceerd door het tijdschrift Computerrecht. In een begeleidend commentaar bekritiseert de advocaat en hoogleraar economisch recht D.W.F. Verkade onder meer dat is vastgelegd dat derden de platte teksten kunnen krijgen voor vijf tot vijftien gulden per duizend woorden. Let wel, het gaat hierbij om rechtenvrije teksten waarvan het feitelijk kopiëren nauwelijks tijd en moeite kost.

Uitgevers verdedigen zich in dit soort kwesties altijd met het argument dat zij waarde toevoegen aan de teksten, en daardoor hogere prijzen mogen vragen. Daar is niets tegenin te brengen. Ik heb er dan ook niets op tegen dat Sdu 650 gulden vangt voor het schijfje met Inzake opsporing. Voor die prijs krijgt de gebruiker immers ook een mooie interface, kruisverwijzingen, een zoekmachine en een doosje. Dat geldt evenzeer voor de wettenschijf van Kluwer, waar enorm veel redactiewerk is gaan zitten in het verzorgen van verwijzingen. Daar mag Kluwer best aan verdienen. Mits iedereen tegen verstrekkingskosten de beschikking kan krijgen over de kale teksten.

Hoe moet het dan wel? Het parlement en de departementen moeten er zelf voor zorgen dat alle openbare stukken die ze uitgeven zonder verdere heffingen via Internet toegankelijk zijn. Een fatsoenlijke zoekmachine en een index horen daarbij. Het zou vervolgens iedereen vrij staan teksten te kopiëren naar de eigen computer, die te voorzien van verwijzingen, commentaren en een mooie vormgeving, en vervolgens uit te geven. Sdu kan dan desgewenst nog steeds 650 gulden vragen voor het schijfje met het rapport-Van Traa. Alleen kan een concurrent een schijfje met dezelfde tekst voor een tiende van die prijs op de markt brengen. Misschien zijn de verwijzingen dan minder uitgebreid en ziet het er minder gelikt uit. Maar de consument kan kiezen. En de burger kan altijd nog zijn toevlucht tot het Internet nemen, en de tekst daar lezen tegen de kosten van de telefoontikken, of gewenste passages printen tegen de kosten van inkt en papier.

Het wordt hoog tijd dat de Tweede Kamer een openbaar debat wijdt aan het uitgeven van de eigen stukken. En hoewel het in het algemeen bewindslieden niet aangaat het parlement op de vingers te tikken, is in dit geval wellicht een schone rol weggelegd voor minister Wijers om zijn mededingingsbeleid kracht bij te zetten. En mocht dat allemaal niets uithalen, dan is het te hopen dat computervaardige burgers om te beginnen de tekst uit de cd-rom Inzake opsporing lichten en publiceren op een gepaste plek op het Internet. Weliswaar bevat het hoesje een indrukwekkende waarschuwing - “Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of op papier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.” - maar deze dient met een flinke korrel zout te worden genomen. Die kan immers geen betrekking hebben op de tekst zelf, die tenslotte rechtenvrij is; elke claim daarop van Sdu dient met kracht door burgers én volksvertegenwoordigers te worden bestreden.