Zapamn

Nergens de afstandsbediening te vinden. Ik schuif mijn stoel richting toestel. De knoppen daar zijn verscholen achter een moeilijk te openen klepje dat onmiddellijk dichtklapt zodra ik mijn hand terugtrek. De hele avond zal ik met mijn neus bovenop de beeldbuis zitten op zoek naar sport. Terwijl op de achtergrond moeder door het huis huppelt op zoek naar de afstandsbediening. In alle kasten wordt gesnuffeld, laden gaan open en dicht. In stapels kranten, onder tafelkleedjes, op vensterbanken.

Als je zo dicht op het scherm zit, wint de achtergrond het van de voorgrond. De skieër die naar beneden slalomt, verliest het van de vlaggetjes die hij aantikt. Achter zijn rug dansen ze zeer gracieus een tijdje door. Bij Barcelona zie ik achter de achterlijn fotografen zitten in groepjes van twee. Overal in de wereld moeten ze achter de reclameborden blijven, maar daar mogen ze tot de achterlijn.

De ene houdt de camera vast en de ander fungeert als menselijke buffer. Hij werpt zich voor de fotograaf als een vleugelspeler na het halen van de achterlijn niet meer kan remmen.

“Daar kan hij onmogelijk liggen”, roep ik als ik aan het gerinkel hoor dat ze de besteklade heeft opengetrokken. “Geen mens legt dat ding tussen vorken en messen.”

Over een paar weken zal vanuit het niets de afstandbediening op zijn oude plek terugkeren, op de salontafel, achter een vetplant. Meestal ligt er een stapeltje reclamedrukwerk overheen. Waarom kan zo'n ding niet open en bloot liggen? Ik heb ooit voorgesteld om hem gewoon op de televisie te leggen, in het zicht. Dat stond zo ongezellig, vond ze. Wat ook ongezellig staat: het licht aandoen voor de overgordijnen hermetisch gesloten zijn. Zo is ze en zo blijft ze. Ik zal haar nooit om krijgen.

Elke zondag zit ik daar, de enige dag dat zij haar gasstel gebruikt, en de enige dag dat ik televisie kijk. Thuis heb ik er geen. Over sport op de televisie schrijven, en zelf geen toestel hebben. Wordt het zo langzamerhand niet tijd om er zelf een te kopen? Maar dan heb ik zo'n apparaat in huis. En zondagavond zit ik daar toch. Dat is na de dood van mijn vader zo gegroeid en daar wordt niet meer aan getornd. Zij zal de groente en de aardappels koken, en ik zal het vlees braden. De rest van de week eet ze in het bejaardentehuis verderop. Niet eerder dan de tiende aflevering voer ik haar ten tonele, had ik mezelf bezworen. Niet eerder dan de tiende, en als het even kan helemaal nooit. Dit is aflevering nummer acht.