Winst van conservatieve partij valt krap uit; González verliest verkiezingen Spanje

MADRID, 4 MAART. De conservatieve Partido Popular van de Spaanse oppositieleider José María Aznar heeft tijdens de parlementsverkiezingen van gisteren de socialistische partij van premier Felipe González verslagen.

Daarmee is een einde gemaakt aan een periode van ruim dertien jaar waarin de socialistische PSOE onafgebroken de grootste partij van Spanje is geweest. Naar verwacht zal Aznar deze week de opdracht krijgen een regering te vormen. De winst van de Partido Popular (PP) bleek echter aanmerkelijk krapper dan alle kiezerspeilingen hadden voorspeld: 38,9 tegenover 37,5 procent voor González' partij. In het Spaanse kiessysteem levert dit de PP 156 van de 350 kamerzetels op, vijftien meer dan de socialisten.

De Partido Popular is daarmee ver verwijderd van de “voldoende meerderheid” die de partij zichzelf ten doel had gesteld om een regering te vormen. Woordvoerders van de PP hebben gezegd steun te gaan winnen bij verscheidene lokaal-nationalistische partijen, die ook ministers kunnen leveren. Sleutelrol lijkt hierbij weggelegd voor de Catalaanse regio-president Jordi Pujol, wiens nationalistische CiU gisteren zestien zetels behaalde, een verlies van een. Het door de communisten gedomineerde Verenigd Links (IU) haalde 21 zetels, drie winst.

De beurs van Madrid, waar vorige week werd gerekend op grote winst voor de PP, reageerde op Aznars krappe zege vanochtend aanvankelijk met een daling van bijna 5,5 procent.

Bij een bomaanslag in de noordelijke stad Irun, vermoedelijk het werk van de Baskische militante afscheidingsbeweging ETA, is vanochtend een politieman omgekomen. De PP heeft tijdens de campagnes beloofd de ETA zeer hard te zullen treffen.

De PP-leider José María Aznar verscheen gisteravond rond half twaalf op een metershoog podium voor de uitzinnige menigte van duizenden, vooral jongere partij-aanhangers. Die hadden zich in de loop van de avond verzameld voor de PP-zetel in het centrum van Madrid, waar een groot deel van de boulevard was afgezet om plaats te maken voor een openlucht-discotheek. Volgens Aznar, die moeite had boven de spreekkoren van zijn aanhang uit te komen, is in Spanje “een nieuw tijdperk aangebroken”, nu zijn partij “kan gaan regeren”. Hij prees zijn aanhang voor de voorbeeldige wijze waarop campagne was gevoerd en sloot af met een “Leve de Koning” en “Leve Spanje”.

Enkele kilometers verderop in de hoofdstad feliciteerde González zijn rivaal met de overwinning. Hij verklaarde dat de PP als grootste partij de opdracht moet krijgen een regering te vormen. [Dan] “zullen wij een rigoureuze oppositie voeren om de welvaartsstaat en de solidariteit te verdedigen”, aldus een glimmende González.

Pagina 5: Uitslag Spanje legt pleisters op wonden van de socialisten

De feestvreugde bij de PP kon vannacht niet verhullen dat bij de partijtop enige teleurstelling heerst over de uitslag. Gedurende de avond had de 'nummer twee' van de PP, Francisco Alvarez-Cascos, nog de hoop uitgesproken dat het verschil met de socialisten verder zou toenemen.

De PSOE had in verband met de verwachte nederlaag met haar traditie gebroken om het Palace Hotel tegenover het Spaanse parlementsgebouw af te huren. Partijkader en aanhang resideerden in het hoofdkwartier, waar González rond kwart over elf in de volgepakte conferentiezaal verscheen, waar dolenthousiaste partijleden hem toezongen voor zijn 54ste verjaardag. González zei niet uit te sluiten dat de PP geen meerderheidsregering kan vormen. “Dan ontstaan er nieuwe mogelijkheden”, aldus González.

Hoewel het feest zich voornamelijk in het partijgebouw afspeelde en ook de donderende discomuziek van de PP ontbrak, deed de vreugde onder de socialistische partij-aanhang op straat nauwelijks onder voor die van hun rivalen. “We hebben de opiniepeilingen verslagen”, “Felipe president”, zongen partijleden in het afgeladen hoofdkwartier.

Een extra pleister op de wonde was de uitslag van de eveneens gisteren gehouden regionale verkiezingen in de zuidelijke deelstaat Andalusië: tegen alle verwachtingen in wisten de socialisten daar een klinkende overwinning te behalen. “In Andalusië zijn we weer aan de macht!” juichte een oudere man met een radiootje tegen zijn oor toen die uitslag bekend werd.

Bij regionale verkiezingen twee jaar geleden gold Andalusië - traditioneel een socialistisch bastion - als een proeftuin voor de oppositie op nationaal niveau tegen González. Toen werd de lokale minderheidsregering onder leiding van regiopresident Manuel Chaves het regeren onmogelijk gemaakt door een gezamenlijke oppositie van de PP en de linkse oppositiecombinatie Izquierda Unida (IU).

“Waar is de Nieuwe Meerderheid?” scandeerde de menigte voor het PSOE-hoofdkwartier in Madrid en nam zo de verkiezingsleuze van de PP op de hak. “Aznar is alleen in naam de premier van een regering”, zei de 62-jarige partij-activiste Maria Isabel Cano, terwijl ze een plek zocht om een bos rode rozen even neer te leggen. “Maar of hij ook werkelijk regeren zal moet ik nog zien.”

Terwijl ook in Andalusië was gerekend op een overwinning van de PP, slaagden de socialisten er gisteren in hun positie te verstevigen door 52 van de 109 zetels te winnen. De grote verliezer in de zuidelijke regio bleek de door de communisten overheerste IU. Ook op nationaal niveau bleek de harde confrontatiepolitiek die IU-leider Julio Anguita tegen de socialisten heeft gevoerd minder succesvol dan verwacht. De partij wist niet meer dan een kleine elf procent van de stemmen te behalen, twee procentpunt meer dan bij de vorige verkiezing, maar ver verwijderd van de zege waarop IU vast had gerekend.

Alle politieke commentaren in Spanje wijzen er vanochtend op dat ook een regering onder leiding van Aznar niet denkbaar is zonder de steun van Pujols partij, die met bijna vijf procent van de stemmen en zestien zetels de vierde plaats op de ranglijst bezet. Pujol weigerde gisteravond vooruit te lopen op mogelijke onderhandelingen. “Het initiatief ligt bij de PP”, aldus de regiopresident. Gedurende de verkiezingscampagne verklaarden de Catalaanse nationalisten evenwel dat zij niet van plan waren een regering van Aznar te steunen. De centralistische opvattingen van de PP staan haaks op de grotere autonomie die de Catalaanse nationalisten - en die in andere regio's - wensen.

Anders dan de socialisten, die na de verkiezingen genoeg hadden aan de steun van Pujol voor een parlementaire meerderheid, zal Aznar een beroep moeten doen op nog een partij om een voldoende meerderheid te behalen. Algemeen wordt de Coalición Canaria (CC), een combinatie van lokale partijen op de Canarische eilanden, als steunpunt voor Aznar beschouwd. De CC, die gisteren vier zetels in het parlement behaalde, verklaarde reeds tijdens de verkiezingscampagne bereid te zijn een PP-regering te steunen.

Hoewel rekening was gehouden met aanslagen van de ETA bleven de ongeregeldheden gisteren beperkt. In Baskenland verhinderde de politieke tak van de ETA, Herri Batasuna (HB), de tijdige opening van enkele stembureaus. Verder werd de socialistische voorman Enrique Múgica, wiens broer begin vorige maand door de ETA werd doodgeschoten, bij het uitbrengen van zijn stem door een jonge HB-aanhanger uitgemaakt voor “moordenaar”. De HB-parlementariër Jon Idigoras, die twee weken geleden werd gearresteerd op verdenking van medewerking aan de ETA, verblijft nog steeds in de gevangenis. De dalende trend in de HB-aanhang zette ook deze verkiezing door, maar de partij wist haar twee zetels in het parlement te behouden.