Vice-premier Dijkstal (VVD) over inkomenspolitiek; 'Voor PvdA is de koppeling ook niet meer heilig'

DEN HAAG, 4 MAART. Voor vice-premier Dijkstal, leider van het VVD-smaldeel in het kabinet, staat één ding vast. Bij de voorbereidingen van de begroting voor het volgend jaar zal het kabinet speciale aandacht moeten besteden aan de mensen met de laagste inkomens. “Ik vind het een teken van beschaving of hoe je het ook wilt noemen om voor de mensen met de laagste uitkeringen koopkrachtbehoud na te streven. Dat is voor mij een politieke prioriteit. Ik maak me aanzienlijke zorgen om mensen met een lage uitkering, een hele andere categorie overigens dan mensen met een minimumloon. Voor die laatsten is het ook geen vetpot, maar als we hun loon verhogen dan leidt dat tot het vernietigen van banen en dus tot werkloosheid.”

Dijkstal reageert hiermee onder andere op het pleidooi van PvdA-Kamerlid J. van Zijl, eind vorige week, om de minima niet verder achteruit te laten gaan. “Aan de onderkant is de rek eruit”, zei hij over de mensen met een bijstandsuitkering die volgens hem zo'n zeven à acht procent ten opzichte bij andere groepen zijn achtergebleven.

Dijkstals begrip voor de opmerkingen van Van Zijl vloeit voort uit zijn verlangen om het inkomensbeleid de komende jaren op een nieuwe leest te schoeien. Door privatisering van delen van de sociale zekerheid zoals de ziektewet en het wegvallen van andere zekerheden, kan de overheid zich steeds minder bekommeren om de precieze inkomensontwikkeling van groepen die veilig boven de bodem van het bestaan leven. Daarentegen moet diezelfde overheid volgens Dijkstal des te meer de onderkant van de samenleving in de gaten houden. “Er zakken nog steeds te veel mensen door de bodem heen”, zegt hij. “Door dit te zeggen spreek ik ook mijn eigen achterban toe, omdat ik daar nog niet altijd die noties aantref.”

Volgens hem zijn PvdA en VVD het eens over het doel - bestrijding van armoede - maar verschillen ze hoogstens over de middelen, alhoewel ook daar de meningsverschillen kleiner worden. Zo wijst Dijkstal op het verschil dat de PvdA wil gaan maken tussen de AOW en andere uitkeringen. De ouderdomsvoorziening wil de PvdA welvaartsvast maken. Dijkstal: “Dat is zeer interessant, want de VVD heeft dat al eerder bepleit. Je moet een verschil maken tussen ouderen die niet meer aan het werk kunnen maar jarenlang alleen van een AOW'tje moeten rondkomen en mensen met een uitkering die nog wel beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.” Bovendien ziet de liberale voorman een opening in de opmerking van Van Zijl dat de PvdA het totale inkomensbeleid op de helling wil zetten. “Daar ben ik het helemaal mee eens. We moeten af van de verkrampte inkomenspolitiek die alles in koopkrachtplaatjes wil regelen van sociaal minimum tot drie keer modaal met kinderen. We moeten ons veel meer concentreren op het minimumniveau.”

Met welke instrumenten wil het kabinet de armoede bestrijden?

“Ons probleem is dat we de groep die we willen bereiken met de tot nu toe gebruikte instrumenten nauwelijks kunnen bereiken. Veel van die instrumenten kosten te veel geld omdat ze te grof zijn waardoor er te veel mensen van profiteren die het eigenlijk niet nodig hebben. Afgelopen vrijdag hebben we in de ministerraad zeven instrumenten geïnventariseerd, en aan alle zeven zitten zowel voor- als nadelen. Het eenvoudigste zou zijn om de ziekenfondspremie te verlagen, maar het probleem is dat wij daar niet over gaan maar de ziekenfondsen. Bovendien zijn de kosten van de gezondheidszorg gestegen waardoor de premies sowieso omhooggaan. Via de huursubsidie, een ander instrument, bereik je alleen de huurders, dus dat heeft ook zijn beperkingen. En als je het over de boeg van de kinderbijslag gooit, zoals Van Zijl een beetje doet, bereik je weliswaar veel gezinnen met kinderen die het moeilijk hebben, maar dat heeft het bezwaar dat bij wijze van spreken mijn vrienden in Wassenaar die kinderbijslag ook krijgen. Dat zal vast niet Van Zijls bedoeling zijn. Dan kun je er nog aan denken om de kinderbijslag inkomensafhankelijk te maken, maar dat wordt heel ingewikkeld en moeilijk uitvoerbaar.”

Blijft er dus weinig anders over dan terug te vallen op de traditionele, 'grove' instrumenten zoals de koppeling tussen lonen en uitkeringen?

“Daar nemen we pas in de zomer een beslissing over. Volgens de wet kan het: de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden laat dat toe, maar het moet ook passen temidden van alle andere uitgaven. Politiek interessant vind ik dat voor de PvdA de koppeling ook niet meer heilig is. De ideologie daarover is aan het verdwijnen. Karikaturen, dat alleen socialisten de minima kunnen beschermen en liberalen niet over de medemenselijkheid beschikken om aan hen te denken, zijn aan het verdwijnen.”

De VVD-fractie noemde anders in november nog de afspraak uit het regeerakkoord dat de hoogte en duur van de uitkeringen onaangetast blijven, 'niet heilig'. Hoe staat u daar tegenover?

“Na de laatste cijfers verwacht ik dat we binnen de doelstellingen van de sociale zekerheid blijven. Dat betekent dat de hoogte en duur van de uitkeringen niet aan de orde komen als we in de zomer over de sociale zekerheid praten, ook niet op grond van andere oorzaken.”

Toch pleitte uw politiek leider, Bolkestein, voor een aanpassing van het regeerakkoord om onder meer de financiële doelstellingen te bezien.

“De politieke discussie van de laatste weken ging me te veel over EMU, lastenverlaging, de hoogte en duur van de uitkeringen, etcetera. Het zijn financiële zaken waarachter de echte problemen die Nederland heeft gemakkelijk verdwijnen. Om één voorbeeld te noemen: vijftien procent van onze jeugd heeft met ernstige problemen te kampen. Het varieert van min of meer ernstige gedragproblemen tot en met de harde kern van de criminaliteit. Dat vind ik voor een - nog steeds - welvaartsstaat als de onze van een onvoorstelbare omvang. Het is een heel hardnekkig probleem waar je echter pas goed aan toekomt als je eerst financieel de boel op orde hebt. Maar ik vind het niet goed dat onder het geweld van de EMU, lastenverlichting en dergelijke de noties van die maatschappelijke problemen helemaal wegvallen.

“Wat betreft de WAO heb ik goede hoop dat we op een ordentelijke manier een alternatief vinden. Daar hoeft het regeerakkoord niet voor herschreven te worden. Ik heb, net als Kok, geen behoefte aan een operatie waarbij de drie fractievoorzitters in het bos gaan zitten om een nieuw document met tien hoofdstukken te gaan maken.”

Uw leidsman is Kok, niet Bolkestein?

“Inderdaad, maar ik hou van allebei evenveel.”