The New York Times: 'Sarajevo laat zijn soldaten in Iran opleiden'

NEW YORK/SARAJEVO, 4 MAART. De Bosnische regering laat militairen opleiden in Iran. Dat meldt vandaag The New York Times op basis van uitlatingen van Westerse en Bosnische regeringswoordvoerders.

Twee anoniem gebleven Bosnische woordvoerders gaven toe dat Sarajevo soldaten naar Iran stuurt, maar weigerden antwoord te geven op de vraag hoeveel er zijn gestuurd. Volgens Westerse woordvoerders gaat het om “enkele honderden” militairen. Zij zeiden “voortdurend” rapporten binnen te krijgen over de aankomst van militairen uit Bosnië. Westerse ambassades in Teheran maken zich, aldus The New York Times, niet zozeer zorgen over het niveau van militair vakmanschap dat de Bosniërs in Iran opdoen, als wel over de islamitische indoctrinatie waaraan ze worden onderworpen. Anders dan de nog steeds voortdurende aanwezigheid van naar schatting honderd tot tweehonderd Iraanse vrijwilligers in Bosnië is de opleiding van Bosnische militairen in Iran geen schending van het vredesakkoord, maar de praktijk zal volgens The New York Times in het Westen niet erg op prijs worden gesteld. Dat geldt zeker voor de Amerikaanse regering, die zich heeft verplicht zelf Bosnische militairen op te leiden.

De Bosnische premier, Muratovic, is de afgelopen dagen in Teheran geweest. Hij heeft daar de Iraanse leiders gezegd dat Bosnië de hulp van Teheran tijdens de oorlog “niet zal vergeten”.

Intussen gaat de uittocht van Bosnische Serviërs uit de Servische wijken van Sarajevo die onder het gezag van de centrale Bosnische regering komen te staan, onverminderd door. Twee van de vijf wijken zijn - zo goed als ontvolkt - de afgelopen weken aan het centrale gezag overgedragen. De volgende wijk die aan de beurt is, is Hadzici. Hier zijn verreweg de meeste Servische inwoners - zesduizend in getal - al vertrokken. Slechts 150 mensen, meest bejaarden, hebben gemeld in Hadzici te willen blijven. Orthodoxe kerken gingen gisteren dicht na de laatste kerkdienst, fabrieken zijn zo goed als ontmanteld en scholen werden door de vertrekkende Serviërs in brand gestoken. Een Westerse diplomaat zei gisteren: “De voorsteden van Sarajevo zijn geplunderd. Plekken als Ilijas, waar in de oorlog niet is gevochten, zien er even slecht uit als delen van Sarajevo die jarenlang zijn beschoten. We hebben een stupide, passief standpunt ingenomen en wij mogen straks de rekening betalen.”

De Bosnisch-Servische leider Karadzic vroeg gisteren de Servische president Milosevic om hulp bij de evacuatie van 'Servisch Sarajevo'. “Ik smeek u: wend uw autoriteit aan en bied hulp, stuur zoveel mogelijk transportmiddelen.” Hij vroeg Milosevic ook om twintig olietankers, die het eigendom zijn van de Bosnische Serviërs en die in Loznica aan de ketting liggen, vrij te geven. (Reuter, AP, AFP)