'Russische notatie scoort het beste'

De pen waarmee ik zetten noteer, is er één uit een hogere prijsklasse. Geen Bicje dus. Je tegenstander kijkt immers ook naar die pen. Als je een mooie gebruikt, heeft hij volgens mij toch meer achting voor je dan wanneer je zo'n triest, goedkoop pennetje naast het notatieformulier hebt liggen.

Naar een toernooi neem ik meestal drie pennen mee. Ik begin met de pen die ik het mooiste vind. Zolang het goed gaat, blijf ik met die pen noteren. Het omslagpunt komt als het slecht gaat, als ik een paar keer achter elkaar heb verloren. Dan wil ik mijn frustraties nogal eens op die pen uitleven. Ik maak 'm heus niet kapot, hoor. Hooguit gooi ik 'm vol afschuw van me af. Voor de rest van het toernooi heeft die pen dan ook afgedaan. Omdat je toch denkt dat het met die pen knoeien zal blijven. Overigens is het best mogelijk dat bij een volgend toernooi diezelfde pen een herkansing krijgt. Want alles bij elkaar ben ik best vriendelijk voor m'n pennen.

Ik noteer de zetten altijd in het Russisch, ook een vorm van bijgeloof. Niet alleen omdat ik de letters van het Russische alfabet heel mooi vind, ook omdat uit een door mij zelf gemaakte studie bleek dat de Russische notatie de best 'scorende' ter wereld is. De meeste schakers in de top vijftig noteren in het Russisch.

Verder heb ik niet zo'n last van bijgeloof. Als ik op weg naar een toernooi een zwarte kat tegen kom, denk ik wel: 'als dat maar goed gaat'. Maar even later ben ik die kat weer vergeten. Ik ben ook niet iemand die een heel toernooi in hetzelfde overhemd moet spelen. Vooral jongens uit het voormalige Oostblok doen dat nogal eens. Dat is niet echt plezierig.