Oude rivalen Çiller en Yilmaz tot samenwerking gedwongen

ANKARA, 4 MAART. Met de vorming van een rechtse regeringscoalitie in Turkije is een einde gekomen aan de politieke impasse die het land al vanaf de parlementsverkiezingen op 24 december in haar greep houdt. Bij deze stembusslag kwam de moslim-fundamentalistische Welvaartspartij met 21,3 procent van de stemmen als grootste uit de bus, gevolgd door de centrum-rechtse Moederlandpartij van Mesut Yilmaz (ANAP) met 19,6 procent. De conservatieve Partij van het Juiste Pad (DYP) van demissionair premier Tansu Çiller eindigde op de derde plaats met 19,2. Op grond van het districtenselstel bezit haar partij desondanks enkele zetels meer in het parlement dan de ANAP.

Hoewel de meerderheid van het volk, onder aanvoering van de ondernemers en het leger, zich uitsprak voor een rechtse regeringscoalitie, waren Yilmaz en Çiller pas na acht ontmoetingen en 58 uur onderhandelen in staat om hun politieke rivaliteit en persoonlijke animositeit opzij te zetten. Toen de Moederlandpartij ruim een week geleden op het nippertje van een regeringscoalitie met de Welvaartspartij afzag, slikte Çiller uiteindelijk haar eis in dat zij opnieuw regeringsleider werd. Ze kwam gisteren met de ANAP een roulerend premierschap overeen, en ze stemde tevens in met de voorwaarde van Yilmaz dat hij het eerste jaar regeringsleider wordt.

Hoewel de Turkse legerleiding en president Süleyman Demirel het in alle toonaarden ontkennen, is de publieke opinie ervan overtuigd dat zowel Çiller als Yilmaz ten slotte onder druk van de militairen overstag ging. De indruk is dat de beide partijleiders de afgelopen weken door hen de wacht is aangezegd. Voor de legerleiding, die zichzelf ziet als de beschermer van het seculiere karakter van Turkije, het erfgoed van de Turkse hervormer Atatürk, was het onaanvaardbaar dat de Welvaartspartij aan de macht zou komen.

Çiller zei gisteren dat haar bereidheid om tot een compromis met de ANAP te komen inderdaad was ingegeven door haar wens om Turkije niet uit te leveren aan de moslim-fundamentalisten, die het land zouden terugwerpen in de tijd. Dat zou volgens haar een breuk betekenen met de oriëntatie op het Westen, een weg die bij de vorming van de republiek in 1923 werd ingeslagen. Onder Çillers leiding kreeg Turkije midden december uiteindelijk het groene licht van het Europese Parlement voor de douane-unie tussen Ankara en Brussel op grond waarvan de economische integratie van Turkije in Europa verder gestalte kan krijgen. Ankara ziet dit eveneens als een eerste stap op weg naar het volledige lidmaatschap van Turkije van de Europese Unie.

Met de gisteren overeengekomen regeringscoalitie hoopt Çiller eveneens te bereiken dat de twee rechtse partijen in Turkije op termijn samengaan om zo een nog sterker tegenwicht te bieden tegen de Welvaartspartij, die de laatste jaren aan populariteit heeft gewonnen. In de pers wordt gespeculeerd dat Çiller en Yilmaz zelfs al zijn overeengekomen dat een van hen president Demirel in het jaar 2000 opvolgt en de ander leider wordt van wat uiteindelijk groot rechts moet worden in Turkije.

In het regeringsprotocol van de ANAP en de DYP worden hervormingen op tal van terreinen in het vooruitzicht gesteld. “Van onderwijs tot justitie, en van milieuzaken tot het urgente vraagstuk van de verstedelijking”, aldus Çiller. Het zwaartepunt van het beleid ligt bij de noodlijdende economie en de wens om het al jaren op stapel staande privatiseringsprogramma versneld uit te voeren. Maar de grote vraag in Turkije is of de rechtse regeringscoalitie genoeg steun vindt in het parlement voor de uitvoering van deze grootscheepse plannen.

De ANAP en de DYP hebben samen 261 van de 550 zetels, waardoor ze voor elke beslissing afhankelijk zijn van de steun van een van de drie andere partijen in het parlement. Bülent Ecevit van de grootste sociaal-democratische partij, de DSP, is bereid de regering te gedogen, maar zijn partij zal het beleid wel kritisch volgen. Necmettin Erbakan van de Welvaartspartij heeft zijn coöperatieve opstelling inmiddels afgezworen. “Of we dwingen de komende maanden vervroegde verkiezingen af”, aldus een grimmige Erbakan, “of we brengen de regering ten val”. Hij noemde de rechtse minderheidsregering een “vroeggeboren baby”, die, zo voorspelde hij, “hetzij vrijwel onmiddellijk na de geboorte hetzij binnen enkele maanden ten grave zal worden gedragen”.

De algemene indruk in Turkije is ook dat weliswaar de coalitiebesprekingen uiteindelijk zijn afgesloten, maar de levensvatbaarheid van de rechtse minderheidsregering pas de komende maanden duidelijk wordt. Bovendien wordt sterk rekening gehouden met de mogelijkheid dat de oude rivaliteit tussen Yilmaz en Çiller uiteindelijk toch sterker zal blijken te zijn dan hun wil om te regeren en de twee rechtse partijen op termijn onder één noemer te brengen.