Opnieuw twijfel aan woorden Linschoten

DEN HAAG, 4 MAART. Opnieuw is er in de Tweede Kamer twijfel gerezen over de rol die staatssecretaris Linschoten (Sociale Zaken) in november heeft gespeeld voorafgaand aan de publicatie van een aantal rapporten over de Ziektewet.

Vrijdag nog sprak de Tweede Kamer in ruime meerderheid haar vertrouwen in Linschoten uit. Daartoe behoorde ook Rosenmöller van GroenLinks. Maar hij is vervolgens aan het waarheidsgehalte van Linschotens uitspraken in de Kamer gaan twijfelen. Dit blijkt uit schriftelijke vragen die Rosenmöller zaterdag aan de staatssecretaris heeft gesteld. Mocht Linschoten hebben gelogen, dan moet hij aftreden, vindt Rosenmöller.

De rapporten waar het hierbij om gaat, zijn afkomstig van het CTSV (College van Toezicht Sociale Verzekeringen). Ze kwamen gereed in de periode dat de Tweede Kamer bezig was met de behandeling van Linschotens wetsvoorstel om de Ziektewet te privatiseren. De Tweede Kamer wilde de rapporten graag nog voor de afronding van dit debat hebben. Linschoten zei in eerste instantie niet aan die wens te kunnen voldoen, omdat hij zelf de rapporten niet had en ook niet in de hand had hoe snel het CTSV ze zou publiceren.

Vervolgens bleek dat CTSV-voorzitter Van Leeuwen op 21 november, nog voor het Kamerdebat, Linschoten de rapporten telefonisch had aangeboden, ook al waren ze formeel nog niet door het bestuur vastgesteld. Linschoten weigerde de rapporten, omdat hij geen ambtelijke concepten wenste te ontvangen. Hij vertelde de Kamer vrijdag dat hij naar de inhoud van de concepten niet had geïnformeerd, “omdat ze toch al in de krant stonden”.

Maar inmiddels is gebleken dat er op of voor 21 november van geen publicatie sprake is geweest. Door deze gang van zaken is bij Rosenmöller het vermoeden groter geworden dat Linschoten zelf het uitbrengen van de rapporten heeft opgehouden, omdat de inhoud hem slecht uitkwam in verband met de behandeling van het wetsvoorstel over de Ziektewet. In zijn vragen constateert het Kamerlid dat de staatssecretaris de inhoud van de rapporten moet hebben gekend, ook al heeft hij dat steeds tegengesproken. Een woordvoerder van Linschoten zei vanochtend dat het 'uitlekken' niet op publicaties sloeg, maar dat uit Kamervragen en mededelingen van de artsenorganisatie KNMG duidelijk was dat de concepten al “circuleerden”.