Ontwortelde figuren op eilandje van groen

Voorstelling: Kadavercantate, van Don Duyns; muziek: Paul Koek. Regie: Jolien Wanninkhof. Gezien: 1/3 Kerkje Ruigoord. T/m 16/3 (wo-za) aldaar; zondag 10 en 17/3 15u. Res. 075-6310231.

Wie met de bus komt wordt weliswaar opgehaald door een medewerker van Hollandia, maar toch slaat de eenzaamheid onherroepelijk toe. Rechts van de weg het zwarte sihouet van fabriekspijpen en oliecontainers, en links... links is er niets, aanvankelijk. Het dorp Ruigoord geeft zich niet zo gemakkelijk prijs; je ziet het pas wanneer je er vlak bij bent. Een kerkje en een handvol huisjes, verscholen achter knoestige bomen. Buiten is geen inwoner te zien; alleen wat ganzen en kippen houden op de erven de wacht.

In het kerkje zijn we eindelijk weer onder de mensen. Hier speelt Theatergroep Hollandia de Kadavercantate. Don Duyns schreef zijn tekst speciaal voor Ruigoord, dat al jaren met de slopershamer wordt bedreigd. De gemeente Amsterdam wil er een industriehaven aanleggen, maar de Ruigoorders op hun eilandje van groen en gras verzetten zich daartegen. En Duyns lijkt aan hun kant te staan. 'Ze komen ons halen omdat we hier nog steeds zijn', zingt het koor in de Kadavercantate, 'ze willen ons weg, we moeten verdwijnen.' Het klinkt als een aanklacht tegen de bestuurders, tegen de oprukkende bedrijven en tegen de macht van het geld.

Don Duyns drukt eerder een gevoel uit dan een politieke visie, en dat gevoel heeft te maken met de angst voor de snelheid van de tijd, met de angst voor de dood en de vergankelijkheid van mensen en dingen - en het verlangen naar langzaamheid, onsterfelijkheid en onvergankelijkheid. Ontwortelde figuren zien we, groteske personages in lompe, scheefhangende kleren. De onafhankelijke theatermaker Don Duyns heeft, geheel in de Hollandia-traditie, een voorliefde voor zonderlingen omdat die kennelijk nog niet verpest zijn door de moderne tijd. Dat uitgangspunt levert bij Hollandia doorgaans een krachtig, expressionistisch soort theater op. Zo ook in deze voorstelling van gastregisseur Jolien Wanninkhof.

Monumentaal is alleen al de manier waarop de zes vrouwelijke spelers bewegen. In forse gummilaarzen of op veel te grote schoenen banjeren ze over een stellage die de volle lengte van het kerkschip in beslag neemt. Doordat we van onderaf naar hen kijken lijken ze extra groot, mythisch bijna, een indruk die nog eens versterkt wordt door het zwaar vervreemdende, nadrukkelijke spel. De actrices zetten steeds weer andere personages neer die ons weinig houvast bieden. Een verhaallijn ontbreekt volkomen; de bindende factor is de sfeer. Het is de sfeer van een wereld die ten einde loopt. Een man zoekt naar een plek om zijn hond te begraven, maar de grond is te koud. Drie broers praten met elkaar over de vlammenzee waarin alles en iedereen ten onder zal gaan. Een seriemoordenaar neemt aanstoot aan het feit dat mensen van een mond voorzien zijn: dat vindt hij pure porno.

Toch hebben deze sombere lieden de hoop nog niet helemaal opgegeven, want ze zingen uit volle borst. De muziek van Paul Koek is innig, religieus en heftig, en de zang klinkt altijd prachtig, zelfs daar waar Koek moet zwijgen en de massacultuur het overneemt. Wanneer een van de speelsters uitbarst in een schallend I did it my way wordt dat niet ordinair, omdat de zangeres de song zingt met een stem die door merg en been gaat. Alle zes actrices, die ik nog nooit gezien of gehoord had, hebben uitstekende stemmen. Razend knap van ze dat zij Koeks bepaald niet gemakkelijk in het gehoor liggende composities zo zuiver weten uit te voeren, en dat meestal puur a capella. Krijsen, rochelen en janken als arme honden doen deze dames ook; ze zingen immers niet zomaar een cantate.

Net als Don Duyns' eerdere voorstellingen Dik, Abe, Johnny en Hansje en Ouderdomsvlekken gaat zijn Kadavercantate over de strijd tegen de vergetelheid, en daarbij is het vervallen kerkje in het binnenkort misschien verdwenen Ruigoord een passende locatie.