Nederland loopt niet uit drugs-pas

Het siert de Franse ambassadeur, Bernard de Montferrand, dat hij - in NRC HANDELSBLAD van 26 februari - een bijdrage wil leveren aan het internationale drugsdebat, en dan nog wel 'in het hol van de leeuw'. Uit zijn bijdrage blijkt immers eens te meer hoever de Bataafse gedachten hierover van hem af staan.

Nederland voert een drugspolitiek die sterk afwijkt van “elk ander beleid dat wordt toegepast in de overige Europese landen”, een beleid dat leidt tot “de facto” straffeloosheid van soft drugs.

“Het merendeel van de drugs die in Europa wordt onderschept, komt uit Nederland. (...) Drugsverslaving en drugshandel zijn maatschappelijke problemen die in een open Europa niet afwijkend behandeld kunnen worden door sommige landen. Een harmonisering is daarom noodzakelijk. Ook dat is Europa. Zo zien wij de zaken.”

Een streng oordeel dat nauwelijks tot een weerwoord noodt, maar laten wij er toch even van uitgaan dat Montferrand bereid is in discussie te treden.

Belangwekkend is dat niet wordt betwist dát het Nederlandse drugsbeleid wellicht resultaten heeft geboekt. De in de drugsnota vermelde cijfers wijzen ook in die richting: het Nederlandse beleid, gericht op een strenge scheiding van hard drugs en soft drugs enerzijds, van handel en bezit anderzijds leidde tot aanzienlijke schadebeperking.

Er is ook geen sprake van dat Nederland volstrekt geïsoleerd zou staan ten opzichte van het buitenland. Ten aanzien van de scheiding tussen soft drugs en hard drugs kan men in België, Duitsland en Denemarken soortgelijke ontwikkelingen signaleren. In Engeland en Zwitserland gaat men Nederland voor met experimenten op het gebied van de verstrekking van heroïne aan zwaar verslaafden.

Ook in Frankrijk wordt trouwens een levendige discussie gevoerd. Een door de vorige minister van Volksgezondheid ingestelde staatscommissie (de commissie Henrion) pleitte nog in februari 1995 voor 'dépénalisation' van het gebruik en bezit van cannabis. Een minderheid wilde daaraan reglementering van de handel onder controle van de Staat koppelen! Het zijn gedachten die nu ook in Nederland ter discussie staan.

Ook de stelling dat Nederland internationale verdragen op drugsgebied niet zou respecteren is onjuist. De verplichting tot strafbaarstelling van handel in en bezit van drugs laat immers onverlet de mogelijkheid om (met gebruikmaking van het opportuniteitsbeginsel) in het kader van die strafbaarstelling een aantal handelingen niet te vervolgen. Maar dat dan onder voorwaarden die de mogelijke schade beperken: controle op de verkoop vanuit coffeeshops om de scheiding tussen hard drugs en soft drugs te voorkomen. Verstrekking van heroïne onder medisch toezicht juist om te voorkomen dat door verslaafden moet worden gescoord en dus overlast veroorzaakt. Natuurlijk blijft Nederland daarbij gebonden aan de internationale bepalingen die tot krachtige bestrijding van export noodzaken. En dát Nederland daartoe - ook in internationaal verband - bereid is, betwist ook de Franse ambassadeur niet.

Zijn artikel bevat een dreigende ondertoon. Harmonisering van het drugsbeleid zou noodzakelijk zijn. Het niet-doorgaan van de top in Den Haag krijgt hier toch - ondanks “het gezamenlijk besluit daartoe” - een wel erg Franse ondertoon. De ambassadeur spreekt zelfs al van “gemeenschappelijke wetgeving”. Alsof Nederland meteen maar bereid zou moeten zijn het Franse systeem van bijzondere strafminima over te nemen!

“De inwerkingtreding van Schengen zal door de burgers zonder grotere coördinatie van het drugsbeleid worden geweigerd.” Maar op grond waarvan? In de Uitvoeringsovereenkomst van Schengen wordt niet in een gemeenschappelijk drugsbeleid voorzien, wel in een gemeenschappelijke bestrijding van de export van drugs. Al bijna een jaar sukkelen wij nu met Schengen voort, maar bepaald niet vanwege de burgers. Wél omdat Frankrijk er ondanks alle verdragsverplichtingen nog steeds niet toe is over gegaan de controle aan de binnengrenzen op te heffen.

Nog op 20 februari liet staatssecretaris Patijn van Buitenlandse Zaken aan mijn collega De Graaf en mij weten dat hem niet gebleken was dat de blijvende weigering van de Franse regering om de controle aan de binnengrenzen op te heffen, ingegeven was door onvrede van de Franse regering. Dit artikel van burger Montferrand doet vermoeden, dat dit standpunt slechts formeel juist is!

“L'Europe que l'on souhaite à Paris n'est manifestement pas la meme que celle qui est recherchée à Rome, Londres ou à La Haye”, zo beëindigt Bernard de Montferrand het boek 'La France et l'étranger', dat hij in 1987 heeft gepubliceerd.

Wij mogen er dus van uitgaan dat hij dat zelf ook zal respecteren!