Met lied 'De eerste keer' zijn we er nog niet

Vier keer in veertig jaar heeft Nederland (ofwel: hebben wij) het Eurovisie Songfestival gewonnen - drie keer in zwart-wit en nog maar één keer, in 1975, in kleur. Dit jaar zal het moeten komen van Maxine en Franklin Brown, een Brabantse werkneemster van de Sociale Verzekeringsbank en een politieman uit Rotterdam die elkaar nog maar vier weken kennen. Hun lied, dat gisteravondtijdens de nationale finale een overtuigende overwinning behaalde, heet De eerste keer en was hoe dan ook het meest commerciële van de vijf plichtmatige werkjes die voorbij kwamen. Het is een huppeldeuntje dat herinneringen oproept aan de twee-meisjes-twee-jongens-stijl van Brotherhood of Man en meer van dat soort gelegenheidscombinaties uit de jaren zeventig. Piet Souer, die het samen met Peter van Asten schreef, was trouwens in 1969 de gitarist achter de met De troubadour triomferende Lenny Kuhr.

Maar de mond-op-mond-beademing waarmee Paul de Leeuw de laatste jaren het festival in Nederland weer nieuw leven inblies, blijkt nauwelijks een blijvend effect te hebben gehad. Van opwinding was gisteravond, onder leiding van producent-presentator Ivo Niehe, geen sprake meer. Niet alleen is Niehe geen De Leeuw, maar bovendien is het lastig te zeggen wat Niehe dan wèl is. Hij is in alles quasi: hij is quasi-charmant en quasi-ironisch, hij introduceert een overigens aardig gesprekje met de hoogleraar Herman Pley over het wezen van de Nederlandse liedtekst met een quasi-knieval voor de brede massa (“schrik niet, we hebben een Neerlandicus”), hij voert een quasi-rechtstreeks satellietinterview met de drievoudige Songfestivalwinnaar Johnny Logan en hij doet quasi-kritisch (“het Songfestivallied onttrekt zich aan iedere trend”) om later alsnog quasi-positief te worden: “Ik weet niet hoe het u vergaat, maar wat mij betreft valt de kwaliteit vanavond ook alles mee.”

Toch was alles op alles gezet om er toch nog anderhalf uur lang iets onderhoudends van te maken, met veel oude fragmenten, een verrassende medley van vorige winnaars in klassieke stijl (Dinge dong à la Vivaldi!), de kanttekeningen van Pley over “de kleinheid waarmee wij de hartstochtelijkheid bedrijven” en een viertal in Nederland wonende buitenlanders die hun eigen keuze mochten maken. Eén van hen was een uit Israel afkomstige volleyballer, hetgeen Niehe aanleiding gaf tot de meest smakeloze opmerking van de hele avond: “'t Is geen feestdag voor Israel hè, na wat er vanmorgen in Jeruzalem gebeurde.” Gelukkig had de aangesprokene voldoende gevoel voor verhoudingen om er niet op in te gaan.

En hoe gaat het nu verder met De eerste keer? Dat moet, samen met de inzendingen van 30 andere landen, eerst nog worden voorgelegd aan een jury die bepaalt welke 22 liedjes op 18 mei in Oslo op het grote festival mogen staan. Pas op 22 maart wordt de finale-selectie bekendgemaakt. We zijn er dus nog niet.