Met konijn op bezoek bij tweelingbroertje in de hemel

Voorstelling: Klaasje ergens anders door Speeltheater Holland, vanaf 6 jaar. Tekst: Saskia Janse. Regie: Onny Huisink. Gezien: 2/3, Meervaart Amsterdam. Nog te zien: 6/3 Leeuwarden, 7 t/m 9/3 Den Haag, 10/3 Utrecht. Info: 0299 372295

Klaasje vindt een foto van zichzelf, met naast hem een jongetje dat er precies zo uitziet als hij. Dat is zijn tweelingbroer Keesje, zegt moeder ontwijkend. En Keesje is ergens anders. Met zijn knuffelkonijn gaat Klaasje op zoek: door de bergen, door een tunnel en over een rivier. Keesje wordt gevonden, maar mee terug kan hij niet, omdat zijn naam al in Het Boek staat. Konijn blijft achter voor de gezelligheid en Klaasje keert terug van ergens anders, gerustgesteld omdat hij nu in elk geval weet hoe het zit met zijn broertje.

Deze voorzichtige verkenning van het begrip dood zag ik lang geleden als een breekbare solovoorstelling van poppenspeelster Marijke Meijer. Het verhaal is nu uitgewerkt tot een grote-zaalproduktie bij Speeltheater Holland, een gezelschap dat de vermenging van poppen- en mensenspel steeds verder heeft geperfectioneerd en de afgelopen seizoenen veel sukses boekte met Het Fluwelen konijn en Pero of de geheimen van de nacht.

De belangrijkste uitbreiding in deze Klaasje ergens anders betreft het optreden van vier engelen die in de wolken huizen. De verhoogde, schuin oplopende speelvloer heeft overal luiken: poortjes naar de aarde en vice versa. In blauwe gewaden, omgeven door witte veren, tule en watten en voorzien van gootsteenontstoppers ter bediening van de luiken is het engelenkwartet in de weer om het verkeer tussen hemel en aarde te regelen. Als de goden van de Olympus kiften ze over de toekomst van mens en dier en wanneer er voortijdig een kat door een luik omhoog komt, wordt hij terug gesmeten. Engel Muriël begeleidt de werkzaamheden met expressief klarinetspel en de ongetwijfeld op Lucifer geïnspireerde Lucy verpest de hemelse sfeer met satanisch genoegen.

De verhouding engel-sterveling wordt mooi gesymboliseerd in die tussen acteurs en poppen. Klaasje, moeder, oma en konijn blijven betekenisloze slappe lijzen, tot zij houding, stem en karakter krijgen en je als publiek op slag vergeet dat je je opwindt over lappen op voetjes. Het moment waarop Klaasje eindelijk oog in oog met zijn broertje staat - twee identieke poppen aan weerszijde van wat oogt als een vers gedolven wolkengraf - is even keelsnoerend als de lang verwachte ontmoeting van Orfeus met zijn Eurydice.

Klaasje ergens anders biedt een zorgvuldig geordende en in schitterende beelden gevangen inventarisatie van kinderlijke, mythische ideeën over de dood. Er wordt gezweefd en gevallen, je moet door een tunnel en een rivier over, de hemel is een idyllische plek vol bloemen en muziek en je kunt er met een verrekijker zien hoe het je dierbaren op aarde vergaat.

Alleen Sinterklaas lijkt wat ver gezocht in deze omgeving. Even dacht ik dat het God was met die baard - daar had ik min of meer op zitten wachten - tot iedereen Klaas tegen hem ging zeggen. Het is de enige kanttekening bij een overigens sterke voorstelling, waarvan misschien wel het knapste is dat ondanks de schaalvergroting de kern van liefdevolle intimiteit behouden is gebleven.