MARGUERITE DURAS 1914-1996; Modern orakel

Gisteren overleed in Parijs op 81-jarige leeftijd de Franse schrijfster en cineaste Marguerite Duras in haar woning in de rue St. Benoît. Zij zal de geschiedenis ingaan als een van de grootste Franse auteurs van deze eeuw.

Ongeveer vier maanden geleden verscheen Duras' laatste boek, C'est tout, een literaire liefdesbrief waarmee zij afscheid nam van haar geliefde, haar lezers, en al bijna van het leven zelf. Ze beschreef hierin haar lichamelijke aftakeling, haar angst voor de dood en voor het verlies van wat het leven voor haar de moeite waard maakte: schrijven. In dit laatste boek zijn de meeste Durassiaanse thema's terug te vinden: de angst voor eenzaamheid, het onstilbare verlangen te versmelten met de geliefde, de communicatieproblemen met die ander en het rusteloos zoeken naar de zin van het menselijk bestaan.

Duras werd in 1914 in het huidige Zuid-Vietnam geboren, als Marguerite Donnadieu. De herinneringen aan haar geboorteland zouden een kenmerkende rol spelen in haar latere autobiografische oeuvre. Als zij vier jaar is sterft haar vader. Haar moeder onderhoudt haar dochter en twee zoons en werkt als onderwijzeres aan dorpsscholen langs de Mekong. Het gezin koopt er een stuk land dat volledig onbebouwbaar blijkt, omdat het ieder jaar onder water loopt. De 15-jarige Marguerite begint een onmogelijke verhouding met een rijke Chinees.

In 1932 gaat Duras naar Parijs om er filosofie, rechten, wiskunde en politicologie te studeren. Zij trouwt met Robert Antelme en debuteert in 1943 met Les Impudents, onder de naam Duras. Tijdens haar ondergrondse activiteiten voor een verzetsgroep ontmoet zij François Mitterrand, die zij gedurende zijn hele politieke carrière zal blijven steunen. Haar echtgenoot wordt gedeporteerd naar Dachau, maar weet het jaar daarop op miraculeuze wijze te ontsnappen, iets wat zij later indringend zal beschrijven in La Douleur (1985). Tijdens de oorlog wordt zij lid van de Communistische Partij, die zij begin jaren '50 weer de rug toekeert. Waarschijnlijk strookte het onorthodoxe karakter van haar werk, waarin liefde de grootste revolutionaire kracht was, niet met de orde en hiërarchie binnen de partij.

In 1950 schrijft Duras het eerste belangrijke en succesvolle boek over haar jeugd, Un Barrage contra le Pacifique, waarvan zij in haar laatste werk zou zeggen dat het haar favoriet was. In 1958 volgt Moderato cantabile, een prachtige, heftige liefdesroman over een crime passionel, waarvan 500.000 exemplaren worden verkocht. Een jaar later wordt zij wereldberoemd met Hiroshima mon amour, een film van Alain Resnais, waarvoor Duras het scenario schreef. Tot 1980 zal zij zich voornamelijk wijden aan het schrijven van scenario's en het produceren van films. Duras beschouwde het schrijven als de basis voor iedere artistieke creatie, of het nu ging om een boek, een toneelstuk of een film. Bij het maken van bijvoorbeeld de films Détruire dit-elle en India Song probeerde zij het gesproken woord en de muziek zoveel mogelijk een eigen leven te laten leiden. In Le Camion (1977) leest zij zelf naar eigen teksten, aan een tafel, tegenover Gérard Dépardieu.

Na 1990 besluit Duras zich weer uitsluitend aan het schrijven van romans te wijden. In 1984 wordt L'Amant bekroond met de Prix Goncourt en gaat in miljoenen aantallen over de toonbank. Na dit succes wordt de kleine, gedrongen, bebrilde verschijning van Duras steeds vaker gesignaleerd in de media. Zij laat zich, als een modern orakel, voortdurend uit over controversiële kwesties die de gemoederen in de samenleving bezighouden, waarbij ze altijd opkomt voor de 'underdog'. Door haar provocerende stellingname wordt ze door sommigen verguisd, door anderen op handen gedragen. Ook met haar laatste boek, C'est tout, wist zij nog stof te doen opwaaien met haar megalomane uitspraak: “Toevallig ben ik geniaal. Maar ik ben er nu langzamerhand aan gewend geraakt.”