Kamermuziek van Sjostakowitsj: wrang

Concert: Gidon Kremer (viool), Mischa Maisky (cello), Valery Afanassiev (piano) met kamermuziek van Sjostakowitsj. Gehoord 3/3 Concertgebouw Amsterdam.

De Russische pianist Valery Afanassiev, sinds 1974 gevestigd in Frankrijk en schrijver van tenminste zeven romans, verving de zieke pianiste Martha Argerich in de Serie Grote Solisten van het Amsterdamse Concertgebouw. Naast violist Gidon Kremer en cellist Mischa Maisky profileerde de in ons land nagenoeg onbekende Afanassiev, die in 1972 het Elisabeth Concours in Brussel won, zich als een briljant pianist met een demonische uitstraling in een gewijzigd programma met uitsluitend werken van Sjostakowitsj.

Romantische lyriek overheerste in het Eerste Pianotrio (1923), een jeugdwerk waarin Sjostakowitsj hoorbaar heeft voorzien hoe de chaos en ontwrichting zijn zoetste dromen zouden aantasten. In dit Pianotrio leverde Kremer de spiritualiteit, Maisky de sentimentaliteit en Afanassiev de nog in een embryonale staat verkerende ironie, die Sjostakowitsj later beroemd zou maken.

Melancholie en onthechting typeerden de Vioolsonate uit 1968, die door de ingetogen musicerende Kremer uiteen werd gezet in verrassend sobere lijnen. Zo ontstonden immense klankruimtes, waarin Kremers suggestieve spel de lading kreeg van een gebed. In de Cellosonate uit 1934 benadrukte Maisky veeleer de aardse kant van Sjostakowitsj. In een bonte opeenvolging van kleuren en klanken solliciteerden de extrovert verklankte emoties naar herkenning in de zaal, waardoor de Sjostakowitsj van Maisky spontaan en imposant maar ook een beetje oppervlakkig klonk.

Maar in het aangrijpende Tweede pianotrio uit 1944 opereerden Kremer en Maisky als twee muzikale broertjes, die elkaar door jarenlange ervaring in het samen kamermuziek maken moeiteloos aanvoelen, of het nu ging om de razend snel vertolkte waanzin van het tweede deel, of om de serene meditaties van het Largo. Met een monumentale expressiviteit creëerde Afanassiev in al deze werken die onheilspellende sfeer van humor, wrangheid en dubbele bodems, die het handelsmerk van Sjostakowitsj vormt.