Jos van Immerseel over Niels Gade

Matinee op de vrije zaterdag met het Radio Kamerorkest en het Groot Omroepkoor: 9/3 Concertgebouw, Amsterdam, 15.00 u. Radio-uitz.: 15/3 20.02 uur Radio 4

“Gade klinkt als Duitse muziek, maar met een vleugje Scandinavisch parfum. Was Niels Gade geen Deen geweest, maar een Fransman of een Duitser, dan zou zijn werk ongetwijfeld tot het standaardrepertoire behoren.”

Jos van Immerseel (Antwerpen, 1945) dirigeert Gade's Derde symfonie tijdens de komende Matinee op de vrije zaterdag, in combinatie met Haydns Caecilia-mis. Ooit was de tegenwoordig vrijwel niet meer gespeelde Niels Gade (1817-1890) in Amsterdam een geziene gast. In de Parkzaal, achter het huidige Wertheimpark, dirigeerde hij zijn eigen werk. Willem Mengelberg programmeerde zijn muziek op een van de 'historische concerten' en in de Grote Zaal van het Concertgebouw, waar Van Immerseel zaterdag het Radio Kamerorkest en het Groot Omroepkoor leidt, kan men Gade's naam nog altijd aantreffen tussen die van illustere collega's.

“Gade's composities werden uitgegeven door Breitkopf &a Hrtel, wat duidt op een grote populariteit van zijn werk. Het is bekend dat Mendelssohn zijn Eerste symfonie heeft uitgevoerd. Schumann besprak Gade's werk enthousiast in zijn gerenommeerde Neue Zeitschrift für Musik. Gade was een tijdlang medewerker van Mendelssohn in Leipzig. Wat dat precies inhield weet ik niet, maar deze functie zal deels een opleidingskarakter hebben gehad en deels de functie van assistent. Toen Mendelssohn in 1847 plotseling overleed, werd de dertig-jarige Gade diens opvolger als dirigent van de Gewandhauskonzerte, maar na het uitbreken van de Deens-Pruisische Oorlog keerde Gade weer terug naar zijn geboortestad Kopenhagen.

“De Derde symfonie stamt uit de Leipziger tijd. Ik heb deze symfonie in België vijf maal uitgevoerd met mijn eigen Ensemble dell'Anima Eterna. Het publiek was steevast verbaasd zo'n fraai onbekend werk te horen. André Hemmelink van de Vara heeft een van die concerten bijgewoond en hij stelde voor de symfonie uit te voeren als aanvulling op Haydns Caecilia-mis.

“Dit Matinee-concert heeft daarom geen symbolische betekenis, het is geen begin van een pleidooi voor de muziek van Gade of zoiets. Het is domweg het resultaat van mijn zoeken naar nieuw repertoire. Het is raar gesteld in de muziekwereld: organisaties willen vaak wel nieuwe wegen inslaan, maar tegelijkertijd bestaat er de vrees dat het publiek zal wegblijven wanneer je te gekke bokkesprongen maakt. Als dirigent word je weggehoond wanneer je voorstelt de Vijfde van Beethoven te spelen. Maar als je vervolgens iets van Gade voorstelt, dan draait het er op uit dat men toch liever weer Beethoven hoort. Bij de Matinee staat men evenwel open voor ongebruikelijke voorstellen.

“Het mag dan primitief klinken, maar Gade's Derde symfonie is gewoon een goed stuk. Het is zelfs een van de betere werken uit de negentiende eeuw en kan zich zonder meer meten met de symfonieën van bijvoorbeeld Schumann. Gade's Derde steekt goed in elkaar en zij is goed geïnstrumenteerd. Ik heb daarbij geen grote verhalen. Om Brahms te parafraseren: soms is het beter niets te zeggen, maar te luisteren.”