'Israel bestaat tot de islam het van de kaart veegt'

Twee weken geleden sprak imam Hamed Bitawi van de Aqsa-moskee in Jeruzalem een menigte toe van naar schatting 300.000 gelovigen die het einde van de vastenmaand Ramadan vierden: “Door in zo groten getale hier te komen, bewijzen jullie je gehechtheid aan Al-Aqsa in Jeruzalem en aan heel Palestina dat islamitisch is van de Rivier (de Jordaan) tot aan de (Middellandse) Zee.”

Vervolgens riep de imam op om de grondwet van Palestina uitsluitend te baseren op de shari'a, de islamitische wetgeving. “Er is maar één legitimiteit, en die stamt van de Koran. Elke wet die niet is gebaseerd op de shari'a, is een aanval op God.” Het was iedereen duidelijk dat imam Bitawi zijn pijlen richtte op Arafats politiek en op de grondwetsontwerpen die momenteel door het Palestijnse bestuur worden besproken.

Zijn preek was een nauwgezette weergave van het programma van Hamas, de Palestijnse afdeling van de oorspronkelijk uit Egypte stammende Moslimbroederschap. Hamas, oftewel 'Geloofsijver' en acroniem van de woorden Palestijnse Islamitische Verzetsbeweging, verklaart in artikel 8 van zijn in 1988 verschenen handvest dat “Allah zijn doel is, de Profeet zijn voorbeeld, de Koran zijn grondwet, de Heilige Oorlog zijn weg, en sterven omwille van Allah de meest verhevene van zijn wensen”.

In de preambule van dit handvest staat dat “Palestina onvervreemdbaar islamitisch eigendom is (waqf), gewijd aan de moslim-generaties tot aan de Dag des Oordeels”. Hamas belooft dan ook dat “Israel zal blijven bestaan tot de islam het van de kaart zal vegen”. Het handvest laat zich er niet over uit wanneer dat zal gebeuren.

Volgens artikel 31 “is Hamas een humanistische beweging. Zij behoedt de mensenrechten en wordt in de omgang met de volgelingen van andere godsdiensten geleid door islamitische verdraagzaamheid (..) Onder de vleugel van de islam kunnen de volgelingen van alle drie godsdiensten - islam, christendom en jodendom - in vrede en rust met elkaar samenleven. Vrede en rust zijn onmogelijk, behalve onder de vleugel van de islam (...) De volgelingen van andere godsdiensten zijn gehouden het opperste gezag van de islam in deze regio niet langer te betwisten (..)”

De consequentie van deze stellingen staat vermeld in artikel 32: “Het verlaten van het strijdperk tegen het zionisme is hoogverraad. En hij die dat doet, zij vervloekt.” Dat alles betekent onherroepelijk een heilige oorlog tegen de joden. Tevens echter - als het niet anders kan - een bloedige strijd tegen de PLO.

Weliswaar, zegt artikel 27, “ligt de PLO Hamas zeer na aan het hart, als vader en broer, naaste verwant en familie”. Maar, aldus hetzelfde artikel: “De PLO heeft het idee van een seculiere staat overgenomen (..) Secularisatie staat volstrekt haaks op de godsdienstige ideologie (..) Daarom is het onmogelijk voor ons - met al onze waardering voor de PLO en voor wat zij in de toekomst nog kan doen, en zonder haar rol in het Arabisch-Israelische conflict te willen kleineren - om het huidige of toekomstige islamitische Palestina te verruilen voor de seculiere idee. Het islamitische karakter van Palestina maakt deel uit van ons geloof. En wie dit geloof lichtvaardig opvat, zal aan het kortste eind trekken.”

Hamas werd in december 1987 door de Moslimbroeders opgericht, toen de intifadah, de spontaan uitgebroken volksopstand, bij alle lagen van de Palestijnse bevolking bleek aan te slaan. Tot dan hadden de Palestijnse Moslimbroeders hun strijd voor een islamitische samenleving beperkt tot religieuze, opvoedkundige en sociale werkzaamheden. Want in beginsel zijn de Moslimbroeders tegen elk wereldlijk nationalisme: zij willen de islamitische geloofsgemeenschap niet in staten verdelen. Aangezien zij Israel lange tijd te oppermachtig vonden, richtten zij tot december 1987 hun gewelddadige acties uitsluitend tegen de PLO.

Maar toen de Islamitische Jihad - een afsplitsing van de Moslimbroeders die nationalisme wèl als belangrijkste drijfveer heeft - de intifadah uitlokte, vonden de overige Moslimbroeders, na enige aarzeling, dat zij niet achter konden blijven. Vandaar dat het handvest van Hamas zo'n merkwaardige mengeling vertoont van Arabisch-nationalistische leuzen en Koranverzen.

Zo zegt artikel 34: “Palestina is de navel van de wereld en het kruispunt der werelddelen. Sinds het gloren van de geschiedenis is het doelwit geweest van expansionisten (..) Zo kwamen de Kruisvaarders er met hun legers en namen hun geloof en hun kruis met zich mee (..) Maar de moslims konden hun land herwinnen toen zij zich onder de religieuze banier schaarden (...) Dat is de enige manier om Palestina te bevrijden. IJzer kan alleen door ijzer worden overwonnen. Hun valse, onbetekenende geloof kan slechts door de rechtzinnige islam worden verslagen (..)” Het is bijna dezelfde taal die de Arabische nationalisten decennia lang bezigden: “Wat met geweld is genomen, kan alleen door geweld worden herwonnen”.

De geschiedenis van de Moslimbroeders in Jordanië, Egypte en Palestina wordt bepaald door een combinatie van heilige overtuiging en pragmatisme. In Jordanië hebben zij zich altijd naar de wil van de koning geschikt, waardoor het hun opperbest verging. Maar in Palestina kregen zij in de jaren '30, '40 en '50 harde klappen, eerst van de Britten en vervolgens van de Israeliërs. En in Egypte werden zij door president Nasser zwaar vervolgd. Hun bleef niets anders over dan de omschakeling naar een 'niet-politieke' koers om als idee en beweging te overleven.

In de jaren '70 kwam het vele Arabische regeringen èn Israel goed uit de fundamentalistische Moslimbroeders te gebruiken in de strijd tegen al te enthousiaste Arabisch-nationalistische, dan wel communistische stromingen. Dàt leidde langzaam maar zeker tot hun spectaculaire terugkeer op het politieke toneel. Het leidde tevens tot de afsplitsing van kleine groeperingen. Op basis van de Moslimbroeder-ideologie en de ervaringen van de Islamitische Revolutie in Iran predikten zij geweld tegen 'pseudo-islamitische' overheden. Hoewel de 'Moeder-organisatie' het vaak niet eens was met de uitleg van haar 'kinderen' en de door hen gevolgde tactiek, beperkte zij haar kritiek tot begripvolle en sympathiserende verontschuldigingen. Want zij hebben uiteindelijk dezelfde doelstellingen.

Ook Yasser Arafat heeft jarenlang geprobeerd om tot samenwerking en zelfs tot een werkverdeling te komen met de radicaal-islamitische stromingen. In de eerste plaats omdat de PLO en de radicale moslims dezelfde strijd voerden tegen 'de zionistische entiteit'. Maar ook en vooral omdat Arafat lering had getrokken uit de gebeurtenissen van de jaren '30, toen in het mandaatgebied Palestina de Palestijnen elkaar zo bloedig bestreden. Hij streefde de afgelopen dertig jaar dan ook voortdurend naar nationale eenheid.

Toen hij tweeëneenhalf jaar geleden bij de ondertekening van de akkoorden van Oslo het bestaansrecht van Israel erkende, was het voor de ingewijden duidelijk dat dit oorlog op termijn betekende. Arafat zèlf dacht zo'n Palestijnse burgeroorlog te kunnen ontlopen door een combinatie van hete en koude baden voor Hamas-aanhangers. Soms pakte zijn politie hardhandig een paar van hun leiders op, dan weer probeerde de president van Palestina hen af te kopen. Nu moet hij echter de knoop doorhakken: kiezen tussen het vredesproces en de Palestijnse nationale eenheid.

Ook Hamas moet die keuze maken. Maar de Islamitische Verzetsbeweging is diep verdeeld geraakt: de leiders binnen Palestina zijn pragmatischer dan die van buiten. Eenzelfde kloof is er tussen de politieke leiders en hun gewapende arm, de Ezzedine al-Qassam. En de laatste tijd is er zelfs onenigheid tussen Hamas in de Gazastrook en Hamas op de Westelijke Jordaanoever.

De officiële aanbiedingen aan Israel om, in ruil voor veiligheidsgaranties aan individuele Hamas-leiders, een staakt-het-vuren in acht te nemen, laten zien dat een deel van deze leiders de machtsverhoudingen in zijn nadeel ziet verschuiven. Zij zijn bereid de uitvoering van het handvest op te schorten. Probleem is echter dat de intifadah de gezagsverhoudingen in de Palestijnse samenleving drastisch heeft gewijzigd - zowel binnen de PLO als in Hamas. De gehoorzaamheid van vroeger is niet langer vanzelfsprekend. Dus trekken ook binnen de Islamitische Verzetsbeweging kleine groepen jongeren zich steeds minder aan van de vrome opdrachten van hun leiders. Zij denken, in overeenstemming met wat zij hebben geleerd, thans eerder hun heil in het Paradijs te vinden dan hier op Aarde.