Het vuige Rome is in Poppea erg gewoon

Voorstelling: L'Incoronazione di Poppea van C. Monteverdi door de Nederlandse Opera en Les Talens Lyriques o.l.v. Philippe Rousset. Regie: Pierre Audi. Gehoord: 2/3 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen t/m 29/3.

Van de vierdelige Monteverdi-cyclus, die Pierre Audi ensceneerde bij de Nederlandse Opera, wordt nu L'Incoronazione di Poppea herhaald. In 1993 bleek de voorstelling niet dezelfde intense dramatische kracht te hebben als Il ritorno di Ulisse in patria en Il combattimento di Tancredi e Clorinda. En ook na de conceptueel zo interessante L'Orfeo moet bij deze reprise de conclusie zijn dat Poppea het zwakste onderdeel is van de als geheel hoogst opmerkelijke Monteverdi-reeks, die een groot artistiek en publiek succes werd en waarover recent een fotoboek verscheen.

De meer dan vier uur durende voorstelling over het door Nero afvoeren van de ene vrouw (Ottavia) en het op de troon helpen van de andere (Poppea) is opnieuw vooral een lange zit met weinig afleiding. De begeleiding door Les Talens Lyriques is in deze akoestiek mij al te klein en ingetogen, op het preutse af. Het gebrek aan dramatiek ligt ook aan het erg langzaam op gang komende libretto van Busenello, maar Audi doet er verder weinig aan om de zaken zo scherp mogelijk duidelijk te maken, te expliciteren en te detailleren.

Er wordt met dubbele travestie een al te globaal en veelal te keurig beeld geschapen van geperverteerde machtswellust, berekenende liefde en een totaal gebrek aan moraal. Liefde en royalty verdragen elkaar moeilijk - dat was toen al zo en we zijn er nu nog steeds dagelijks getuige van. Dan is het allerminst opzienbarend dat de gelieven Nero en Poppea gedurende de hele voorstelling langs elkaar heen kijken als Charles en Di.

Iedereen is hier corrumpeerbaar en chantabel, behalve Seneca, die dus een zelfmoord krijgt opgedrongen. Pas als Seneca na een klein uur tegenspraak krijgt èn geeft, komt er even een begin van spanning, maar er zijn te weinig van die interessante scènes. De rollen van de voedsters, in de vorige serie opzienbarende typetjes, zijn wat gladgestreken, dus minder verbazingwekkend.

De uitvoerige cast is, met behoud van de belangrijkste hoofdrolzangers, gedeeltelijk nieuw. Cynthia Haymon (Poppea) en Brigitte Balleys (Nero) zingen opnieuw goed. Jeffrey Gall als Ottone is minder op dreef, verder is het allemaal zo gestileerd en netjes en verantwoord - het is mij al te veel verinnerlijkt. Behalve bij de nobele Seneca, indrukwekkend gezongen door László Polgár, blijft in de uitbeeldende vocale en muzikale expressie het wachten - tevergeefs - op iets meer dan een glimp van uitgespeeld rauw naturalisme: echte scherpe uitvallen, ontzettend lage gemeenheden, schandelijke smerigheid, vunze wellust en weerzinwekkende immoraliteit.