'Geen kortere procedure'; Bonden eisen meer rechten bij ontslag

DEN HAAG, 4 MAART. De vakcentrales FNV, CNV en MHP wijzen een verkorting van de ontslagprocedure, zoals voorgesteld door het kabinet, af en willen dat verwerken in een akkoord over flexibel werken met de werkgevers.

Morgen wordt daarover verder onderhandeld. Op de hoofdpunten is vorige week al overeenstemming bereikt. Het kabinet heeft in de nota Flexibilisering en zekerheid in december vorig jaar plannen gepresenteerd om de ontslagprocedure te verkorten en te vereenvoudigen. Zo wil het kabinet werkgevers toestaan om zowel voor, tijdens, als na de aanvraag van een ontslagvergunning bij het arbeidsbureau de arbeidsverhouding met de werknemer op te zeggen. Hiermee wordt voorkomen dat er na het afronden van de ontslagprocedure bij het arbeidsbureau, die zo'n 6 tot 8 weken in beslag neemt, nog een opzegtermijn volgt, die afhankelijk van de duur van het dienstverband kan variëren van één tot vier maanden.

De vakbeweging vindt dat werknemers door de verkorting van de ontslagprocedure in een onmogelijke situatie komen. Ze moeten hun ontslag bij het arbeidsbureau aanvechten en tegelijkertijd naar een nieuwe baan zoeken. Immers, als ze bij de directeur van het arbeidsbureau geen gewillig oor vinden, staan ze meteen op straat.

De drie vakcentrales zullen morgenavond, tijdens overleg met de werkgevers in de Stichting van de Arbeid, proberen tot overeenstemming te komen over een voor werknemers gunstiger ontslagprocedure. De werkgevers, zo bevestigt een woordvoerder, zullen het akkoord hierop niet laten stranden. Het gaat in feite om een secundaire kwestie waarover helemaal geen advies hoeft te worden gegeven. Het kabinet heeft december vorig jaar maar op een viertal punten advies gevraagd: de regeling van de proeftijd, een loondoorbetalingsplicht voor werkgevers als er geen werk is, verlenging van kortdurende tijdelijke contracten en afschaffing van maximum-uitzendtermijnen en het vergunningenregiem voor uitzendbureau's. Op al deze punten is vorige week, zoals in deze krant werd vermeld, overeenstemming bereikt.

Alleen het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) maakte op één punt een voorbehoud. De werkgevers en de overige vakcentrales stellen voor dat bij contracten voor bepaalde tijd een ketting van drie schakels mogelijk wordt, met een totale lengte van drie jaar. Dat wil zeggen dat in 3 jaar driemaal een tijdelijk contract kan worden afgesloten zonder dat de werknemer hieraan rechten kan ontlenen die voor werknemers met een arbeidsovereenkomst gelden (zoals het recht op loondoorbetaling). Het CNV wil hier twee jaar van maken, hetgeen overeenkomt met het voorstel van het kabinet. Het CNV zal zich echter voegen naar het akkoord als de rechtspositie van oproepkrachten wat beter wordt geregeld. Het CNV wil dat oproepkrachten voor minimaal drie uur per oproep worden betaald. De andere vakcentrales en de werkgevers maken daar geen probleem van, temeer niet daar het kabinet het zelf heeft voorgesteld.