Een melancholische motormuis

Voorheen bewoonde Margo Post een tweekamerflat, waarin de dieren vrij rondliepen. Op den duur was dat geen doen: de plinten werden opgegeten, het behang afgeknaagd, het tapijt weggeknabbeld en overal lag zand. Op de televisie, het bankstel, het keukengerei, want chinchilla's badderen naar hartelust in fijn zand. Een jaar geleden verhuisde zij dus samen met haar dertien chins naar een echt huis. Een huis met aluminium plinten, metalen kasten en linoleum vloeren. Nu hebben de chinchilla's een eigen slaapkamer met airconditioning. In de belendende kamer staat het chinchilla-archief.

Nederlandse Chinchillavereniging , Brantjesstraat 8, 1447 PD Purmerend

“Het begon vier jaar geleden met Max, een standaard chin”, zegt mevrouw Post. “Van oorsprong zijn het koloniedieren en een is maar alleen, dus kwam Jolene erbij, een Black Velvet. Jolene vond ik nog te jong om kinderen te krijgen, dus als Max erop wilde, gilde ik, 'Max!' Wist-ie precies wat ik bedoelde. In plaats van Jolene gaf ik hem een pluchen beest, dan ging-ie daar op wippen. Toen hij uiteindelijk op Jolene mocht, kon hij niet meer. Onze Max had vocht in zijn ruggemerg en moest inslapen. Die twee waren net zo verliefd, dat was een echte tragedie. Ik heb me afgemeld op mijn werk en heb twee dagen lopen janken. Vreselijk.”

Max verhuisde mee in zijn kistje en ligt nu in de tuin naast Shadow, een African Violet die zich letterlijk te barsten had gegeten. “Chinchilla's hebben een gigantisch lang darmenstelsel en eten de godganse dag. Eigenlijk moet je hun keutels opmeten, want die mogen niet te dun, niet te dik en niet te lang zijn, maar dat gaat mij zelfs te ver. Uit de sectie bleek dat Shadow maagzweren had. Om twaalf uur 's nachts ging het mis. Ik ben nog naar de dierenarts gereden, maar het was al te laat. Als ze gaan, gaan ze hard. Dan is er geen redden aan.”

Shadow en Max zijn vereeuwigd op een reusachtige aquarel die in de huiskamer hangt, en op de videobanden die mevrouw Post zelf monteert. Nu de chins boven wonen, is het een stuk minder gezellig, dat wel, maar zij hebben het heel goed. De dieren zijn over vijf kooien verdeeld. Rolls Royce, een zwart vrouwtje met roze oren, zit met haar twee dochters Bentley en Carrera in de kooi met homozygoten. Jumbo, Concorde en Sierra verblijven in de kooi met heterozygoten en Jumper en Quinta wonen in de kooi met standaards, de grijze wildkleur.

“De genetica van de chins is erg ingewikkeld. De hoofdkleuren zijn wit, zwart en grijs, maar die zijn weer onderverdeeld in categorieën als Beige, Rose, Saffier, Blue Steel of Violet. Wit mag niet gekruist met wit, Velvet niet met Velvet, want dan ontstaan er letale factoren. Het zijn kwetsbare dieren. Als ze net bij de fokker vandaan komen, zijn hun vachten schitterend. Hier stoeien ze, pissen elkaar onder, springen op en neer en hun snorharen breken af, dus zijn ze niet meer op showkwaliteit.”

“In de Andes voeden ze zich met cactusvruchten en dauwdruppels. Bij mij krijgen ze pellets, rozebottels, kokos en Spa-blauw. Sommige komen uit Venray, andere uit Nunspeet en het kraanwater is hier van een andere kwaliteit. Voor je het weet zijn ze dan aan de diarree en moet ik weer Carlsbadzout of anti-biotica toedienen.”

Van de liefhebbers heeft mevrouw Post ongetwijfeld de grootste bibliotheek. Zij gaat archieven af, schrijft kranten en verenigingen aan in binnen- en buitenland en brengt van a tot z alle ziekteverschijnselen en therapieën in kaart.

“Mijn vriendenkring bestaat zo langzamerhand alleen maar uit chinchillaliefhebbers. Samen hebben we abonnementen op Canadese of Duitse bladen, als de Chinchilla Post. En via het Chin Net op Internet kom je natuurlijk ook aan contacten. Daarop wisselen we verhalen, informatie en foto's uit. Dat gaat de hele wereld over, van Hongkong en Australië tot aan de Noordpool. 'De bevalling ging mis, moeder dood, wat moet ik met de jonkies?' 'Of De vacht van O.J. laat los, hoe kan dit?' ”In de vitrinekast staan mokken met de afbeelding van chinchilla's, place-mats met chinchilla's, T-shirts met chinchilla's, medaillons met chinchilla's en een foto van een chin met een kerstmuts. Dat was een nieuwjaarswens. “Die hanger heb ik laten maken en de meeste spiegels en mokken ook. Het is heel moeilijk om iets te vinden met chins. Ik neem altijd een foto mee, want anders krijg je een mok met een poezekop of een cavia erop, en de vraag: Chinchilla? Wat is dat dan?

“Mijn vriend is er net zo wild mee als ik, anders zou het niet kunnen ook. Even heb ik erover getwijfeld om de tussenmuur door te breken, voor meer hokken. Maar we hebben de afspraak gemaakt dat er geen nieuwe dieren meer bijkomen. Chinchilla's kunnen achttien jaar worden en deze blijven bij me tot hun dood. Als ik er nog meer aanschaf, gaat dat ten koste van de aandacht en de verzorging. En er gaat nu al heel veel tijd en geld inzitten. Het zijn handenbindertjes, hoor. Wij gaan vanwege hen nooit met vakantie. Hooguit een dagje weg en snel weer terug. Wij willen geen kinderen, mijn chins zijn de kinderen. Zij komen ook in de slaapkamer, stoeien op bed, dat vinden ze heerlijk.”

In de slaapkamer hangt zowaar chinchilla-porno. Op fijne pentekeningen is de geslachtsdaad tussen twee chins vastgelegd.

“Na de paring zakt het mannetje door zijn achterpoten, zo moegewipt is hij dan. Ik wil geen mannen. Nou ja, ik heb er eentje, omdat die zo zielig was, maar die heb ik laten steriliseren. Die was onverkoopbaar, want hij heeft een tik. En wie wil er nou een chin met een tik? Mannen komen er bij mij niet in, juist omdat ik de jonkies allemaal zou houden. En dan zit je binnen de kortste keren met 50 of meer chinchilla's, zoals tante Elly.”

Tante Elly woont een paar straten verderop. De eerste verdieping van haar huis wordt bewoond door 120 chinchilla's. “Het begon met eentje”, zegt ze verbaasd. “Maar dan zie je een Beige, een mooie Saffier en dan weer een Rose en de een is nog leuker en mooier als de ander. En als ze dan zo zachtjes toeteren en je aankijken, ben ik verkocht. Het zijn vreselijk lieve beesten. Ik knuffel praktisch elke dag met ze. Als ik rust zoek, ga ik naar boven. Dan ga ik bij de kooien zitten en val ik in slaap. Die geluidjes, dat getoeter, zalig. Als ze weggehaald zouden worden, zou ik door het lint gaan. Zeker weten. Die mensen komen trouwens niet heel de voordeur uit.”

Margo: “Het is een gekte, hoor.”

Tante Elly: “Margo sputtert nog wat tegen, maar die tussenmuur bij haar gaat er toch wel uit. Over een jaartje, denk ik. Zo begon het ook bij mij.”