Dijkstal: prioriteit ligt bij de minima

DEN HAAG, 4 MAART. Vice-premier Dijkstal vindt dat het behoud van de koopkracht voor mensen met de laagste uitkeringen binnen het kabinet politieke prioriteit moet krijgen. “Ik vind het een teken van beschaving of hoe je het ook wilt noemen om voor de mensen met de laagste uitkeringen koopkrachtbehoud na te streven. Dat is voor mij een politieke prioriteit”, zegt de VVD-minister vandaag in een vraaggesprek met deze krant. Ook verwacht Dijkstal dat bij de besprekingen over de toekomst van de sociale zekerheid, komende zomer, hoogte en duur van de overige uitkeringen niet aan de orde komen.

De minister van Binnenlandse Zaken ondersteunt daarmee het pleidooi van PvdA-Kamerlid J. van Zijl, eind vorige week, om de laagstbetaalden niet verder achteruit te laten gaan. Van Zijl zei vorige week dat de “rek eruit is aan de onderkant”. De VVD-fractie reageerde bij monde van het Kamerlid H. van Hoof afhoudend op de stelling van Van Zijl.

Dijkstal zegt verder dat hij meer bevoegdheden wil hebben om als minister van Binnenlandse Zaken het beheer over de politie te verbeteren. Onder de huidige Politiewet heeft hij “te weinig instrumenten” in handen om ervoor te zorgen dat het geld dat het rijk verstrekt door de korpsen ook daadwerkelijk wordt besteed aan uitbreiding van de sterkte, zoals Kamer en kabinet dat willen. “Als we ons op rijksniveau willen bemoeien met de politie zullen minister Sorgdrager en ik meer instrumenten moeten hebben”, zegt Dijkstal. “Ik kan geen eisen stellen aan de politie, dat is in strijd met de huidige wet.”

Dijkstal zegt een discussie te willen aangaan over een nieuw politiebestel. “Aan het eind van dit jaar moet duidelijk zijn wat er moet veranderen bij de politie.

De commissie-Van Traa en de Algemene Rekenkamer nodigen ons uit tot een discussie. Je kan wel voor of tegen provinciale politie zijn, maar iedereen zal deze discussie over het bestel moeten aangaan.''