Dialoog met Azië

VIJF EEUWEN NADAT de eerste Europese zeevaarders voet aan wal zetten in Zuidoost-Azië en een kleine vijftig jaar nadat de Europese koloniale mogendheden zich uit de meeste Aziatische gebieden terugtrokken, hebben Europa en Azië het afgelopen weekeinde naar toekomstgerichte vormen van samenwerking gezocht. Op de ASEM (Asia Europe Meeting) in Bangkok troffen de politieke leiders van de Europese Unie en van tien Zuidoostaziatische landen elkaar. Het was een late erkenning dat Europa een onoverbrugbare achterstand dreigde op te lopen in de betrekkingen met de meest dynamische regio in de wereldeconomie. Vanuit de Aziatische optiek bood de bijeenkomst de gelegenheid om de Europeanen te laten kennisnemen van de politieke zelfverzekerdheid en economische energie van Zuid- en Zuidoost-Azië.

Sinds de dekolonisatie is veel veranderd in de betrekkingen tussen Europa en het Verre Oosten. Straatarme landen vormen nu de 'tijgers' van de internationale economie, in enkele Aziatische landen is het inkomen per hoofd van de bevolking inmiddels hoger dan het Europese gemiddelde.

De ASEM-ontmoeting was bij voorbaat een 'historisch succes', temeer omdat was afgesproken dat gevoelige onderwerpen die tot spanningen zouden kunnen leiden, vermeden zouden worden. Dat was tamelijk bizar. Want als in een dialoog van 'constructief engagement', zoals het genoemd werd, geen ruimte is voor de bespreking van knelpunten om de goede sfeer niet te verpesten, blijven de gesprekken vrijblijvend. Bovendien hadden de Europese landen ingestemd met de afwezigheid van twee economisch belangrijke landen uit de regio: Taiwan en Hongkong. Ook dat gaf de conferentie iets kunstmatigs. ASEM GING dus niet over Aziatische waarden, democratie, rechten van de mens, geopolitieke geschillen of over actuele militaire dreigingen. Het ging evenmin over lage lonen, kinderarbeid en afgeschermde markten. De Europese en Aziatische leiders hebben in Bangkok de brede politieke context hersteld die de afgelopen decennia verwaarloosd was.

Dat is op zichzelf waardevol. Wellicht onder invloed van het koloniale verleden, door de preoccupatie met de omwentelingen in Oost-Europa of door de naar binnen gerichtheid van de Europese Unie hebben de Europese landen zich lange tijd tamelijk afwezig getoond in dynamisch Azië. Daar groeide de Japanse invloed en richtte men zich op de Verenigde Staten als model van moderniteit. Het beeld van Europa was dat van een continent met lage groei, hoge werkloosheid en een uit de hand gelopen welvaartsstaat. Politiek noch militair hadden de Europese mogendheden betekenis in het Verre Oosten.

Wie sprak over de toekomstkansen van het gebied langs de rand van de Stille Oceaan had het over Oost-Azië en de Westkust van Noord-Amerika - niet over de Europese Unie met zijn landbouwsubsidies en afgeschermde interne markt en gehannes met een gemeenschappelijke munt. Europa, kortom, miste de aansluiting bij de dynamiek van de Aziatische markt. DIT LAATSTE BEELD IS niet terecht. Het Europese bedrijfsleven heeft de afgelopen jaren de economische dynamiek van Azië ontdekt. De Europese handel met de opkomende landen in Azië (dat wil zeggen uitgezonderd Japan) neemt sneller toe dan die van de Verenigde Staten en Japan. Het Verre Oosten is de snelst groeiende handelspartner van Europa. Bovendien is de Europees-Aziatische handelsbalans in evenwicht, anders dan de Amerikaanse (die een enorm tekort laat zien) en de Japanse (die een groot overschot toont). Volgens de Wereldbank zijn vanaf het einde van de jaren tachtig de investeringen van Europese ondernemingen in Oost-Azië sneller toegenomen dan die van Japanse of Amerikaanse bedrijven. De Europese en Amerikaanse investeringen in Oost-Azië zijn in omvang ongeveer aan elkaar gelijk. Duitse, Britse, Franse, en ook Nederlandse ondernemingen doen uitstekende zaken in het Verre Oosten. DEZE LATE AANSLUITING bij de dynamiek van de opkomende landen in Azië heeft zich evenwel niet vertaald in een geo-politieke Europese opstelling. Dat komt deels door de zwakte van de Europese Unie op het gebied van buitenlands beleid, deels door het Amerikaanse politieke en militaire gewicht in Oost-Azië. Maar behalve standpunten die de Europese landen delen met de VS, hebben ze ook hun eigen politieke problemen in Azië. Het slepende geschil tussen Portugal en Indonesië over Oost-Timor en de Britse zorgen over de toekomst van Hongkong als het bestuur volgend jaar overgedragen wordt aan China zijn twee sprekende voorbeelden.

Betrokkenheid bij de ontwikkelingen in Zuid- en Zuidoost-Azië is daarom van het grootste Europese belang. Het begin van een directe dialoog is in Bangkok gelegd, maar de vrijblijvendheid was overheersend. Substantiële en serieuze versterking van de betrekkingen is dringend gewenst.