De vogelzang van Messiaen is voor enkelen naast God

Concert: Anatol Ugorski, piano. Programma: O,. Messiaen: Le catalogue des oiseaux. Gehoord: 2/2 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 8/3 20.02 uur Radio 4.

Toen Anatol Ugorski zijn integrale uitvoering van Messiaens Cataloque d'Oiseaux zaterdag om 18.35 na drieënhalf uur afsloot met een hypnotiserende verklanking van 'Koude, duisternis, het geluid van de branding', zaten er in de aanvankelijk redelijk gevulde zaal van het Concertgebouw in Amsterdam nog maar een handjevol enthousiastelingen. Van hen ontving de in Duitsland gevestigde Russische pianist echter terecht een staande ovatie voor zijn monumentale uitvoering van Messiaens lofzang op Gods schepping in het algemeen en de vogels in het bijzonder. Zeven boeken en dertien delen lang 'imiteerde' Ugorski met een onverstoorbare concentratie en toewijding het exotische gezang van de vogels tegen een fascinerende achtergrond van in traag verschuivende akkoorden uitgedrukte natuurtaferelen.

In 1958, kort voor de voltooiing van zijn tussen 1956 en 1958 ontstane Catalogue d'Oiseaux, verklaarde componist, ritmicien en ornitoloog Messiaen in een interview: “Als men van symbolen wil spreken, is een vogel voor mij het symbool van vrijheid.” Omdat het menselijk oor per definitie tekort schiet om alle trillingsfrequenties van het vogellied te kunnen waarnemen, vroeg Messiaen zich regelmatig af of hij zijn energie niet verspilde aan een mateloos arrogante, want per definitie ontoereikende nabootsing van de Goddelijke natuur.

Wat hij in klank wilde omvatten, omschreef hij in de partituur van zijn Cataloque d'Oiseaux in dichterlijke bewoordingen. Elk deel is naar een vogel vernoemd, en wordt ingeleid met teksten als 'Eind juni, de Charente. De wielewaal, prachtig goudgeel met zwarte vleugels fluit in de eikenbossen. Zijn lied klinkt vloeibaar en verguld als het gelach van een exotische prins.'

Er figureren ook nog andere dieren in Messiaens Cataloque d'Oiseaux: 'Een onzichtbare waterrat laat een serie kreten horen als een varken met doorgesneden keel', of 'Een kikker rammelt wat met botten.' Waar ze de gestalte van muzieknoten aannemen, geeft Messiaen dat nauwkeurig in de partituur aan.

Slechts weinig pianisten wagen zich aan het omvangrijke resultaat van dit alles, want de complete Cataloque d'Oiseaux vergt technisch, fysiek en mentaal het uiterste van een vertolker. Er bestaan ook nauwelijks integrale opnames van het werk, dat in 1994 door Ugorski op Deutsche Grammophon (439 214-2) werd vastgelegd, en dat onlangs voor Naxos werd opgenomen door de Noors-Nederlandse pianist Hakon Austbo.

Niet gestoord door 'vergelijkingsmateriaal' kon Ugorski, die uiterlijk wel iets weg heeft van een vogelverschrikker, zich tijdens de Matinee dus onbekommerd uitleven op het vogelrijk. Dat deed hij met een onnavolgbaar instrumentaal raffinement, en een opmerkelijk talent voor een bezwerende klankesthetiek.

Af en toe maakte Ugorski het zich met vrij trage tempi een beetje gemakkelijker, en in het zevende deel, La Rouserolle Effarvatte, maakte hij daar waar de lastige 'lange solo van de kleine karekiet' begint, een coupure van vier bladzijden. Een bizarre dichterlijke vrijheid, in een door uiterste precisie gekarakteriseerde eredienst aan Gods gevleugelde zangers.