Dagobert Duck komt goed weg op de Bökelberg

MÖNCHENGLADBACH, 4 MAART. Uitverkocht stadion (33.500 toeschouwers) op de Bökelberg in Mönchengladbach. Twee Borussia's tegen elkaar, Namensvetter, de een vorig jaar kampioen van Duitsland, de ander - de thuisclub - bekerwinnaar. De een woensdag in de Champions league tegenstander van Ajax, de ander een dag later van Feijenoord in het Europa Cup II-toernooi.

De kwaliteit van het duel tussen de Borussia's uit Gladbach en Dortmund is redelijk, zij het niet echt klasse, zoals Bild am Sonntag de volgende dag vriendelijk zou schrijven. De thuisclub speelt vaak beter, maar verzuimt zijn kansen voldoende te gebruiken, al heeft zijn gewiekste Zweedse spits Dahlin twee keer voor een voorsprong gezorgd, en moet in de voorlaatste minuut toch nog een gelijkmakend doelpunt (2-2) accepteren. Dat komt na een scrimmage voor het Gladbach-doel van de voet van verdediger Jürgen Kohler.

Niettemin: ondanks die gelijkmaker van Kohler weet Dortmund zijn eerste plaats in de Bundesliga voorlopig verspeeld, want op het elektronische scorebord is allang duidelijk geworden dat concurrent Bayern de stadsderby tegen München 1860 heeft gewonnen (4-2) en dus na vier maanden weer, zij het met een wedstrijd meer gespeeld, op de eerste plaats staat.

Het clichébeeld voor deze zaterdag op de Bökelberg: creatieve provincieclub tegen een nieuwrijke voetbalkapitalist uit de oude industriestad Dortmund, het hart van de vroegere Kohlenpott. Of: goede ideeën, gestoken in het wit-groen van Mönchengladbach, tegen veel poen, gestoken in het geel-zwart van Dortmund.

Of ook: de club die voor weinig geld in Scandinavië en in stadjes in de buurt als Grevenbroich, Jülich, Rheydt, Viersen en Erkelenz inkoopt tegen de club die graag dure Duitsers uit Italië (Möller, Riedle, Kohler, Sammer) terughaalt of - onder het motto dat geld op het veld en niet bij de bank moet staan - geregeld kostbare spelers bij andere clubs wegkoopt (bijvoorbeeld Heiko Herrlich van Mönchengladbach). Want geld hebben ze daar in Dortmund na een paar goede jaren in het Europese voetbal en dankzij een buitengewoon trouw publiek bij de wedstrijden in de Bundesliga. Wat ooit van de aanhangers van Feijenoord in Rotterdam wel werd gezegd, namelijk dat zij ook met tienduizenden naar het stadion zouden komen voor een spelletje kaarten van de voorzitter en de trainer in de middencirkel, geldt in het Westfalenstadion in Dortmund namelijk nog steeds.

In het Roergebied, lange tijd het Mekka van het Duitse voetbal, was de in 1909 opgerichte Balspielverein Borussia (fans scanderen nog steeds BééVauBéé) voor de Tweede Wereldoorlog maar een regionaal clubje tussen nabije grootheden als Rot Weiss Essen en - vooral - 'aartsvijand' Schalke 04 (Gelsenkirchen). Pas in 1957 haalde Dortmund, toen nog spelend in het stadion Rote Erde, de eerste van zijn vier landstitels. In 1966 volgde - als eerste Duitse club - een Europese beker, de Europacup II, met spelers als Sigi Held, Lothar Emmerich en Stan Stanley Libuda. In 1972 degradeerde de club, die vier jaar later onder trainer Otto Rehhagel (nu Bayern München) pas weer zou promoveren om daarna zo'n 15 jaar betrekkelijk onopvallend in de Bundesliga te spelen. Dat is veranderd sinds Ottmar Hitzfeld een paar jaar geleden naar Dortmund kwam en de club zijn groeiende banktegoeden steeds vaker omzette in nieuwe spelers, namelijk voor zo'n 70 miljoen mark sinds 1990. Sinds dat jaar deelt Dortmund in Duitsland de status van Dagobert Duck met de grote concurrent in München: Bayern.

Borussia Mönchengladbach kreeg zo'n dertig jaar geleden een enorme naam bij de Duitse voetballiefhebbers doordat het - vooral onder trainer Hennes Weisweiler - dankzij een overvloed aan vakkundig opgeleid regionaal talent model kwam te staan voor een in eigen land uniek type aanvallend en origineel voetbal. Met technici als Günter Netzer, Horst Köppel, de Denen Ulrich le Fevre en Alan Simonsen en - iets later - Jupp Heynckes en taaie rakkers als 'Hakki' Wimmer, Berti Vogts (de huidige Duitse bondstrainer) en Rainer Bonhof (nu assistent van Vogts) had Borussia een team dat in die dagen ook elders in Europa gevreesd was. Ook veel Duitsers die helemaal niet zo dol zijn op voetbal zagen in dat avontuurlijk-speelse team wat terug van de veranderingen die in de Bondsrepubliek rondom het jaar 1968 zichtbaar werden.

Dat soms wisselvallige team, dat de bijnaam eine launische Diva kreeg, veegde destijds bijvoorbeeld op de Bökelberg de verdedigingskunstenaars van Internazionale met 7-1 van het veld. En zag die score vervolgens ongeldig verklaard omdat een Inter-speler door een bierblikje was getroffen. Latere grote namen: trainer Udo Lattek, Lothar Matthäus, nu 34 en speler bij Bayern, Uli Stielike, de Denen Henning-Jensen en Kalle Del'Haye. Buiten de 'veilige' sfeer van het leeg-landelijke gebied rondom Mönchengladbach zouden sommigen het nog moeilijk krijgen. De geniale Netzer bleek bijvoorbeeld niet echt te kunnen aarden bij Real Madrid en Hennes Weisweiler beet zich bij Barcelona ooit de tanden stuk op zijn sterspeler J.C. Cruijff.

De fans die van een historisch-sociologisch uitstapje houden zoeken het deze zaterdag graag bij verhoudingen van vroeger, waarin Gladbach de rol van een provinciale David en Dortmund die van een grootsteedse Goliath speelt. Zij gaan er dan, al dan niet opzettelijk, aan voorbij dat de oude Roermetropool Dortmund intussen kolen en staal grotendeels heeft verruild voor 'schone' dienstverleningsbedrijven en zelfs Duitslands verzekeringshoofdstad is geworden. En zij gaan eraan voorbij dat de vroeger armelijke streken rondom Mönchengladbach allang welvarend zijn geraakt. Meer nog: dat Stefan Effenberg, Mönchengladbachs grote chef en regisseur op het middenveld, óók - zij het met moeite - uit Italië (Florence) is gehaald.

Niettemin hangt er deze zaterdagmiddag enigszins een klassenstrijd-sfeer boven de Bökelberg. Metersbreed is het spandoek voor de vele duizenden deinende groene caps en sjaals op de Noordtribune. “Liever kameraadschap dan een Judas in het team”, zegt het. Deze beginselverklaring is gericht tegen 'verrader' Heiko Herrlich, die begin dit seizoen na eindeloos touwtrekken voor 11 miljoen mark naar Dortmund vertrok. Elke keer dat Herrlich ook maar in de buurt van de bal komt klinkt er een geweldig gefluit.

Hij maakt er in de spits dan ook weinig van, deze Herrlich, netzomin als de linksbenige Zwitser Stéphane Chapuisat, die na een langdurige blessure nog reuze benauwd voor zijn benen lijkt. Doordat Gladbachs trainer Bernd Krauss kennelijk vooraf flink wat “positieve aggressiviteit” heeft aanbevolen, komen Herrlich en Chapuisat niet in hun spel. In de rust worden zij vervangen door Karl-Heinz Riedle, die ook al langdurig geblesseerd geweest is, en Lars Rikken, een 19-jarig talent. Trainer Hitzfeld klaagde na afloop over Gladbachs harde spel. En over de jacht op de benen van Dortmunds spelmakers Andreas Möller en Matthias Sammer. Aan de wilskrachtige libero Sammer, een techisch vrij beperkte man die voorging in een woedend slotoffensief, dankte Dortmund het alsnog bereikte gelijkspel. Daarmee zijn ook de namen genoemd van spelers die Ajax woensdag vooral in het oog moet houden: Möller en Sammer.

Voor Feijenoord, dat donderdag in het Rheinstadion te Düsseldorf aantreedt tegen Gladbach, worden de problemen waarschijnlijk ingewikkelder. De Duitse bekerwinnaar heeft twee sterke en trapvaste vleugelverdedigers, Kastenmaier op rechts en Jörg Neun op links. Op het middenveld spelen naast Stefan Effenberg, die voor de tempowisselingen en de betere passes zorgt, vaardige spelers als Wynhoff en Pflipsen. Bovendien is eerdergenoemde Dahlin een gevaarlijk-koelbloedige centrumspits.

Effenberg is uit de gratie bij bondstrainer Vogts sinds hij als speler van het Duitse elftal tijdens het WK-toernooi in de VS in 1994 balorig een gestrekte middenvinger omhoog stak naar het publiek. Dat Vogts hem niet meer wil kan hem niets schelen. De man speelt in plaats daarvan in Mönchengladbach als een vorst; zijn medespelers komen de bal beleefd bij hem inleveren. Effenberg speelt ook als een keiharde vorst, zijn tegenvoeter Andreas Möller heeft deze middag na een half uurtje zoveel duwen en schoppen gehad dat hij de wedstrijd als een angstige pilaar uitspeelt. Dat kan dus nog wat worden, woensdag, tussen de licht stagnerende voetbalmachine van Ajax en de harde werkers van Dortmund en, donderdag, tussen de taaie kameraden van Feijenoord en het Borussia van Effenberg. Of die duels ook goed zullen zijn voor de vele, de afgelopen maanden opgezette, Nederlands-Duitse dialogen, is een open vraag.