Conservatief Spanje moet prijs betalen om te kunnen regeren; Aznar lacht, zij het met kiespijn

MADRID, 4 MAART. En nog is Felipe González niet verloren. De man die meer dan dertien jaar als premier zijn stempel op de Spaanse politiek drukte, toonde zich gisteravond een gelukkig verliezer. Zijn socialistische PSOE moest gisteren weliswaar de positie van grootste partij afstaan aan de conservatieve Partido Popular van José María Aznar, maar het verschil was aanmerkelijk kleiner dan was voorzien. “We zullen de peilingen verslaan”, beloofde hij en dat gebeurde.

Behalve over brauvoure, bewees de evenwichtskunstenaar González dat hij nog steeds beschikt over het vermogen om de Spaanse politieke werkelijkheid op zijn juiste waarde te schatten. “Het enige waar het ons aan heeft ontbroken was een week meer tijd en een debat”, grapte González gisteren in zijn toespraak na het bekendworden van de uitslag, met een verwijzing naar Aznars weigering om met González een einddebat te houden.

“De Partido Popular heeft de verkiezingen gewonnen”, zei Aznar gisteren. Hij lachte erbij, maar de indruk bleef hangen dat het met kiespijn was. De klinkende meerderheid waarop de PP had gehoopt bleef uit en in de verkiezingen in de regio Andalusië moest de PP zelfs een nederlaag incasseren. Dat Aznar nu een regering kan vormen is nog niet zeker. De kiezers hebben de factor-González in elk geval niet weggevaagd.

Net als bij de verkiezingen in 1993 bleken de enquêtes de plank danig te hebben misgeslagen. De hoge opkomst wordt als een van de oorzaken gezien. De deelname van 78 procent van de kiezers benadert de record-opkomst die in 1982 de socialisten aan de macht bracht. Een hoge opkomst betekent doorgaans dat twijfelende kiezers alsnog hun stem op González uitbrengen.

Daarnaast moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de kiezerspeilingen, die tot uiterlijk een week voor de verkiezingen mogen worden gepubliceerd, nog amper het effect van de campagnes weergeven. De socialisten voerden de afgelopen weken een felle verkiezingscampagne. Veel kritiek, ook in socialistische kring, is geleverd het verband dat PSOE-kopstukken hebben gelegd tussen de huidige PP en het oude Franco-regime. Maar inspelen op de angst voor het “eeuwige rechts” blijkt in Spanje zeker onder de oudere kiezers nog altijd zijn rendement op te leveren.

González, die schoorvoetend was overgehaald om nog eenmaal de partij te leiden, presenteerde bovendien de afgelopen weken met een onverwachte energie en enthousiasme zijn partij. Hoewel zijn opponent Aznar gaandeweg steeds verder in zijn rol van toekomstig premier groeide, werd hij op punten verslagen door de soepele presentatie van González. Geheel los daarvan moet het netwerk van gevestigde belangen rond de socialisten niet worden onderschat. Het conservatieve dagblad ABC voer vandaag woedend uit tegen het “cliëntelisme” en het “gesubsidieerd stemgedrag” van de socialistische aanhang.

Gesubsidieerd of niet, na gisteren kan de centrum-conservatieve PP-leider in eerste instantie niet veel anders dan aankloppen bij het paleis van de Generalitat in Barcelona, waar de Catalaanse regio-president Jordi Pujol kantoor houdt. Net als bij de minderheidsregering van González lijkt de vorming van een werkbare meerheid in het parlement uitgesloten zonder diens Catalaans-nationalistische partij, Convergencia i Unió (CiU).

Pujol bouwde gisteravond een toneelstukje op rond de verkiezingsuitslag die de toeschouwers in de partijzetel van de PP het bloed onder de nagels moet hebben gehaald. De Catalaan liet zich voor de staatstelevisie interviewen terwijl hij nauwgezet een blaadje met de laatste verkiezingsuitslagen inspecteerde. De Catalaanse leider was bezig met een optelsom en verklaarde tussen neus en lippen door dat de PP maar met een voorstel moest komen. De Catalaanse nationalisten, onder wier aanhang een geduchte weerzin bestaat tegen de anti-regionale politiek van de PP, zullen een hoge prijs vragen voor hun medewerking, zo is de boodschap.

De PP heeft niet genoeg aan de Catalaanse nationalisten alleen en zal een derde partner moeten zoeken. De Baskische nationalisten van de PNV - nog virulenter dan de Catalanen in hun weerzin jegens de PP - lijken daarbij uitgesloten. Meer kans maakt de tot dusver betrekkelijk onbetekenende Canarische Coalitie (CC).

Spanje neemt voorlopig afscheid van Felipe González, maar de overgang naar Aznar is “complexer, interessanter, subtieler en vooral moeilijker” dan verwacht, zo schreef vanochtend het dagblad El País. De Spaanse politiek, di de laatste jaren is overheerst door de schandalen rond het minderheidskabinet van González is geenszins in rustiger vaarwater gekomen. De daling van de Madrileense beurs vanmorgen is daarvan het eerste symptoom.