Communistische mores vieren hoogtij in Servië

BELGRADO, 4 MAART. In Servië zijn de tradities van het communisme in ere hersteld. Achttienhonderd paar handen klapten zaterdag in de door Tito gebouwde Sava-congreszaal in Belgrado ritmisch en aanhoudend voor Slobodan Milosevic, de man die de oorlog op de Balkan begon en - onder Amerikaanse druk - beëindigde.

Op het eerste naoorlogse congres van de Socialistische Partij van Servië (SPS) liet het Servische staatshoofd zich met 1.795 van de 1.796 stemmen herkiezen als partijleider. Niet het Servische, maar het uit de mottenballen gehaalde pan-Joegoslavische volkslied klonk op uit de kelen, net als het in onbruik geraakte lied Druze (Kameraden).

Nog niet zo lang geleden zou de president zijn begonnen over de tafelmanieren van de Serviërs in de dertiende eeuw, die als eersten in Europa met mes en vork aten, of over de door islamitische horden vertrapte bakermat van de Servische beschaving, Kosovo. Maar Milosevic is sinds kort ex-nationalist en net als destijds Josip Broz Tito treedt hij hard op tegen 'elementen' die de etnische haat aanwakkeren. Sinds de ondertekening van de akkoorden van Dayton praat de president niet meer over de Slag op het Merelveld van 1389, alleen nog over de wederopbouw en het jaar 2000, zoekend naar woorden die passen bij zijn nieuwe imago van vredestichter. “We staan aan de vooravond van een nieuw tijdperk”, zei hij zaterdag, staand op een reusachtig podium tegen een front van 96 videoschermen met beelden in vogelvlucht van toekomstige stuwdammen, metrotunnels en hogesnelheidstreinen. “De vrede is getekend, de sancties zijn opgeheven. Servië moet nu zijn ontwikkeling ter hand nemen.”

Nieuw te bouwen snelwegen naar Boedapest, Sofia en Athene moeten Belgrado uit het isolement halen. De boodschap luidt: dankzij het leiderschap van onze president is Servië niet langer een paria in de wereldgemeenschap. “Bij de gratie van het Westen, dat hem nodig heeft voor een stabiele Balkan, is Milosevic op de toppen van zijn macht”, zegt Bratislav Grubacic, SPS-kenner en hoofdredacteur van de nieuwsdienst VIP. “Ook al heeft hij de oorlog niet gewonnen, hij gedraagt zich als een overwinnaar.”

De dagen dat het Amerikaanse weekblad Time Milosevic portretteerde als 'de slager van de Balkan' zijn vergeten. Samen met zijn vrouw Mirjana, een hoogleraar in de sociologie die nimmer van de marxistische leer is afgeweken, werkt de Servische president aan de renovatie van een strak geleide, bijna totalitaire maatschappij. Het oppositionele weekblad Vreme, dat door zesduizend van de 6 miljoen Serviërs wordt gelezen, spreekt van 'het regerende echtpaar Milosevic'.

Hoe vergaand de invloed van de presidentsvrouw is bleek vorige week nog eens. In haar column in het tijdchrift Duga schreef zij dat Belgrado, wil het in de wereld meetellen, eigenlijk een Chinatown zou moeten hebben. Prompt liet de krant Politika ingenieurs aan het woord die in alle haast een 'Zijdestraat' met Chinese restaurants hadden ontworpen. De terloops geopperde gedachte van Mirjana had de uitwerking van een decreet.

Terwijl haar man zich in de jaren tachtig op de golven van de etnische haat naar het presidentschap liet voeren, bleef zij trouw aan het verguisde gedachtegoed van de partizaan Tito. Al in 1993 kondigde ze aan de partij van haar man, de SPS, te zullen 'zuiveren van nationalisten. Daartoe richtte ze de Joegoslavische Unie van Links (YUL) op, een netwerk dat meer lijkt op een geheim genootschap dan op een politieke partij.

Op het heetst van de oorlog leefden de president en zijn vrouw in onmin, maar tegelijk met het sluiten van de vrede zou de periode van echtelijke kilte zijn afgesloten. De kus die Slobodan Milosevic haar bij terugkeer uit Dayton gaf hangt in een lijstje op het Belgradose perscentrum. Begin november heeft de first lady via haar YUL-aanhang (volgens de journalist Grubacic de meerderheid van het 185 leden tellende SPS-bestuur) vier nationalistische ideologen en raadgevers van haar man uit het centrum van de macht gewerkt.

“Niemand kan volhouden dat er geen nationalistische excessen en misstappen van het kader hebben plaatsgevonden”, zo hield Milosevic de bijeenkomst van de nomenklatoera voor. “De foute elementen zijn geïdentificeerd en verwijderd zonder pathetisch geweeklaag.” In de aanloop naar het congres hadden de afgevaardigden, veelal directeuren van staatsbedrijven, zich in allerlei bochten gewrongen om aan te tonen dat ze al in een heel pril stadium de vredesretoriek van hun partijchef hadden overgenomen.

Milosevic had de afgelopen dagen zijn greep op de macht verder verstevigd door het werk van de joods-Hongaarse filantroop George Soros in Servië te verbieden, vooral wegens diens logistieke steun aan de onafhankelijke media. In februari had hij Studio B al hardhandig onder staatscontrole gebracht, het enige tv-station waarop het vrije woord nog een kans kreeg. “Het is alsof Milosevic het licht heeft uitgedaan”, klagen de kijkers. In plaats van het vaste politieke debat op prime time vermeldt de tv-gids tegenwoordig het programma 'Slaap zacht, kinderen'.

De Serviërs in Servië zijn meer dan murw geslagen. “Hou op, we kunnen geen enkele opinie meer aanhoren, laat staan op papier zetten. We hebben een collectieve kater”, zegt de schrijver Dragan Velikic, die tijdens de oorlog nog een aantal het regime onwelgevallige essays heeft geproduceerd. “Ik ben de hypocrisie van Dayton spuugzat”.

Bratislav Grubacic, de verzorger van de dagelijkse VIP-nieuwsbrief, zegt dat Milosevic ieder restje energie uit de bevolking heeft geperst. “Wie nu nog een daad van verzet zou willen stellen, moet van de weeromstuit nationalist worden”, zegt hij schertsend. “In Servië tekenen zich de contouren af van een corporatieve staat, beheerst door een kliek van SPS- en YUL-loyalisten. Meer dan een verdomhoekje voor de privé-sector zal er niet zijn.”

De videovertoning van de beloofde hogesnelheidstreinen en metronetwerken zal vermoedelijk een luchtspiegeling blijken. In het post-sanctietijdperk mag de sortering in de schappen ruimer zijn geworden, de reële prijzen van de goederen zijn fors gestegen. “Servië is uitgeput”, erkent Milosevic. Maar in plaats van af te stevenen op een pluriforme samenleving met een markteconomie lijkt hij zijn land te willen dichttimmeren. Van de 60 buitenlandse delegaties die het partijcongres in Servië bezochten, kregen de Cubanen het luidste applaus, ritmisch en aanhoudend, als in de beste communistische traditie.