Cannonball Adderley

Sophisticated Swing (Verve 528 408-2) Strings and Jump for Joy (Verve 528 699-2). Distr. Polygram.

'Everything musical came easy for him, while I had to hustle' zegt cornettist Nat Adderley in het boekje bij Sophisticated Swing over zijn in '75 overleden broer 'Cannonball'. Dat is geen valse bescheidenheid, blijkt al uit het eerste stuk van deze dubbel-cd. Terwijl Cannonball op altsax als een danser door de changes zwiert is het voor broertje Nat soms hoorbaar persen. Dat de twee toch twintig jaar lang samen bleven spelen was, behalve aan broederliefde, te danken aan het feit dat Nat goed was in het schrijven van pakkende bebopthema's, vaak met een snuifje gospel erin. Het luisteren naar deze colllectie uit de jaren 1956-'58, vroeger verspreid over drie lp's, is hierdoor een groot genoegen, ook dankzij pianist Junior Mance, drummer Jimmy Cobb en de prachtig stuwende bassist Sam Jones.

Cannonball Adderley and Strings and Jump for Joy, combineert twee vroegere lp's zonder broertje Nat erbij. Op Strings uit '55 speelt de altist songstandards in suikerzoete arrangementen van Hollywoodcomponist Richard Hayman. Waarom Julian A., toen nog vrijwel onbekend, deze eer te beurt viel is niet duidelijk, misschien waren de scores aanvankelijk bestemd voor iemand anders, zangeres Sarah Vaughan bijvoorbeeld, voor wie Hayman eerder had gearrangeerd. Soms zakt Cannonball een beetje weg in Haymans baksels, op andere momenten werkt hij zich er makkelijk uit, pijlsnel en met aanstekelijk elan.

Veel spannender is niettemin Jump for Joy met muziek die Duke Ellington in '41 voor een musical schreef. De strijkersgroep is hier slechts een kwartet, daarnaast spelen er vijf jazzmusici mee onder wie trompettist Emmett Berry. De opnamen zijn van augustus '58 toen Cannonball dankzij platen en optredens met trompettist Miles Davis al een beetje had geproefd van de smaak van roem, net als pianist Bill Evans die hier bescheiden op de achtergrond blijft. Hoe flexibel Cannonball op dat moment was, blijkt uit het formidabele titelstuk: in het intro speelt hij beheerst 'klassiek' in de beste Franse saxofoon-traditie, even later vliegt hij swingend de lucht in zoals ook de jong overleden 'Bird' Charlie Parker dat kon. De beste musicus in deze stukken is naast Cannonball zelf zonder twijfel arrangeur Bill Russo die zelfs de strijkers weet te laten swingen als de muziek van Duke Ellington daarom vraagt.