Wereldraad Kerken maakt comeback

Waarom wordt er weinig meer gehoord over de Wereldraad van Kerken? Bestaat deze in Genève gevestigde organisatie die op het gebied van theologische vernieuwingen en ook in politiek-sociaal opzicht zo'n grote rol heeft gespeeld, nog wel of is zij na een kleine vijftig jaar een voortijdige en stille dood gestorven?

De Wereldraad, die in 1948 in Amsterdam werd opgericht en jarenlang op veel steun en bijval van de Nederlandse kerken kon rekenen (vrijwel nergens was men enthousiaster oecumenisch dan in Nederland), bestaat nog. Hij is niet dood, maar leeft en werkt aan een comeback om in 1998 in Harare, Zimbabwe zijn vijftigjarig bestaan te kunnen vieren.

Toen de Wereldraad in 1948 tot stand kwam, was het een organisatie van vooral West- en Noordeuropese en Noordamerikaanse kerken, sterk westers-theologisch georiënteerd. Vreselijk lang duurde de eenzijdige oriëntatie niet. Al spoedig meldden zich ook niet-Europese kerken bij de Wereldraad aan. Afrikaanse en Aziatische kerken en in 1961 ook de Oosters-Orthodoxe kerken van de Sovjet-Unie, Roemenië, Bulgarije en Polen die in de oecumenische beweging een belangrijke plaats gingen innemen.

Ofschoon het centre oecumenique in Genève almaar internationaler werd, waren het vooral Europeanen die daar werkten. De manier waarop met theologische vragen werd omgegaan, bleef iets cerebraals en academisch houden. Oecumene was een kwestie van grote concepten en brede visies. Dat gold ook de vertaling daarvan in actieplannen, zoals het Programma voor racismebestrijding, het strijdplan voor een just, participatory and sustainable society of het 'conciliair proces' van justice, peace and the integrity of creation dat in 1983 in Vancouver, Canada werd ingezet.

Door wat eruit zou kunnen zien als pontificale theologie-beoefening, werd in 1991 een radicale streep getrokken door de Zuidkoreaanse theologe Chung Hyun-Kyung. Haar optreden op de zevende assemblée van de Wereldraad in februari 1991 in Canberra, Australië, veroorzaakte onder de deelnemers die qua bont geloofsvertoon toch best wel wat gewend waren, zo veel opwinding dat de Wereldraad voor enige tijd nogal van slag was. Chung zorgde voor een theologische aardverschuiving door in Canberra alle, meestal mannelijke Westerse theologen definitief voor gezien te houden en een vurig pleidooi te houden voor begrip voor en inzicht in lokale, religieuze ervaringen zoals zij die onder meer in Korea had opgedaan. Sindsdien zit de Wereldraad op een andere tour en gaat het het centrale comité (het bestuur) van de raad meer dan ooit om de spiritualiteit van de Derde Wereld.

Een ander historisch moment, ook voor de Wereldraad, was de Duitse Wende in 1989. Had Genève tot dan toe relatief goede betrekkingen onderhouden met veel van hogerhand gedulde kerken in het Oostblok en zich nauwelijks iets kunnen aantrekken van kerkelijke dissidenten in Oost-Europa, nu bleek dat het naar verkeerde partners had geluisterd. Wat de val van de Berlijnse muur voor Genève betekende vertelde dr. Martin Robra, een Duitse medewerker van de Wereldraad, vorige week op een spreekbeurt in Leiden. “Terwijl sommigen het verdwijnen van de Muur en het einde van de Koude Oorlog zagen als het 'einde van de geschiedenis' en als de overwinning van het vrije, kapitalistische Westen, duurde het niet lang voordat mensen begonnen in te zien dat de diepe crisis van de moderne tijd zich voortzet. De strijd voor rechtvaardige en houdbare samenlevingen zou doorgaan en belangrijker worden dan ooit te voren.”

Robra sprak over de poging van de Raad om tot een nieuw theologisch concept, een theology of life, te komen. Duidelijk moet worden hoe het mogelijk is dat mensen - middenin onderdrukking waarvan zij slachtoffers zijn - nog in een God van het leven kunnen geloven.