'Wellicht maak ik nu mijn studie wel sneller af'

Maandag 30 januari is de laatste lichting dienstplichtigen opgekomen. Nog 604 jongens moeten tot 31 augustus verplicht onder de wapenen. Hoe komen zij hun week door? De derde van een korte serie weekrapporten.

Bart Paulussen was eigenlijk een 'weigeryup'. Maar aan dat woord heeft hij een hekel. “Het suggereert dat je rijk bent, met een dikke baan en te lui om in dienst te gaan. Dan zegt een huisvader van vijftig die zijn hele leven heeft gewerkt: 'gooi ze maar in de gevangenis, want toen ik jong was, moest ik ook in het leger'. Vroeger moest ook inderdaad iedereen. Maar de laatste jaren zie je om je heen dat al je vrienden worden afgekeurd of dat ze buitengewoon dienstplichtig worden verklaard. En als jij dan die ene van de twintig bent die wel moet, probeer je er dus ook onderuit te komen.”

Drie jaar geleden probeerde Paulussen te worden erkend als gewetensbezwaarde, nadat hij voor het eerst was opgeroepen. “Het kwam mij absoluut niet uit. Ik had nog een jaar recht op een studiebeurs, en als ik in dienst zou gaan, raakte ik dat kwijt omdat ik dan ouder dan 27 was. Bovendien wilde ik mijn studie zo snel mogelijk af maken.” Paulussen schakelde een advocaat in, die beloofde hem buiten dienst te houden. Dat kostte hem duizend gulden. Maar de brief waarin Paulussen zijn redenen voor dienstweigering verder toelichtte, kwam nooit bij Defensie aan. Zijn bezwaar werd niet ontvankelijk verklaard. “Toen dacht ik: nou ja, dan moet ik maar gaan ook.” Paulussen heeft niets tegen het leger, zegt hij. “Ik ben niet bij voorbaat tegen geweld, of principieel tegen oorlog. Maar ik vind het wel onrechtvaardig dat mijn leven nu wordt verstoord doordat ik zeven maanden in dienst moet, terwijl er zo veel anderen geen last van hebben.”

In de Bussumse kazerne, waar Paulussen 30 januari met achttien andere eerder afgewezen dienstweigeraars moest opkomen, kreeg hij nog één keer de mogelijkheid te worden erkend als gewetensbezwaarde. Dat verzoek zou in één dag worden afgehandeld. Paulussen besloot het niet te doen. Het verzoek van de enige dienstplichtige die het wel deed, werd afgewezen. “Hij werd die avond nog naar de gevangenis afgevoerd, omdat hij door de afwijzing als totaalweigeraar werd beschouwd. Toen ik dat hoorde, was ik helemaal blij dat ik niet meer had geprobeerd te weigeren. Je kunt je beter in de kazerne zitten te vervelen dan in de gevangenis.”

Saai is zijn dagtaak als soldaat wel. Er is weinig werk te doen bij de dienst 'werving en selectie' in Hollandse Rading waar hij is ingedeeld. Elke dag komen er sollicitanten die beroepsmilitair willen worden en daarvoor testen moeten maken. “Het enige dat ik moet doen, is alles een beetje in goede banen leiden.” Terwijl de sollicitanten de testen maken, heeft Paulussen de tijd om de laatste tentamens voor zijn studie rechten te leren. Acht jaar geleden begon hij met die studie, “achteraf gezien een verkeerde keuze”. Nu moet hij nog een klein jaar van zijn studie afmaken. “Misschien maak ik die studie zelfs sneller af dan wanneer ik niet in dienst was geweest. En het grote voordeel is dat Defensie nu een deel van mijn collegegeld betaalt.”

Paulussen had het slechter kunnen treffen. Een soldaat die met hem in het peloton zat tijdens de basistraining van drie weken in Bussum, zit nu in Duitsland bij een zeer fanatieke sergeant. “Hij moest vanaf de eerste dag marcheren, correct in de houding staan en drie keer per dag op appél.

Wat Paulussen na zeven maanden militaire dienst gaat doen, weet hij niet. “Ik wil dan het liefst mijn studie bijna af hebben.” En wat er na het einde van de studie gaat gebeuren, is helemaal een groot zwart gat. Het liefst zou Paulussen leven van het restaureren van oude huizen en de verkoop van zelfontworpen meubels en kandelaars. “Maar misschien lukt dat niet, of ga ik toch opeens een waanzinnige carrière maken als advocaat. Wie weet krijg ik juist door die verveling in het leger wel de geest.”